U bevindt zich hier: Studie Man En Vrouw

Is De Vrouw Slechts Een Hulpje?

Genesis 2:18-20 En de Here God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.....En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.

Moeten we nu bij het Hebreeuwse woord ‘ezer’ aan een hulpje denken, een knechtje? Om hier een bijbels antwoord op te kunnen vinden kunnen we niet anders doen dan alle teksten, waar dit woord gebruikt wordt, te onderzoeken. Als de vrouw in Genesis 2 als een hulpje aan de man gegeven wordt moet dit in elk geval in minstens één van de vele gevallen dat het woord verder gebruikt wordt ook zo opgevat kunnen worden. De eerstvolgende vermelding komen we tegen in Exodus.

Eliëzer als getuigenis van de redding door God zelf
Exodus 18:4
de God van mijn vader is mijn hulp geweest en heeft mij gered van het zwaard van Farao.
Mozes had zijn tweede zoon Eliëzer genoemd, waarna we hier de uitleg van zijn naam krijgen. ‘El’ betekent ‘God’ en ‘ezer’ is het ons inmiddels bekende Hebreeuwse woord voor ‘hulp’. De naam ‘Eliëzer’ betekent dus: ‘God is mijn hulp’. De reden waarom deze zoon die naam ontvangen had wordt in dit vers uitgelegd. God had Mozes namelijk uit de macht van Farao bevrijd. Ook profetisch staat die naam voor de geweldige toekomst van dit volk Israël, dat God er straks voor zal zorgen dat gans Israël behouden zal worden (Rom. 11: 26).
Kan je nu uit de naam van Mozes zoon en uit de uitleg van zijn naam in dit vers opmaken dat God een hulpje van Mozes of zelfs van het volk Israël was? Was Mozes of Israël de baas en moest God gehoorzamen? Iedereen zal het ermee eens zijn dat die conclusie zelfs verwerpelijk is. Het woord ‘hulp’ oftewel ‘ezer’ wijst erop dat Mozes en het volk kompleet hulpeloos zou zijn zonder het genadevol optreden van God. Dat drukt dit woord ‘ezer’ hier dus uit.
We gaan naar de volgende vermelding in Deuteronomium.

Yahweh Maakt Het Volk Eén
Deuteronomium 33:7
En dit betreft Juda. Hij zeide: Hoor, Here, de stem van Juda en breng hem tot zijn volk; zijn handen strijden voor hem, en wees Gij hem een hulp tegen zijn tegenstanders.
Hier lezen we een onderdeel van de zegeningen, die Mozes uitspreekt over het volk. Als het ware lezen we hier het profetisch programma van God. We krijgen hier een tekening van een Juda, die in zijn benauwdheid het uitroept tot Yahweh. Mozes vraagt Yahweh hier te luisteren naar die benauwde stem. Als we nu naar de hedendaagse situatie van het volk kijken zien we verdeling van de 2 en de 10 stammen. Dat is nog niet tot één gevoegd, of zoals het hier staat: hij is nog niet terug gebracht tot het volk. Daar zal absoluut Yahweh voor zorgen. Dat staat vast in de vele profetieën, die daarover in de Bijbel zijn neergeschreven. Zo zal Yahweh een ‘ezer’, oftewel een ‘hulp’ zijn voor Juda. Het is Juda, die hier in zijn benauwdheid om hulp roept en die het ook zal ontvangen van Yahweh. Yahweh is daarin niet het hulpje van de baas ‘Juda’. Yahweh is als ‘Hulp’ Degene, die in Zijn almacht genade bewijst door dit volk één te maken. Er ligt in het gebruik van het woord hier geen enkele grond om te denken aan een knechtje, een hulpje van de baas.
We blijven nog in hetzelfde hoofdstuk:

Het Einddoel Van Het Volk Israël
Deuteronomium 33:26 – 29
Daar is niemand als God, o Jesurun; Hij rijdt langs de hemel als uw helper en in zijn hoogheid over de wolken……Welzalig zijt gij, Israël; wie is aan u gelijk? Een volk, verlost door de Here, die het schild uwer hulp en het zwaard uwer hoogheid is. Daarom zullen uw vijanden veinzen u hulde te brengen, en gij zult op hun hoogten treden.
We zij hier aangekomen aan het slot van de zegeningen van God, die Mozes over het volk mocht uitspreken. Je zou kunnen zeggen dat Mozes hier in een jubelstemming verkeert vanwege een absolute zekerheid over de toekomstige heerlijkheid en glorie van het herstelde Israël. Lees dat hele stuk eens na in je eigen Bijbel. Prachtig gewoon! De God van de aionen is de Toevlucht voor het volk. Hij draagt hen in Zijn armen. Alle genade, barmhartigheid en ontferming van God wordt hier uitgegoten over het volk. Als zodanig is God een ware ‘Ezer’ voor het volk. Dat wordt hier zowel door ‘helper’ als ‘hulp’ vertaald. Als iemand je draagt, ja je toevlucht is, hoe liggen dan de verhoudingen?
Hoe Zit Het Dan Bij De Vrouw?
Het blijkt dat dit Hebreeuwse woordje ‘ezer’ telkens opnieuw gebruikt wordt om de verhevenheid van Yahweh, de God van Israël, te omschrijven. De enige uitzondering is onze tekstplaats over de vrouw. Kunnen we dit plotseling anders opvatten zonder de Bijbel geweld aan te doen?
In het volgende artikel gaan we verder met deze woordstudie in de Psalmen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende