U bevindt zich hier: Ufo's

We beginnen nu aan dat spotlied op de koning van Babel, die in het vorige vers aangekondigd werd.

Jesaja 14: 5 - 7 Yahweh heeft de stok van de misdadigers verbroken, de scepter der heersers,hij [de koning van Babel] sloeg in verbolgenheid zonder ophouden natiën, hij [de koning van Babel] die in toorn meedogenloos volken vertrad, wordt vervolgd. De gehele aarde heeft rust, is stil; men [de volken overheerst door Babel] breekt uit in gejubel;
De volken, die overheerst werden door de koning van Babel, breken nu uit in gejuich. Waar komt die feestelijke stemming nu zo ineens vandaan? De hele context van dit gedeelte gaat over de verwoesting van de stad Babel, de koning van Babel en zijn scepter oftewel zijn heerschappij.

Vanzelfsprekend heerst er een feeststemming. Bekijk eens hoe het karakter van deze meedogenloze koning in dit spotlied wordt beschreven. Hij liep ze zomaar onder de voet. Zijn harde hand, het geweld dat hij over de volkeren uitgoot, het leek nooit te eindigen. Maar nu is hij die eerst zelf de vervolger was wordt nu de vervolgde.

Zitten de uitleggers, die in de koning van Babel de satan willen zien als Lucifer, er niet mee dat deze koning zo plotseling volledig machteloos is geworden? Zij geloven dat hij uit de hemel is gegooid, maar is het nu inderdaad stil? Heeft de aarde nu inderdaad rust van deze verleider? Ik dacht het niet. Waarom wordt in hun redenatie de lijn niet consequent doorgetrokken? Is het misschien omdat die hele lijn feitelijk niet deugt?

Nu het oordeel over de vervolger zelf gekomen is, wordt de rest van de wereld afgetekend als verkerend in rust, stilte en vreugde. O ja, er zal wel degelijk rust, vrede en vreugde op aarde komen. Als Babylon in Openbaring gevallen is zal er grote vreugde zijn.
Openbaring 18: 20 Wees vrolijk over haar, gij hemel en gij heiligen, en gij apostelen en profeten, want God heeft uw rechtszaak tegen haar berecht.
Het allereerste Halleluja in het Nieuwe Testament weerklinkt als de grote hoer, het Babylon, gevallen is.
Openbaring 19: 1 Hierna hoorde ik als een luide stem ener grote schare in de hemel zeggen: Halleluja!

Jesaja 14: 8 zelfs de cipressen verheugen zich over u
[het einde van de koning van Babel], de ceders van de Libanon: Sinds gij neerligt, klimt niemand naar ons op om ons te vellen.
De hele aarde breekt uit in het zingen van liederen. Zelfs de cipressen en de ceders verheugen zich omdat ze niet langer geveld worden voor het genot en de trots van Babel. Bomen, die zich verblijden? Jawel, dat kan allemaal in deze dichterlijke vorm, die hier als spotlied gekenmerkt wordt. Feitelijk zijn het de volken rondom, die in deze dichterlijke vrijheid als bomen worden weergegeven, die zonder mededogen gekapt worden.

Interessant is het als we diezelfde vergelijking terugvinden in Zacharia. Daar zien we diezelfde bomen zelfs jammeren om het leed dat hen aangedaan wordt.
Zacharia 11: 2 Jammer, o cipres, omdat de ceder gevallen is, en de geweldige bomen verwoest zijn; jammert, o eiken van Basan, omdat het ondoordringbare woud [het volk] is neergestort.
In Jesaja 14: 8 zien we dat het kappen van de bomen nu van de cipressen en de ceders overgaat op de koning van Babel. Hij wordt nu neergeveld. Reken maar dat hij dan gaat jammeren. En nou juist dat jammeren in Jesaja 14: 12 wordt dan omgebouwd door vertalers tot de imposante Lucifer. Ach, ach, er is helemaal niets indrukwekkends meer aan die koning. Hij is zelf omgekapt.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende