Dat is nou ook toevallig! (1)

Het kan meezitten. Het kan tegenzitten.

Ja, zo is het toch? Is het niet een gelukkig toeval dat we elkaar hier zo treffen? Nou, laat ik eens beginnen met een citaat van Albert Einstein
Toeval is Gods aanpak om anoniem te blijven”

Hoe wordt toeval in gewoon Nederlands taalkundig opgevat? Nou heel simpel: Het is toeval, dus geen opzet, geen van tevoren geënsceneerde setting. Gewoon een samenloop van omstandigheden.

(even een gefantaseerd voorbeeldje)
Dus, dat mijn oud vriendje van school, wiens ouders gewoon fabrieksarbeiders waren net als de mijne, nu eigenaar is geworden van een multinational, terwijl ik pennenlikker ben geworden binnen één van de kleinste vestigingen van diezelfde multinational, dat heeft natuurlijk niks met kwaliteitsverschil te maken. Dat is puur toeval! Of……

Laten we naar de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan gaan.
Lukas 10:31 Toevallig daalde een priester die weg af, en toen hij hem zag ging hij aan de overkant voorbij.
Nou, dat is ook toevallig! Dus geen planning! Geen opzet! Gewoon een samenloop van omstandigheden. Nou, bekijk het eens vanuit het plan dat de Heer had toen Hij deze gelijkenis begon. Het overkwam Hem niet dat plotseling in het verhaal die priester opsprong. De Heer had bij het vertellen van dit verhaal zo’n priester nodig in die setting. Dat moest iets duidelijk maken van het onderwijs dat de Heer (die titel alleen al! Dat komt nog.) ons hiermee wilde geven.

Ik denk zo dat de les van de barmhartige Samaritaan best wel redelijk bekend is. Daar hoef ik dus niet zo uitgebreid op in te gaan. Maar die priester dan? Die priester daalde toevallig die weg af. Waarom hebben we nou steeds het gevoel dat onze Nederlandstalige invulling van dit woordje “toevallig” hier niet echt op zijn plaats is? Daarvoor duiken we nu eens wat uitgebreid speciaal voor dit woordje in de Schrift.

Je kan een gelukkig toeval hebben. Dat leek het geval met die priester. Je hebt in ons gewone Nederlandse taalgebruik natuurlijk ook een ongelukkig toeval. Het kan je namelijk behoorlijk tegenzitten. Denk maar aan mij, die pennenlikker. Natuurlijk is dat nou echt nooit opzet van jezelf. Je zou wel gek zijn. Nee, dat overkomt je gewoon. Je hebt ook altijd pech. Dus toeval kan de ene kant (de gelukkige kant) oprollen, maar het kan ook de andere kant (de ongelukkige kant) oprollen. Je bent dan toch wel echt overgeleverd aan het lot. Zo voelen we het dan.

Heb je door dat we dan al gelijk op een niet zo Bijbelse manier over geluk en ongeluk nadenken? Geluk of pech! Ach, het kan je meezitten, maar het kan je ook tegenzitten. Ik ben nou eenmaal niet Guus Geluk, meer Hein Flater. Maar mensen, ik ken wel een ander, die echt gelukkig is.
1 Timotheüs 1:11 Het evangelie van de heerlijkheid van de gelukkige God,

God zit dus niet zomaar een beetje God te zijn, nee Hij is de gelukkige God! Wat nou? Kwam dan zomaar al het geluk naar Hem toerollen? Zat het Hem echt mee? Nee, maar om te ontdekken wat er nou echt bedoeld wordt zijn er tegenwoordig goede Bijbelcomputerprogramma’s en voor wie een beetje digibeet is zijn er hele goede Strong Concordanten. Je kan dus zelf nalopen wat er eigenlijk in het Grieks daadwerkelijk staat. Iedere oen, waaronder zelfs ik, dus jij zeker, kan dat nagaan.

Paulus spreekt over onze gelukkige God. In de meeste vertalingen lees je hier dan iets als “de zalige God”. Dat klinkt wel lekker vroom, maar zo’n uitdrukking glijdt ook gelijk gladjes van ons af, want hoe vroom ook, het zegt ons niks. We wensen elkaar aan het eind van het jaar een zalig uiteinde en daar bedoelen we dan iets dergelijks als een prettig oud en nieuw mee. We gebruiken het juist vanwege de nietszeggendheid. Sommigen denken dan ook dat je het allerlaatste harinkje bedoelt, dat ze achter hun kraag geslagen hebben: “echt een overheerlijk, zalig uiteinde!”

We gaan naar de grondtekst en daar komen we het woord “Makarios” tegen. Pak je nou de Strong Concordant erbij en zoek je dat woord op, dan vind je de volgende uitleg: “Gelukkig, Voorspoedig”. Bij de kreet “Gelukkig” hadden we nog steeds ons eigen idee van toeval erin kunnen lezen, zo van: “Ach ja, zo precies had God het ook niet gepland, maar het geluk lachte Hem toe”. Nee, achter dat woordje “gelukkig” staat er dan een komma met een volgend verklarend woord “Voorspoedig”. God is dus gelukkig in het feit dat Hij voorspoedig is in al zijn plannen. Dat horen we ook terug in onze Nederlandse uitdrukking dat Hem alles gelukt. Hij had van begin tot eind een plan en alles lukt. Waarom? Hoezo? Nou, Hij is namelijk de gelukkige God. Hou dit in de verdere studies vast want hiermee zitten we met dit woordje “toeval” ook helemaal op dezelfde weg.


Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende



(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken