U bevindt zich hier: Ufo's

Slangen In Vele Culturen

We hadden al ontdekt dat de aliëns zich veel voordoen als de ‘elohim’ en als zodanig is er zeer veel verering van diverse ‘elohim’ in de geschiedenis van de volkeren terug te vinden. Ook hebben we gezien dat ze feitelijk tot de legers behoren die door Yahweh Elohim, de Schepper van alle dingen, geschapen zijn. In de Bijbel worden deze legers meestal weergegeven als ‘het heer’ of ‘de heerscharen’. Ook kom je regelmatig hen tegen onder de noemer ‘Zebaoth’. Ook dit ‘heer’ werd door vele volkeren aanbeden als ‘elohim’. We zagen zelfs dat het volk Israël dat door een verbond met Yahweh, de scheppende Elohim, getrouwd was toch regelmatig dit ‘heer’ ging aanbidden.

De Aanvoerder Van de Aliëns
Feitelijk zijn alle ervaringen met buitenaardsen, ufo’s en aliëns terug te voeren tot deze geestelijke machten. Met deze verschillende titels hebben we echter nog alleen de overkoepelende benamingen voor die geestelijke machten te pakken. Nu dringt zich echter één geestelijke macht in Genesis hoofdstuk 3 naar de voorgrond.

Genesis 3: 1 De slang nu was het listigste van alle dieren van het veld.

Het Slangenwezen. De Reptilianen
Deze aanvoerder wordt hier ‘de slang’ genoemd. Ik zal al gelijk, voordat ik uitleg geef over de oorsprong ervan, aangeven dat ik de voorkeur geef om over ‘het slangenwezen’ te spreken. Ook geloof ik dat hij onderdeel is van een grote groep geestelijke machten. Dat zal ik ook later nader uitwerken. Deze groep heeft de duidelijke kenmerken die tegenwoordig veel opduiken in de Ufo verhalen, namelijk: de Reptilianen. Dit wordt dus zowel vanuit Bijbels oogpunt als vanuit het oogpunt van de Ufo geschiedenis een belangrijk onderwerp, waar we uitvoerig op in zullen gaan.

De Reis Door De Culturen
Voordat we op ontdekkingstocht zullen gaan in de Bijbel om uit te vinden wie dit slangenwezen is wil ik samen met je de geschiedenis ingaan om te zien welke invloed het heeft gehad en nog heeft in de verschillende culturen over de hele wereld.
Let wel! In deze startfase ga ik geen Bijbels oordeel vellen over de achtergronden. Het gaat er nu slechts om te ontdekken welke invloed het slangenwezen, en naar ik vermoed de Reptilianen, in onze wereld heeft.

De slang werd al vroeg beschouwd als het voorwerp van religieuze aanbidding.

Egypte
Tautus, of de Egyptische afgod Thoth, was de eerste die goddelijkheid toeschreef aan de draak oftewel de slangen. De Egyptische afgod Cneph was een slang met een hoofd van een havik. Hij werd beschouwd als de auteur van al het goede. Zij verstonden de kunst om het te temmen en balsemden het dier zelfs na zijn sterven. Ze gebruikten echter precies hetzelfde symbool voor de god van de wraak en straf, de god Tithrambo. Ook pasten ze het toe op Typhon, de auteur van al het morele en lichamelijk kwaad. In het Egyptisch symbolische alfabet staat de slang voor tederheid, list, lust en sensueel genot.
In Egypte is een van de meest algemene symbolen van de zon of de zonnegod een ronde schijf met een slang daaromheen. De oorsprong van die identificatie schijnt het idee te zijn dat, zoals de zon de lichtbrenger is voor de stoffelijke wereld, de slang de grote verlichter zou zijn voor de geestelijke wereld door aan de mensheid kennis van goed en kwaad te brengen.

Griekenland
In de Griekse mythologie is het beslist, aan de ene kant, de positieve eigenschap van Ceres, Mercury en Esculapius. Dat tekent de weldadige kwaliteiten van de slang.  Deze slang, de god der geneeskunst, werd doorgaans afgebeeld gekronkeld rond een stok, een staf of de stam van een boom. Hier vinden we de oorsprong van dat vreemde symbool van onze medische wereld van vandaag, de Aesculaap, zo genoemd naar de Griekse god Asklepios of Aesculapius, die werd afgebeeld met zo'n staf in zijn hand.  Deze slang werd niet alleen aanbeden als "de grote weldoener" van de mensheid, maar -ironisch genoeg- ook als "de grote verlichter".
Aan de andere kant vormt het bij hen een onderdeel van de verschrikkelijke Furies of Eumenides. Ook verschijnt het in de vorm van een Python als een beangstigend monster, die alleen door de pijlen van een ‘elohim’ overwonnen kon worden. Dat monster was het meest afgrijselijke en geduchte deel van de goddeloze reuzen, die de macht van de hemel verachtte en belasterde.

Fenicië
Bij de Feniciërs was de slang een goede demon. De reden dat zij tot zo’n verering van dit dier kwamen was vanwege zijn overvloed aan geesten, zijn vurige natuur, zijn snelheid, de vele vormen waarin het zich kon draaien en zijn lange leven. Zij vereerden het dier als weldadig, wijze geest.

China
De Chinezen beschouwden het dier als een symbool van bovenmatige wijsheid en macht. Ze kennen de koningen van de hemel lichamen van slangen toe.

Oorspronkelijke Amerikanen en Afrikanen
De indianen, evenals de wilde stammen van Afrika en Amerika, hielden en voedden slangen in hun tempels en zelfs in hun huizen. Zij geloofden dat de slangen voorspoed en geluk brachten op de plaatsen waar ze woonden. Zij aanbaden hen als de symbolen van de eeuwigheid. Ook deze volksstammen waren verdeeld in hun opinie want de slangen werden gelijktijdig beschouwd als de vijandelijke natuurkrachten en als de vijanden van de ‘elohim’. Alleen de ‘elohim’ waren in staat om die slangen aan stukken te scheuren en de koppen van die beesten met hun voeten te vermorzelen.

Maya & Mexico
De oude Mayanen van Yucatan vereerden de slangegod onder de naam "Can". In de taal van de Mayans betekent "Can" slang, net zoals "Can" of "A-Can" de oude Sumerische en Schotse woorden voor "slang" zijn. Hier vinden we de oorsprong van het Engelse woord "canny", listig of slangachtig. De Babyloniërs aanbaden Can, de slangengod, en Vul, de vuurgod. De Romeinen voegden beide namen simpelweg samen tot "Vulcanus", de Romeinse god van het vuur, van welke naam ons woord "vulkaan" is afgeleid. Op deze zelfde manier schijnen ook de Mayanen en de Mexicanen hun goden namen te hebben gegeven; ook zij gebruikten twee woorden om hun slangengod aan te duiden. "Kulkul" betekent "mooie vogel", en "Can" is "slang". Vandaar de naam "Kulkulcan", hetgeen betekent "Vogelslang" in de taal van de Mayanen, en dit betekent precies hetzelfde als "Quetzalcoatl", de messias van de Mexicaanse Indianen. Hier zien we al een duidelijke aanwijzing naar de vele verhalen, die de ronde doen, over de verschijning van de Reptilianen. Daar kom ik later uitgebreid in een volgend artikel op terug.

Babel
De Babylonische overlevering kent een slang, de aartsvijandin van de goden, die "tiamat" heet als de lichamelijk, gepersonifieerde chaos. In de beschrijving van de strijd tussen Merodach en Tiamat heet zij "de grote slang," die andere slangen tot bondgenoten heeft en als een draak voorgesteld wordt.
De boze geest in de vorm van een slang verschijnt in de Ahriman, oftewel de heer van het kwaad. Dit is naar de leer van Zoroaster.

Heenwijzingen Naar Reptilianen
We zien in de verschillende culturen duidelijke verwijzingen naar de verering van slangenwezens. In de Bijbel wordt dit telkens ondergebracht onder de aanbidding van het ‘heer’ of van de ‘elohim’. Deze vreemde ‘elohim’ die telkens in reptielachtige vorm in de vele culturen naar voren komen zijn al een verwijzing naar de Reptilianen die in veel ervaringsverhalen over Ufo’s en aliëns naar voren komen. Hoewel de Ufo verhalen dus een hype van de laatste decennia lijkt is het dus een eeuwenoud verschijnsel.

Ook in het volgend artikel zal ik nog niet ingaan op de Bijbelse gegevens over het slangenwezen. Eerst gaan we nog verder in op wat er al niet voor vreemds opduikt in de vele culturen van onze wereld.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende