U bevindt zich hier: Ufo's

Gebed & Genade: Antwoord Op Satan

Genesis 3: 1 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds,

In het vorige artikel hebben we de eerste van zes tekstplaatsen bekeken met het werkwoord ‘satan’. We hebben de belangrijke les uit Psalm 38 getrokken dat midden in alle tegenstand van satans we in alle rust het in Gods hand mogen leggen.

Zien Op Genade, Niet Op De Satans
We gaan nu naar de volgende Bijbeltekst met hetzelfde werkwoord.
We komen nu terecht in een Psalm die David in hoge ouderdom geschreven heeft. Van meerdere kanten zijn er rebellerende machten die hem van de troon willen stoten. In vers vijf kijkt hij terug naar zijn jeugd en ziet hoe hij toen op God mocht vertrouwen.
Psalm 71: 13 Laten beschaamd worden en vergaan, deze satans van mijn ziel; in schande en smaad zich hullen, wie mijn onheil zoeken.
Het vertrouwen sinds zijn jeugd heeft hem geleerd om ondanks alle satans die hem van meerdere kanten bedreigen volledig terug te vallen op de genade van God alleen. Dat brengt hem aan het eind van de Psalm tot lofprijzing. Hij kijkt niet op de satans, die er nog altijd zijn, maar op de God van alle genade. Dat verandert zijn houding.

Gebed: Het Antwoord Op Satans
We gaan weer een stap verder en bekijken gelijk drie Bijbelteksten uit één en dezelfde Psalm met ditzelfde werkwoord.
Het is onduidelijk bij welke gelegenheid David deze Psalm heeft gedicht. In elk geval wordt hij geconfronteerd met haat als hij liefde bewijst, met kwaad als hij het goede doet. Maar uit dit vierde vers blijkt wat zijn antwoord is op zijn satans. Gebed.
Psalm 109: 4 tot loon voor mijn liefde zijn zij mijn satans, maar ik ben een en al gebed;
Psalm 109: 20 Dit zij van Yahweh het loon van mijn
satans, en van hen die kwaad tegen mij spreken.
Psalm 109: 29 Dat mijn
satans met smaad bekleed worden, en zich in hun schande hullen als in een mantel.
Letterlijk staat er: ‘Ik gebed’. Zijn houding werd gekenmerkt door gebed. Hij wist dat hij het kon leggen in de handen van Zijn Heer. Hij vertrouwde op genade alleen.

De Werkelijke Satan
We komen nu bij de laatste Bijbelplaats met dit werkwoord. Het is dezelfde tekst die we ook als laatste hadden bij de reeks met het zelfstandig naamwoord ‘satan’.
Zacharia 3:1 Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Yah Shua zien, staande voor de Engel van Yahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond als een satan tegenover hem.
Bij het werkwoord ‘satan’ is dit de enige tekstplaats die weer daadwerkelijk slaat op satan, die wij inmiddels kennen als het slangenwezen of de grote draak.
Vijf Bijbelplaatsen waar het werkwoord slaat op menselijke tegenstanders tegenover één Bijbeltekst die concreet over de satan, de duivel spreekt.

Conclusie Uit Het Oude Testament
De eindconclusie blijft dus dezelfde in het Oude Testament. Het woord ‘satan’ is geen eigennaam maar een titel die op elke willekeurige tegenstander kan slaan. Uit de context zullen we moeten concluderen of het daadwerkelijk handelt over satan zelf of niet.

Het wordt nu hoog tijd om met onze studie naar het Nieuwe Testament te stappen. Dat zullen we in het volgende artikel dan ook doen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende