U bevindt zich hier: Studie Man En Vrouw

Onze Helper Is Verlosser

Genesis 2:18-20 En de Here God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.
We nemen nu voor de voortzetting van onze woordstudie over het woordje ‘ezer’ een duik in de profeten, die we aan het slot van het Oude Testament tegenkomen.

Menselijke Hulp, Lege Hulp
Jesaja 30:5 zullen allen beschaamd staan om een volk dat hun geen voordeel brengt, dat tot hulp noch tot voordeel strekt, maar tot schande, ja tot hoon.
De lessen uit de eerste vijf verzen van dit hoofdstuk zijn zo gigantisch veel dat het gevaar dreigt om daar heerlijk op in te gaan. Het gaat echter om dat ene woordje ‘hulp’, dat hier staat. Toch moet ik even een korte situatieschets geven. Israël was hier al overweldigd door de Assyriërs, oftewel de koning van Babel. Wat is het dan logisch om boden te sturen naar een sterke militaire macht als Egypte om hulp en bijstand te verkrijgen. Wat houdt die hulp allemaal precies in?
In vers 1 staat dat ze een verbond wilde sluiten met Egypte. Vers 2 zegt dat ze a/ een toevlucht zochten, b/ de bescherming van Farao zochten, c/ schuilen wilden in de schaduw van Farao.
In vers 1 noemt Yahweh dit zelf: ‘zonde op zonde stapelen’. Zonde is letterlijk ‘het doel missen’. Dat gebeurde dus ook. Ze misten hun doel. In plaats van een toevlucht, in plaats van bescherming, in plaats van een schuilplaats vonden ze beschaming. Ze hadden er geen enkel voordeel van. Waarom?
Yahweh was hun Toevlucht, Yahweh was hun Bescherming, Yahweh was hun Schuilplaats. Hij was en is de ware ‘Ezer’. Hulp van mensen is lege hulp. Dan is het des te opvallender dat de vrouw in Genesis 2 wel capabel gevonden wordt om datgene voor de man te zijn dat in alle andere bijbelgedeelten Yahweh alleen kon zijn.

Hulpeloze Helpers
Ezechiël 12:14 Allen die hem omgeven, zijn helpers en al zijn krijgsbenden, zal Ik naar alle windstreken verstrooien, en achter hen zal Ik het zwaard trekken.
In dit gedeelte staan we op het historisch punt dat de tien stammen van het huis van Israël in ballingschap geleid zouden worden naar Babel. Ezechiël had in de voorgaande verzen als een goed acteur voor het grote publiek een voorstelling gegeven hoe dit alles zou plaatsvinden. Ook al had koning Zedekia bodyguards uit Egypte in dienst genomen als helpers, zij konden ook niets uitrichten tegen deze wegvoering.
Opnieuw treffen we hier dus Egyptische helpers aan, die geen hulp konden bieden. Het huis Israëls werd in ballingschap weggevoerd omdat ze Yahweh niet meer erkenden als hun ‘Ezer’.

Een Beetje Hulp
Daniel 11:34 Doch, terwijl zij struikelen, zullen zij een kleine hulp vinden; dan zullen velen zich in huichelachtigheid bij hen aansluiten.
Ik zal heel eerlijk zeggen dat ik tot nu toe het profetisch plaatje in dit hoofdstuk niet echt 100 % helder kan krijgen.
Ikzelf heb moeite met de historische uitleg, die ik bij het merendeel van de uitleggers tegenkom. Zo laat men dit gebeuren op iets uit de tweede eeuw na Christus slaan. Op dat moment is het profetisch programma allang onderbroken door Gods huishouding van het geheimenis, waar wij momenteel nog steeds in leven.
Telkens wordt de eindtijd genoemd. Die profetische periode is nu nog steeds toekomstig. Zo laat het volgende vers dit gebeuren al doorlopen tot in de eindtijd. Dat maakt de historische uitleg in mijn optiek erg gekunsteld.
Het gaat hier echter om de kleine hulp die het volk dan zal vinden. Letterlijk staat er dat ze maar weinig hulp zullen ontvangen. Het blijkt uiteindelijk ook weinig nut te hebben als je het vervolg leest.
Ook hier ligt het kwaad er weer in dat het volk niet de hulp zoekt bij de ware ‘Ezer’, Yahweh.

Onze Helper Is Onze Verlosser
Hosea 13:9 Het is uw verderf, Israël, dat gij u keert tegen Mij, uw helper.
Opnieuw vinden we hier het verwijt van Yahweh aan Israël dat ze Hem niet als hun God erkennen. Ze volgen de afgoden terwijl Yahweh zich in vers 4 voorstelt als de enige Verlosser.
In dat reddingswerk, zoals wij dat nu mogen kennen in alles wat Christus Jezus gedaan heeft, is Yahweh de ware ‘Ezer’. Als we dit overdenken, wat is er dan een overvloeiende rijkdom van genade te vinden in dit simpele woordje ‘Hulp’. In die titel toont Yahweh zich als de grote Verlosser, die de dood heeft overwonnen, die ons vrijgekocht heeft uit de macht van satan, die ons één gemaakt heeft in Zijn opstanding en ons met Zich heeft doen zitten in de plaats van heerschappij in de hemelse. Dat alles enkel en alleen uit genade. Dat is allemaal samengebald in dit ene woordje ‘Ezer’, dat ‘hulp’ betekent.

Hulp, Maar Geen Knechtje
We hebben nu alle tekstplaatsen bekeken met dit woordje ‘ezer’ en komen tot de conclusie dat ze allen heen wijzen naar Yahweh als de grote ‘Ezer’. We hebben de rijkdom geproefd, die in dit woordje ligt. Wat is het dan bijzonder dat de enige uitzondering dat dit woord ook positief gebruikt wordt slaat op de vrouw die God aan onze zijde gesteld heeft. Zij is onze hulp, maar we zullen met de kennis die we nu hebben het wel uit ons hoofd laten om dat te verstaan als knechtje.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende