U bevindt zich hier: Ufo's

De ware Morgenster voor het volk Israël is dus Christus Jezus zelf. YahShua HaMashiach is de ware Lucifer, die komt voor Zijn volk om een heerschappij van heerlijkheid en vrede en licht over de hele aarde te bewerken.

Het gros van de ‘christelijke’ theologie haalt echter één Bijbeltekst geïsoleerd uit het geheel van de Bijbelse profetie over Babel en vertaald die tekst naar een historisch gebeuren in de hof van Eden met betrekking tot iets wat satan daar zou zijn overkomen. Die tekst komt uit Jesaja hoofdstuk 14 vers 12.

Dankzij de Latijnse vertaling ‘de Vulgaat’, die Jerome voor de Katholieke Kerk mocht opzetten, dook in dat vers het Latijnse woord ‘Lucifer’ plotseling op. Alsof er sprake was van een eigennaam van satan heeft het grootste deel van de verdere vertalers het woord ‘Lucifer’ onvertaald overgenomen, waardoor het een eigen leven is gaan leiden.

Willen we echt weten waar het in dat vers over gaat, dan zullen we de hele context waarin het opgeschreven is ook goed moeten begrijpen. Willen we Jesaja 14 goed begrijpen, dan zullen we dus helemaal terug moeten gaan naar Jesaja 13 vers 1. Daar begint namelijk het hele betoog, waarbinnen de uitgangstekst Jesaja 14: 12 ook een plek heeft.

Jesaja 13: 1 De Godsspraak over Babel, die Jesaja, de zoon van Amoz, aanschouwd heeft.
We lezen hier letterlijk over een Godsspraak of een last, die God Jesaja laat zien. Die last betreft Babel. Het is dus een profetie die Jesaja van God ontvangt over de toekomst van Babel (Het huidige Irak). Bijbels gezien is het niet te verantwoorden om een profetie betreffende de toekomst uit te leggen als een historische gebeurtenis in het verleden. Dan zou het namelijk geen profetie meer zijn. In de twee hoofdstukken, die op dit vers volgen wordt deze last helemaal uitgewerkt. Als we dan bij Jesaja 15 zijn aangekomen zien we dat er een andere last getoond wordt.

Jesaja 15: 1 De Godsspraak over Moab. Waarlijk, in de nacht is Ar–moab verwoest, verdelgd! Waarlijk, in de nacht is Kir–moab verwoest, verdelgd!
Daar gaat het letterlijk over een Godsspraak of een last betreffende Moab, die God aan Jesaja laat zien. Ook dit is profetie en geen historisch verslag. Het lijkt overbodig, want vreemd genoeg wordt dit door het merendeel van Bijbeluitleggers ook gewoon als profetie uitgelegd. Daar zie je op zich al de willekeur waarmee men dus blijkbaar met Jesaja 14: 12 omgaat. Ook daar worden dan weer twee hele hoofdstukken aan geweid om dit helemaal uit te werken. Zo gaat dat steeds verder. Kijk maar twee hoofdstukken later.

Jesaja 17: 1 De Godsspraak over Damascus. Zie, Damascus wordt weggenomen, zodat het geen stad meer is: het wordt een puinhoop, een bouwval.
De goddelijke schijnwerper wordt dan van Moab afgericht om het op Damascus te laten schijnen. Dat gebeurt weer twee volle hoofdstukken. Waarna je leest:

Jesaja 19: 1 De Godsspraak over Egypte. Zie, Yahweh rijdt op een snelle wolk en komt naar Egypte; dan beven de afgoden van Egypte voor Hem en het hart van Egypte versmelt in zijn binnenste.
Egypte krijgt de volle aandacht tot de volgende last zich meldt. Het is dus profetie op profetie op profetie. Zo komen er nog een aantal godsspraken tegen bepaalde volkeren voorbij, de één na de ander.

Jesaja 13: 1 is dus het startschot voor een profetie over Babel dat zich voortzet tot het eind van hoofdstuk 14. In dat geheel heeft het Bijbelvers Jesaja 14: 12 zijn eigen verband en dienen we die tekstplaats ook binnen zijn context te lezen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende