U bevindt zich hier: Ufo's

De Stralende - De Scherpe Waarnemer

Bij het citaat van Openbaring 12: 7 gaf ik al aan dat de draak, oftewel dit slangenwezen, niet op zichzelf staat. Hij heeft zijn handlangers. Dat verklaart ook dat er meerdere stiekeme verschijningen van Reptilianen voorkomen bij de vele ontvoeringen bij Ufo’s.
Willen we weten wie die handlangers zijn zullen we zeker niet terug moeten schrikken voor woordstudies en tekstvergelijkingen. Ik adviseer dus ook absoluut om je Bijbel bij de hand te houden om na te gaan hoe het werkelijk in elkaar steekt. Natuurlijk kan je ook weer op DEZE KOPPELING klicken.

Een Popconcert?
Een onbedaarlijk lawaai weerklinkt zodat de pilaren op hun grondvesten staan te beven. ‘Kadosj, Kadosj, Kadosj’ weerklinkt uit duizenden kelen. Een popconcert? Nee, er is iets heel anders aan de hand. Daarvoor gaan we naar het verslag van Jesaja.
Jesaja 6: 1 – 7 In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik Yahweh zitten op een hoge en verheven troon en zijn zomen vulden de tempel. Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels: met twee bedekte hij zijn aangezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij. En de een riep de ander toe: Heilig, heilig, heilig is Yahweh Zebaoth, de ganse aarde is van zijn heerlijkheid vol. En de dorpelposten beefden van het luide roepen en het huis werd vervuld met rook. Toen zeide ik: Wee mij, ik ga ten onder, want ik ben een man, onrein van lippen, en woon te midden van een volk, dat onrein van lippen is; en mijn ogen hebben de Koning, Yahweh Zebaoth, gezien. Maar één der serafs vloog naar mij toe met een gloeiende kool, die hij met een tang van het altaar genomen had; hij raakte mijn mond daarmede aan en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; nu is uw ongerechtigheid geweken en uw zonde verzoend.

Heilige Serafs
Heiliger geestelijke wezens kan je je nauwelijks voorstellen. Hier in Jesaja hadden deze serafs de heilige dienst om de heiligheid van Yahweh Zebaoth te bezingen. Tevens lees je van hen dat zij het dichtst bij het altaar mochten komen van alle geestelijke wezens. Ook daar bij het altaar hadden ze een dienst, die hier naar voren komt doordat één van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar neemt om de mond van Jesaja aan te raken, waardoor hij gereinigd wordt.

Brandende Slangen

Wat hebben deze serafs met dit slangenwezen uitstaande? Velen zullen die vraag stellen. Letterlijk vertaald betekent hun naam ‘de brandende’. Hoewel je deze naam of titel op meerdere plaatsen verscholen tegenkomt is dit gedeelte in Jesaja toch het enige gedeelte dat hen als geestelijke wezens beschrijft. Juist omdat de andere vermeldingen tamelijk verborgen zijn zal je hen zeker nooit met een slangenwezen in verband brengen. Toch blijkt de Bijbel dat wel degelijk te doen.

Als mensen serafs uitbeelden is dat altijd in de vorm van een slang of een draak. Wat is de oorzaak daarvan?

De Slang Nachash
We zoeken het woord op dat hier in Genesis 3: 1 met slang is vertaald. Het Hebreeuwse woord ‘Nachash’, dat met slang vertaald is, heeft meerdere betekenissen. De twee belangrijkste zijn ‘de stralende’ en ‘de scherpe waarnemer’. Met name de eerste betekenis wordt het meest gehanteerd. Beide betekenissen zijn neutraal. De tweede betekenis wordt regelmatig negatief met occulte zaken in verband gebracht omdat daar ook sprake is van scherpe waarneming. Het aantal keren dat het positief gebruikt wordt geeft echter het neutrale karakter duidelijk aan. Hier volgen een paar voorbeelden:
Genesis 30: 27 Daarop zeide Laban tot hem: Mocht ik uw genegenheid gewonnen hebben! Ik heb waargenomen (nachash), dat Yahweh mij om uwentwil gezegend heeft.
Genesis 44: 15 En Jozef zeide tot hen: Wat is dat voor daad, die gij bedreven hebt? Wist gij niet, dat een man als ik dat
ongetwijfeld ontdekken (nachash) moest.
Ook als we naar het Griekse woord voor ‘slang’ gaan, zoals het in het Nieuwe Testament gebruikt wordt komen we op precies diezelfde betekenis uit.
Grieks ‘ophis, zn m. Letterlijk: ‘de scherpe kijker’

De Naam ‘Slang’ Door De Mens Gegeven
De mens had dit scherpe, nauwkeurige aanvoelen van de slang opgemerkt en ook de stralende verschijning was hem opgevallen. Dat leverde hem de naam ‘slang’ op. Adam zelf had hem die naam gegeven.
Genesis 2: 20 En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte van het veld,

De relatie van dit slimme, intelligente slangenwezen dat alles scherp waarnam en daarmee boven de dieren van het veld stond tot die brandende Serafs zullen we in het volgende artikel aankaarten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende