U bevindt zich hier: Studie Man En Vrouw

Yahweh, De Gelukkige Helper

Genesis 2:18-20 En de Here God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.
We hebben nog een behoorlijke serie bijbelgedeelten in voorraad voor onze woordstudie over het woordje ‘ezer’, dat hier gebruikt wordt voor de hulp die de vrouw is voor haar man. In dit artikel zullen de resterende stukken uit de Psalmen aan ons voorbij trekken.

Hulpeloze Heidenen
Psalmen 115:9 – 11
Israël, vertrouw op de Here, Hij is hun hulp en hun schild; gij huis van Aäron, vertrouwt op de Here, Hij is hun hulp en hun schild; gij, die de Here vreest, vertrouwt op de Here, Hij is hun hulp en hun schild.
In deze drie verzen worden ook drie verschillende groepen aangesproken. Wie dat zijn is simpel als je de drie groepen gewoon letterlijk opvat.
Het is het gehele volk Israël, de hele priesterorde, die tot de stam Levi behoorde en dus uit het huis van Aäron stamt en de bekeerlingen uit de heidenen, die tot geloof in Yahweh gekomen zijn.
Deze drie groepen worden opgeroepen om op Yahweh te vertrouwen. De tekening in deze drie verzen staat tegenover de tekening in de voorafgaande verzen 4 t/m 8, waar we het vertrouwen van de heidenen zien op hun ‘elohim’. Die heidenen zijn met hun geloof gigantisch hulpeloos. Het vertrouwen op Yahweh betekent dat Hij hun hulp en bescherming is.
Opnieuw wijst het woordje ‘ezer’ op de krachtige bijstand die Yahweh het volk biedt. Een onderworpen god vind je juist bij die hulpeloze heidenen. Dat is Yahweh niet! Zou het woordje ‘ezer’ in Genesis 2 dan wel zomaar op een onderworpen vrouw wijzen?

Geborgenheid
Psalmen 121:1- 2
Een bedevaartslied. Ik hef mijn ogen op naar de bergen: vanwaar zal mijn hulp komen? Mijn hulp is van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Het opheffen van de ogen is de gebruikelijke gebedshouding, waar wij in het westen niet zo vertrouwd mee zijn. De start is een houding van afhankelijkheid. Afhankelijkheid van de Helper en dat is ook hier weer Yahweh. Hij wordt tot zes keer toe de Bewaarder van Israël genoemd in deze Psalm. Die titel zou al een studie op zich zijn. De Helper is de Bewaarder.
Wat een heerlijke geborgenheid spreekt uit deze Psalm. Die geborgenheid is allemaal te vinden bij de Helper. Afhankelijkheid is dus niet het kenmerk van de Helper, maar van degene die de geborgenheid ontvangt. Zouden we het dan maar weer omdraaien als we hetzelfde woord in Genesis 2 tegenkomen?

Een Machtige Hulp
Psalmen 124:8
Onze hulp is in de naam des Heren, die hemel en aarde gemaakt heeft.
Deze bekende uitspraak weerklinkt wellicht wekelijks in kerken waar ze het woord ‘hulp’, als het in Genesis 2 op de vrouw betrokken wordt, plotseling anders verstaan. Deze hele Psalm is doortrokken van het kenmerk van deze Hulp. Opnieuw is Yahweh hier weer de Hulp. Dat bleek toen mensen tegen hen opstonden (vers 2), toen Hij voorkwam dat ze levend verslonden werden (vers 3), toen de boosheid van mensen tegen hen ontbrandde (vers 3), toen water hen overstroomde (vers 4 & 5), toen Hij voorkwam dat ze door wilde dieren werden opgepeuzeld (vers 6), toen ze dankzij Hem als een klein vogeltje uit de strik van de vogelvanger ontkwamen (vers 7). Een machtige Hulp, wat ook logisch is want Hij is het die de hemelen en de aarde gemaakt heeft.
Zou de vrouw wellicht ook zo’n machtige hulp zijn?

De Gelukkige God
Psalmen 146:5
Welzalig hij, die de God van Jakob tot zijn hulpe heeft, wiens verwachting is op de Here, zijn God,
Deze Psalm is de eerste van de vijf Halleluja Psalmen. Zo worden ze genoemd omdat ze zich allemaal kenmerken door lofprijzing. Dat is ook logisch als Yahweh jouw God is. Hij wordt in 1 Timotheus 1: 11 de zalige God genoemd. ‘Zalig’ is feitelijk een beetje vrome weergave van het gewone woord ‘gelukkig’. We hebben een gelukkige God. Dat is onze Yahweh.
Nou heeft Yahweh hier nog een heel aparte titel, namelijk: de God van Jakob. Als het volk Israël zich volledig aan Yahweh toevertrouwt wordt het ook daadwerkelijk Israël genoemd. Wijkt het volk echter af en doet het haar eigen ding, dan wordt het Jakob genoemd. Maar deze gelukkige Yahweh stopt dan niet hun God te zijn. Evenzogoed is Hij dan nog de God van Jakob en is Hij hun Helper. Wow! Dan ben je gelukkig! Dat betekent dat eerste woord in dit vers dan ook. De Statenvertaling geeft het weer als ‘welgelukzalig’. Het gaat je wel, je bent gelukkig en zalig.
We kunnen, net als bij de vorige Psalm die we bekeken, de hele Psalm doorgaan en dan vinden we opnieuw een hele opsomming van uitreddingen. In elke situatie is Yahweh de gelukkige Helper.

Einde Zoektocht Psalmen
We hebben hiermee onze zoektocht naar het woordje ‘ezer’ door de Psalmen beëindigd. In een volgend artikel zetten we het voort in de Oud Testamentische Profeten. Het feit dat ‘helper’ of ‘hulp’ één van de kenmerkende titels van Yahweh is wordt steeds helderder. De vraag hoe we dan het woord ‘ezer’ in Genesis 2 hebben te verstaan wordt daarmee ook steeds duidelijker beantwoord.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende