U bevindt zich hier: Studie Man En Vrouw

Onze Hulp: Yahweh - Christus

Genesis 2:18-20 En de Here God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.

We bekijken het Hebreeuwse woordje ‘ezer’, dat hier met ‘hulp’ vertaald wordt. De vrouw is een hulp voor de man. Onze vraag is wat dit zegt over de verhoudingen tussen man en vrouw. In de vijf boeken van Mozes wordt dit woord telkens gebruikt voor de wijze waarop Yahweh, de echtgenoot van Israël, een Hulp of Helper is voor Zijn volk. Hij is hun Toevlucht. Hij draagt hen in Zijn liefhebbende armen. Zonder Hem is dit volk hulpeloos. Zijn genade, barmhartigheid en ontferming is hen nabij. Zonder Hem zijn ze hulpeloos.
Wordt deze wijze van gebruik van het woord ‘ezer’ ook verder in de Bijbel zo gehanteerd? Daarvoor nemen we nu een eerste kijkje in de Psalmen.

Hulp In Benauwdheid
Psalmen 20: 1-2
Een psalm van David, voor den opperzangmeester. De HEERE (Yahweh) verhore u in den dag der benauwdheid; de Naam van den God Jakobs zette u in een hoog vertrek. Hij zende u hulp uit het heiligdom en ondersteune u uit Sion.
Hier is het koning David, die voor het volk Israël in gebed is. Dit volk is behoorlijk in het nauw gedreven. Het wordt de dag van benauwdheid genoemd.
Het is opnieuw Yahweh zelf, die hulp zendt uit het heiligdom en ondersteunt vanuit Sion oftewel Jeruzalem, waar dat heiligdom, de tabernakel eerst en later de tempel, stond.
De verhoudingen zijn weer glashelder. Het is niet het volk dat met zijn vingers klikt en Yahweh gehoorzaamt als een trouw hulpje. Het volk is in benauwdheid en is nergens zonder de hulp van Yahweh. Zijn hulp komt, zoals ook wij Zijn genade kennen, om hen te ondersteunen.
Let op! Hier is het gebruik van dit woord ‘ezer’ dus weer identiek aan de voorbeelden in de boeken van Mozes. Bovendien is het opnieuw Yahweh zelf die de grote ‘Ezer’ is.
Ook vanuit deze Psalm kunnen we van dit woord geen gehoorzaam hulpje maken. Een consequent gebruik van bijbelse bewoordingen laat het dus ook niet toe om het op die manier in Genesis 2 op de vrouw te betrekken.

Hulp In Een Uitzichtloze Situatie
Psalmen 33:
16-20 Geen koning wordt behouden door een machtig leger, geen held wordt gered door geweldige kracht; het paard faalt ter overwinning, en doet niet ontkomen door zijn geweldige sterkte. Zie, des HEREN (Yahweh) oog is op hen die Hem vrezen, die op zijn goedertierenheid hopen, om hun ziel van de dood te redden, en hen in het leven te houden in hongersnood. Onze ziel verwacht de Here (Yahweh), Hij is onze hulp en ons schild.
Welk dilemma tekent de psalmist hier? Dat is dat niemand, als hij belaagd wordt, in eigen kracht aan de dood kan ontkomen. Vers 19 zegt het heel uitgesproken ‘om hen van de dood te redden’. Daar helpt geen machtig leger aan. Je hebt niets aan geweldige kracht. Het paard was voor die tijd wat een tank of nog erger voor onze tijd is, maar ook dat paard faalt. De situatie is uitzichtloos als je Yahweh er niet in betrekt. Maar als we het van Hem verwachten, dan is Hij onze Hulp en ons Schild.
Opnieuw is het Yahweh zelf, die hier de grote ‘Ezer’ is. Natuurlijk kan ik opnieuw dezelfde vergelijking maken als bij de vorige voorbeelden. ‘Ezer’ is geen hulpje, maar de enige redding uit de nood.

De Afhankelijke Man
Psalmen 70:6
Ik ben wel ellendig en arm. O God, haast U tot mij! Gij zijt mijn hulp en mijn bevrijder; o Here, vertoef niet!
Dit wordt wel de geestelijke 112 voor crisissituaties genoemd. David wordt naar het leven gestaan en nu is hij weer in gebed, maar dit keer niet voor het volk maar voor zichzelf. Tot twee keer toe geeft hij aan dat er haast bij is. Moet God nu gehoorzamen en onderdanig David helpen. Nee. David kijkt terug en weet dat hij in het verleden niet vergeefs zijn vertrouwen op God had gesteld. Daarom noemt hij God zijn hulp. De grote koning David is de afhankelijke. Zo is de man in de man vrouw relatie de afhankelijke, die altijd mag terugvallen op de hulp die God hem gegeven heeft, zijn vrouw.

Christus, Onze Hulp
De laatste tekst in dit artikel is een heel bijzondere. De psalmschrijver Etan ontvangt hier een blik enkele eeuwen vooruit. Mij mogen dit achteraf herkennen.
Psalmen 89:20 Gij hebt weleer in een gezicht gesproken tot uw gunstgenoten en gezegd: Aan een held heb Ik hulp toebedeeld, Ik heb een verkorene uit het volk verheven;
Dit keer volgt de Staten Vertaling echt een heel stuk beter de grondtekst. Daarom planten we die er ook nog eens bij.
SVV Psalm 89:19 Toen hebt Gij in een gezicht gesproken van Uw heilige, en gezegd: Ik heb hulp besteld bij een held; Ik heb een verkorene uit het volk verhoogd.
Die profeten spraken niet tot, maar over. Het onderwerp van gesprek waren niet de gunstgenoten (meervoud), maar de Heilige (enkelvoud). De held kreeg geen hulp, maar deelt hulp uit.
Profetisch spreekt Etan in deze Psalm al over Christus Jezus als de Heilige, de Held en de Verkorene. We mogen altijd bij Christus Jezus aankloppen voor hulp en Hij deelt Zijn genade overvloeiend uit. Het zou echter van de gekke zijn om onze Heer als ons knechtje te zien omdat Hij onze Hulp is.

Onderzoek Het
Zo zien we in deze korte start in de Psalmen over het Hebreeuwse woordje ‘ezer’ dat daar voorstellingen als gehoorzaamheid en onderdanigheid totaal ongepast zijn. Zou dat dan wel gelden in Genesis 2 als het niet over Yahweh of Christus Jezus gaat, maar over onze vrouw?
De tekstplaatsen met het woord ‘ezer’ zijn nog lang niet op. We hebben dus nog een aantal woordstudies tegoed. Mijn telkens terugkerend advies is: Onderzoek het zelf. Niet ik maar de Bijbel heeft het laatste woord. Daarvoor wijs ik ook op de makkelijke hulp van een website waar je alles in de Bijbel zelf kunt uitzoeken. Die vind je door HIER te klicken.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende