U bevindt zich hier: Ufo's

Yahweh En Satan

Genesis 3: 1 De slang nu was het listigste van alle dieren des velds,

Yahweh Als De Tegenstander Van Israël
Als we bij de volgende Bijbeltekst aankomen hebben we in eerste instantie de neiging om te denken dat we met de eerste echte vermelding van satan als geestelijke macht geconfronteerd worden.
1 Kronieken 21: 1 Satan keerde zich tegen Israel en zette David aan, Israël te tellen.
Satan port koning David aan om het volk Israël te tellen. Pas als we dit verslag vergelijken met een ander verslag van hetzelfde incident blijkt dat het toch een tikkeltje anders ligt.
2 Samuël 24: 1 En de toorn van Yahweh voer voort te ontsteken tegen Israel; en Hij porde David aan tegen henlieden, zeggende: Ga, tel Israel en Juda.
Het blijkt Yahweh zelf te zijn die David ertoe brengt om Israël te tellen.
Hoe komt Yahweh ertoe om een tegenstander te worden van iemand die Hij lief heeft. Er was blijkbaar al een onafhankelijke gezindheid bij David. God wilde dat openlijk aan het licht brengen door een daad die dat overduidelijk aantoonde. Zo zien we opnieuw dat het Gods wens is dat we dicht aan Zijn hart zijn. Als het echter in het hart al niet in orde is treedt God op als tegenstander om dit openlijk te krijgen opdat er daadwerkelijk herstel kan komen.
Zo is het dus niet alleen dat God satan kan gebruiken maar zelfs dat Hijzelf op kan treden als satan, oftewel tegenstander.

Satan Zelf
Job 1: 6 - 9 Op zekere dag nu kwamen de zonen van Elohim om zich voor Yahweh te stellen, en onder hen kwam ook de satan. En Yahweh zeide tot de satan: Vanwaar komt gij? En de satan antwoordde Yahweh: Van een zwerftocht over de aarde, die ik doorkruist heb. Toen zeide Yahweh tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zo vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En de satan antwoordde Yahweh: Is het om niet, dat Job Elohim vreest?
Job 1: 12 En Yahweh zeide tot
de satan: Zie, al wat hij bezit, zij in uw macht; alleen tegen hemzelf zult gij uw hand niet uitstrekken. Toen ging de satan van het aangezicht van Yahweh heen.
Job 2: 1 – 4 Op zekere dag kwamen de zonen van Elohim om zich voor Yahweh te stellen, en onder hen kwam ook
de satan om zich voor Yahweh te stellen. En Yahweh zeide tot de satan: Vanwaar komt gij? En de satan antwoordde Yahweh: Van een zwerftocht over de aarde, die ik doorkruist heb. Toen zeide Yahweh tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zo vroom en oprecht, godvrezend en wijkende van het kwaad. En nog volhardt hij in zijn vroomheid, hoewel gij Mij tegen hem hebt opgezet om hem, zonder oorzaak, in het verderf te storten. Maar de satan antwoordde Yahweh: Huid voor huid, en al wat iemand heeft, zal hij geven voor zijn leven.
Job 2: 6 – 7 En Yahweh zeide tot
de satan: Zie, hij zij in uw macht; alleen, spaar zijn leven. Toen ging de satan van het aangezicht van Yahweh heen, en sloeg Job met boze zweren, van zijn voetzool af tot zijn hoofdschedel toe.
Het boek Job is één van de oudste Hebreeuwse geschriften. Hoewel de daadwerkelijke geestelijke macht ‘satan’ in de volgorde van de Bijbelboeken dus nu pas naar voren komt kan je rustig stellen dat hij er dus altijd al was. Dit kan dus niet anders dan dezelfde zijn die in Genesis 3 als het slangenwezen het gesprek aanging met de vrouw en die in Openbaring als de grote draak, de oude slang ontmaskerd wordt.
Het zou een hele studie van het Bijbelboek Job vergen om te ontdekken welke plaats en taak satan als tegenstander in dat boek heeft. Het is echter overduidelijk dat hij slechts figureert om Gods plan met Job ten uitvoer te brengen. Dit houdt evenwel wel degelijk in dat Job een zeer zware tijd dankzij deze tegenstander doormaakt. Wij hebben echter veel onderwijs over het lijden in deze wereld te danken aan dit Bijbelboek.

Judas Of Satan
We hebben nog een paar Bijbelteksten te gaan met dit Hebreeuwse zelfstandig naamwoord ‘satan’ in het Oude Testament. De eerstvolgende is uit de Psalmen.
Psalm 109: 6 Stel een goddeloze als rechter over hem, satan sta aan zijn rechterhand;
Als Koning David in een Psalm zijn emoties uit spreekt hij profetisch over het verraad door Judas en wellicht letterlijk over satan, die Christus aanklaagt.

Letterlijk: Satan
Zacharia 3: 1 - 2 Vervolgens deed Hij mij de hogepriester Jozua zien, staande voor de Engel van Yahweh, terwijl de satan aan zijn rechterhand stond als een satan tegenover hem. Yahweh echter zeide tot de satan: Yahweh bestraffe u, satan, ja Yahweh, die Jeruzalem verkiest, bestraffe u; is deze niet een brandhout uit het vuur gerukt?
Hier in Zacharia is het zonder meer letterlijk satan. Het woord ‘satan’ komt nog een keer extra in dit gedeelte naar voren zonder dat ik het dikgedrukt heb. Dat komt in het volgend artikel ter sprake.
Eindconclusie over dit zelfstandig naamwoord is dat satan net zo min als Elohim een naam is, maar een titel.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende