U bevindt zich hier: Ufo's

We lopen de verzen, die we in deze Godsspraak tegen Babel tegenkomen even rustig door. Natuurlijk duurt het daardoor even voordat we bij de uiteindelijke Bijbeltekst over Lucifer terecht zijn gekomen. Het is echter van groot belang dat we goed doorhebben over welk tijdstip deze profetie handelt.

Jesaja 13: 6 Jammert [waarom?], want de dag van Yahweh is nabij; hij komt als een verwoesting van de Almachtige [Daarom].
Hier is het ‘jammeren’ hetzelfde grondwoord, waar in Jesaja 14: 12 ‘Lucifer’ van gemaakt is. Ja, heel even grijp ik dan al naar voren. Het woord ‘Lucifer’ is namelijk geen zelfstandig naamwoord, laat staan een eigennaam in de grondtekst. Sterker nog er is zelfs geen enkele reden om te denken aan ‘Lucifer’. Het echte werkwoord wat daar gebruikt wordt is dezelfde als die hier in een andere vervoeging gebruikt wordt. Uitgebreid ga ik dat behandelen als de tekst zelf aan de beurt is.

De koning van Babel heeft wel degelijk reden om te jammeren, evenals dat hier aan het hele rijk Babel aangezegd wordt. Waarom moeten ze dan jammeren? Omdat de dag van Yahweh nabij is. Een aantal verzen verder wordt dat nogmaals herhaald.
Jesaja 13: 9 Zie, de dag van Yahweh komt,

Hoe vreemd het ook mag lijken, veel uitleggers denken bij dit rijk van Babel aan de heerschappij van Nebukadnezar en later Belsassar. Dit was inderdaad voor Jesaja nog toekomstige tijd en kon dus in zekere zin als profetie opgevat worden, ook al kennen wij het als geschiedenis. Maar tot twee keer toe staat hier uitdrukkelijk vermeld welke tijd aanstaande was. De dag des Heren, oftewel de dag van Yahweh.

De dag van de Heer is de dag waar Johannes in verplaatst werd (Openbaring 1: 10) toen hij in de Geest in vervoering raakte. Alles in Openbaring vindt dus plaats in die profetische dag des Heren. Dat is nog altijd toekomstig. Twintig maal komt de uitdrukking ‘Yom Yahweh’ voor in het Oude Testament Op nog andere plaatsen komt het voor als een samenstel van woorden met toevoegingen als ‘wrake’ of ‘oordeel’.

In het Nieuwe Testament komen we het in de volgende vier tekstplaatsen tegen:
1 Thessalonica 5: 2 immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zo komt, als een dief in de nacht.
2 Thessalonica 2: 2 dat gij niet spoedig uw bezinning verliest …….alsof
de dag des Heren reeds aanbrak.
2 Petrus 3: 10 Maar
de dag des Heren zal komen als een dief.
Openbaring 1: 10 Ik kwam in vervoering des geestes op
de dag des Heren,
Het is de dag dat alle werken van de mensen geoordeeld zullen worden. Het werk van mensen zal verlaagd worden op aarde en het werk van de Heer zal verhoogd worden. Nu is het nog de dag van de mens (1 Corinthe 4: 3). Als het ware wordt nu nog altijd het werk van de mens op aarde verhoogd en het werk van de Heer op aarde verlaagd.

Vlak voor het aanbreken van de dag van Yahweh zal Babel (het huidige Irak) weer floreren en het rijkste handelscentrum van de wereld vormen. Jesaja moest destijds dat rijke, welvarende wereldrijk aanzeggen dat het maar moest jammeren. Het jammeren is ook terecht omdat de dag van Yahweh aanbreekt.

Met de ontwikkelingen in Irak op ons netvlies is het wellicht nog niet zo begrijpelijk dat dit rijk weer zo’n economische bloei staat te wachten. Nu het een democratische staat dreigt te worden dankzij Amerika is er wellicht wel een eerste aanzet tot dit plaatje gezet. De rijkdommen van olie zijn er. Het wachten is nu nog slechts op de zogenaamde vredestichter, die vanuit Irak het Midden Oosten probleem schijnbaar weet op te lossen.

We leven, wat dat betreft, in een zeer boeiende tijd.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende