1 Corinthe 5 7e studie

Geen leugen maar waarheid

1 Corinthiërs 5: 8 Laten wij door blijven feesten, niet met zuurdeeg van slechtheid en BOOSHEID, maar met ongezuurd brood van oprechtheid en WAARHEID.

We vonden in eerste instantie dat zuurdeeg van slechtheid al vreemd staan tegenover dat ongezuurde brood van oprechtheid. Pas toen we nader ingingen op de achtergrond van beide woorden bleek er inderdaad een duidelijke tegenstelling in de slechtheid van eigen werk met daar tegenover de oprechtheid van overvloeiende genade. Zal er ook een dergelijke tegenstelling in die twee kenmerken van boosheid en waarheid zitten?

Laat ik nu eens kort door de bocht een link leggen.
1 Corinthiërs 5: 13 Doet DE/HET BOZE uit jullie midden weg.
Die boosheid in vers 8 en die boze hier in vers 13 zijn toch zeker direct aan elkaar gelinkt? Jazeker! Maar de vraag is natuurlijk: Spreekt Paulus hier over kerktucht? Tekent Paulus hier de rechtvaardiging van een groep mensen, die zich boven andere mensen plaatsen en hen dus maar met een schop onder de achterste uit de groep mikkeren? Zal hoe God zelf handelt ons nou helemaal niks te zeggen hebben?

Lukas 6:35 De Allerhoogste is goedertieren over de BOZEN.
Tja! Is er dan bewijs dat God daar ook naar handelt? Wel degelijk! Niet alleen de goede mensen schuiven aan bij het bruiloftsfeest van Gods Zoon, ook de boze mensen.
Mattheüs 22:10 De slaven gingen uit naar de wegen en brachten allen samen die zij vonden, zowel BOZEN als goeden; en de bruiloftszaal werd vol gasten.
Die bozen werden niet uit de bruiloftszaal geknikkerd. Die goeden hadden trouwens ook niet een streepje voor. Het bijwonen van het feest was op onvoorwaardelijke grond, oftewel vanuit genade!

Zodra we nu naar de grondtekst gaan en enkele andere teksten bekijken, die over “dit boze”, of “deze boze”, spreken dan ontdekken we vrijwel gelijk de tegenstelling, die er is tussen deze boosheid en de waarheid. Wat plaatsen we namelijk ook in ons taalgebruik als iets heel vanzelfsprekends tegenover de waarheid? Dat kan niet anders dan de leugen zijn. Is dat waar het hier ook over gaat?

Als we het Grieks zelfstandig naamwoord “poneria”, dat hier in onze vertaling met “boosheid” is weergegeven nader onderzoeken, dan vinden we naast dat het voor een uitwerking bij ons mensen voorkomt ook de bron terug:
Efeziërs 6:12 Onze strijd is niet tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis, tegen de geestelijke machten van DE BOOSHEID in de hemelse gewesten.

Hier zijn het de geestelijke machten in de hemelse gewesten, die wij ook tegenkomen als we onze positie in Christus in de hemelse gewesten innemen. Het hele hoofdstuk tekent geen enkele aanval, die wij als geestelijke strijd te voeren zouden hebben. Wij mogen stand houden oftewel blijven staan.
Efeziërs 6: 11 Doet de hele wapenrusting van God aan, opdat je STAAN kan BLIJVEN tegen DE LISTEN van de duivel.

We zijn in een positie geplaatst. We staan daar. Nu trekt God ons Zijn eigen wapenrusting aan zodat we in die positie blijven staan. Dat is geen offensieve strijd. Het is ook geen defensieve strijd. Het is feitelijk zelfs helemaal geen strijd van ons. Het is een blijven staan in de positie waarin God ons geplaatst heeft. Het is een staan in de waarheid. Om het nog meer naar ons uitgangspunt te vertalen: Het is een staan in het ongezuurde brood van de waarheid (verderop in deze studie zullen we wel ontdekken wie dat is). Tegenover die waarheid staat de boosheid (oftewel de listen/leugens) van die geestelijke machten in die hemelse gewesten.

We zijn geplaatst in de hemelse in Christus. De concrete realiteit, oftewel de concrete werkelijkheid is Christus zelf, in Wie wij geplaatst zijn. Blijf daar staan. Dat is de waarheid. Daar tegenover komt de boosheid van die geestelijke machten in de listen van satan. Hij is de leugenaar vanaf het begin. Hij liegt ons een eind voor. Hij is er op uit om ons zicht op die geweldige positie in Christus in de hemelse gewesten van ons weg te nemen met zijn leugens, zijn listen. Blijf staan in de waarheid!

Efeziërs 6: 13 Neemt de hele wapenrusting van God op, om TE BLIJVEN STAAN in de BOZE dag, en om, na alles volbracht te hebben, nog steeds TE STAAN.
We worden bekleed met de wapenrusting, die God draagt. Gods eigen wapenrusting! Alles wat kenmerkend voor God is, kan je nu (geestelijk natuurlijk) zien als je naar ons kijkt. Satan met al zijn listen en al zijn boosheid ziet al die kenmerken van God terwijl hij naar jou en mij kijkt. Het is zijn dag. Het is de boze dag. Het is de boze aioon en hij is de god van die boze aioon. Maar hij ziet al die heerlijke kenmerken van God in jou en mij.
Efeziërs 3:10 Nu (dus echt op dit moment) wordt aan de overheden en de machten (die geestelijke machten van de boosheid) in de hemelse gewesten door de gemeente de veelkleurige wijsheid van God bekend gemaakt,
We blijven dus gewoon staan. God doet het werk wel door ons heen.

Voor dat zuurdeeg van boosheid hadden wij het Grieks zelfstandig naamwoord “poneria” gevonden. Nu stuiten we hier in Efeze 6: 13 op het broertje van dit Griekse woord, namelijk: “poneros”. Dat is die boze dag. Dat is die dag van de boze, oftewel satan. Dat is de huidige dag dat satan zijn leugen predikt. Nog altijd wordt het boze nieuws verkondigd en helaas vaak zelfs van preekstoelen.

Efeziërs 6: 14 Staat dan,
Ja, blijf dan maar gewoon staan! Ga niet in het offensief of in het defensief. Blijf maar gewoon genieten van het plekje waar je uit genade geplaatst bent. Jij staat in de waarheid. De leugen van de boze deert je daar niet.

Wijst inderdaad dat zuurdeeg van boosheid op de leugen van de boze? Zullen we nog enkele Bijbelse getuigenissen beluisteren over die “poneros”, die “boze”?
Mattheüs 5:37 Laat, het ja dat je zegt, ja zijn, en het neen, neen; wat meer is dan dit, dat is uit DE BOZE.
Waar gaat dit over? Nou, gewoon de waarheid spreken. Ja is dan ja en nee is dan nee. Wat heerlijk simpel hè? Dat is nou waarheid! Je kan daar natuurlijk ook bovenuit gaan. Iets meer vertellen dan de waarheid, oftewel liegen. Kijk, dat komt nou voort vanuit satan, die de leugenaar van den beginne is, oftewel uit de boze.

Mattheüs 6:13 Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van DE BOZE.
Er komt nog een profetische tijd dat er een soort verpersoonlijking van satan hier op aarde zal rondlopen. Die persoon krijgt de titel “antichrist”. Zijn optreden wordt uitgebreid door Paulus besproken in het tweede hoofdstuk van zijn tweede brief aan Thessalonica. Dan blijkt dat zijn “anti Christus zijn” niet de betekenis heeft dat hij tegen dat geloof is. Integendeel! Het woordje “anti” wijst namelijk nou juist op het innemen van de plek van het echte, oftewel het ware.

Anti” betekent gewoon “in plaats van”. Hij gaat zelfs de tempel in en aanvaart daar de aanbidding alsof hij god is.
Johannes 5:43 Ik (Christus Jezus zelf) ben gekomen in de naam van mijn Vader en jullie nemen mij niet aan; als een ander komt in zijn eigen naam, die zullen jullie aannemen.
Wat een leugen!!!! Daar gaat dit “Onze Vader” nou ook daadwerkelijk over. Een gebed ter bevrijding van die boze.

Mattheüs 13:19 Als iemand het woord van het koninkrijk hoort en het niet verstaat, komt DE BOZE en rooft weg wat in zijn hart gezaaid was;
Het kenmerkend leugenachtige werk van satan. Gods blijde nieuws was gezaaid in het hart en hij rooft het weg. Zo heb ik wel eens een verslag van een kerkdienst gehoord, waarbij de kerkganger aangaf dat de dominee het zaad gezaaid had om, toen het gras opkwam er direct met de grasmaaier overheen te gaan tot echt alles omgeploegd was. Leugen, het kenmerk van de boze.

De Heer gaf ook nog een uitleg van die gelijkenis:
Mattheüs 13:38 De akker is de wereld; het goede zaad zijn de zonen van het koninkrijk en het onkruid zijn de zonen van DE BOZE;
Jazeker, de leugenaar heeft ook nog zonen. Zullen we eens naar het volgende punt kijken?

We hebben al een kijkje in de keuken genomen van de farizeeën. Daar troffen we namelijk het oude zuurdeeg aan. Hier bij dit kenmerkend leugenachtige van het boze komen ook zij weer om de hoek kijken. De zonen van de boze.
Mattheüs 7:11 Als jullie dan, die BOOS zijn,
Mattheüs 12:34 Adderengebroed, hoe kunnen jullie goede dingen spreken, terwijl jullie
BOOS zijn?

Hoe kijken wij nu naar de bozen? Laten we maar eerlijk zijn, wij voelen de veroordeling al helemaal vorm krijgen in ons ethische denken. De leugen van de boze heeft een gewillige handlanger in ons vlees. Dat is nou ook precies de oorzaak dat we in het hoofdstuk 1 Corinthe 5 de veroordeling denken tegen te komen van mensen, die het er niet zo goed vanaf brengen als wij. We proeven er dus kerktucht in en laat dat proeven nou juist alles te maken hebben met dat zuurdeeg van boosheid. Maar er is ook het ongezuurde brood van de waarheid. Met welk oog kijkt God nu naar die bozen?
Lukas 6:35 De Allerhoogste is goedertieren over de ondankbaren en BOZEN.
Hoe kan dit nou? Daar moet je toch zeker helemaal niks mee te maken willen hebben? Ons vlees protesteert echt alle kanten op! Eigenlijk ligt het heel simpel hoe dit nou kan:
Psalmen 145:9 Yahweh is ten opzichte van iedereen goedertieren en Hij ontfermt zich over al Zijn werken.
Jazeker, die leugen van onderscheid maken tussen slechten en goeden krijgen we door die boze machten ingefluisterd daar in onze positie in de hemelse op het moment dat we eigenlijk alleen maar hoeven te blijven staan in al die heerlijkheid, waar God ons in geplaatst heeft.

Er zijn nog een heleboel andere Bijbelteksten waarmee we dit getuigenis over de boze, het boze en de boosheid zouden kunnen aanvullen. Dat wordt dan grotendeels een herhaling van zetten. We gaan nog even wat verder graven. De beide woorden “poneria” en “poneros” zijn allebei afgeleid van een Grieks grondwoord. Dat bronwoordje is “ponos”. Let hier nu heel goed op want dat kleine woordje toont ons nog heel wat meer van de leugen van de boze.

Ben je een beetje gewend aan het opzoeken van de grondtekst in een interlineair? Ben je er ook aan gewend om de Griekse woorden, die je daar tegenkomt, te vergelijken in de Strong Concordant? Ik hoop het wel voor je. Zonder dergelijk gereedschap ben je namelijk redelijk onthand als je toch na wilt gaan wat er echt staat in de Schrift. Ik wil nu namelijk heel graag samen met jou naar de bron van deze twee Griekse woorden “poneria” en “poneros”, die over de boze, het boze en de boosheid spreken. Welk woord is de bron die op deze leugenachtige boosheid uitkomt?

We hebben “poneria” en “poneros” reeds te pakken, maar we graven door. Daaronder komen we “ponos” tegen. Wat blijkt volgens de Strong Concordant de letterlijke betekenis van dit woord te zijn?
“Harde arbeid, inspanning, moeite en pijn”.
Maar we graven verder. Als pure bron komen we uiteindelijk uit op “peno”, met de letterlijke betekenis van:
Zwoegen voor het dagelijks bestaan”.

Is harde arbeid een boze bezigheid? Is inspanning foute boel? Is het lijden van moeite en pijn een totaal verkeerde activiteit? Waarom zouden we niet zwoegen voor ons dagelijks bestaan? Nou, ik denk heel eerlijk dat er helemaal geen enkel probleem ligt in de inspanning binnen het gewone maatschappelijke verkeer. Prima als we voor ons gezin harde arbeid, moeite en pijn getroosten. Zodra we echter onze geestelijke status hierin denken te kunnen terugvinden, dan draait die hele “ponos” 180 graden voor ons om en blijken we plotseling op “Boosheid”, oftewel “de Boze” (in de betekenis van de leugenaar) te stuiten.
Romeinen 10:2 Ik geef hun getuigenis, dat zij IJVER tot God hebben, maar niet met verstand.
Filippenzen 3:6 Wat
DE IJVER betreft een vervolger van de gemeente;

In deze twee teksten gebruikt Paulus het Griekse woordje “zelos”. In het Grieks zijn “ponos” en “zelos” uitwisselbare broertjes. De ijver van “ponos” resulteert in boosheid. De ijver van “zelos” in nijd. Voor de inspanning van beiden zouden we als mensen hogelijk respect kunnen hebben gezien de enorme inzet en moeite. Maar hier openbaart zich de leugen van de boze dat alles, ook ons geestelijk leven, van onze eigen bedrijvigheid verwacht. Die boosheid is het leunen op vlees, op eigen mogelijkheden, op het zelf kunnen op de verantwoordelijkheid, die wij als mensen voor God innemen. Het is de leugen! Blijf gewoon staan in de positie waar God je gesteld heeft! Dat is Gods waarheid.

Wellicht dat je de nadruk op eigen werk overtrokken vindt en je eigenlijk vindt dat we meer op de uiterlijke zonden van de ander moeten wijzen. Dat hele onderscheid zal je vergeefs bij Paulus terugzoeken. Zowel het één als het ander heeft alles met de werking van het vlees te maken. Vandaar dat de boosheid ook telkens gewoon in de hele waslijsten van vlees terug te vinden is, zowel wat er uit het hart van elk mens voortkomt als waar de God zelf de maatschappij in overgegeven heeft.
Markus 7: 21-23 Van binnen uit het hart van de mensen komen voort BOZE overleggingen, overspel, hoererij, moord, diefstal, hebzucht, BOOSHEID, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, onverstand; al deze BOZE dingen komen voort van binnen en verontreinigen de mens.
Romeinen 1: 28 De God heeft hen overgegeven tot in een verkeerd denken, om dingen te doen die niet passen; vervuld van alle ongerechtigheid,
BOOSHEID, hebzucht en slechtheid; vol nijd, moord, twist, list en kwaadaardigheid;

1 Corinthe 5: 8 Het ongezuurde brood van oprechtheid en waarheid.
Tegenover het zuurdeeg van boosheid staat het ongezuurde brood van waarheid. We kunnen vrij kort zijn door de juiste vraag te stellen: Wie is de waarheid?
Johannes 1:14 Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons getabernakeld, vol van genade en WAARHEID.
Johannes 1:17 De genade en
DE WAARHEID is dwars door Jezus Christus geworden.
Johannes 5:33 Johannes heeft van
DE WAARHEID getuigd.
Johannes 8:32
DE WAARHEID zal jullie vrijmaken.
Johannes 14:6 Jezus zei: Ik ben de weg,
DE WAARHEID en het leven.
Johannes 17:17 Uw woord is
DE WAARHEID.
Romeinen 9:1 Ik spreek
DE WAARHEID in Christus,
2 Corinthiërs 6:7 Het woord van
DE WAARHEID.
2 Corinthiërs 11:10
DE WAARHEID van Christus is in mij,
Galaten 2:5
DE WAARHEID van het evangelie.
Galaten 2:14
DE WAARHEID van het evangelie,
Efeziërs 1:13 Het woord van
DE WAARHEID, namelijk het blijde nieuws van jullie redding,
Efeziërs 4:21
DE WAARHEID is in Jezus.
Colossenzen 1:5 Het woord van
DE WAARHEID, namelijk het blijde nieuws,
Colossenzen 1:6 De genade van God in
WAARHEID,
2 Timotheüs 2:15 Het woord van
DE WAARHEID.
Jakobus 1:18 Het woord van
DE WAARHEID,

We mogen feestvieren met dit ongezuurde brood van waarheid. Wie is die waarheid? Dat is niemand minder dan Christus Jezus zelf, die ons Leven is. We hadden al nagedacht over die wapenrusting van God, die Hij ons aantrekt om eenvoudig stil te blijven staan in de positie waar God ons gesteld heeft. Als we dan die kledij van God zelf aan hebben, waar zijn we dan mee omgord?
Efeziërs 6:14 Staat dan vast, jullie lendenen omgord met DE WAARHEID,
Christus zelf is die wapenrusting van God. Wij kunnen daarom ook gewoon rustig blijven staan.

Hoe moeilijk is het? Daar is dat zuurdeeg van boosheid, van de leugen van satan. Maar wat zegt Paulus?
1 Corinthe 5: 7 Jullie zijn ongezuurd want ons pascha, Christus, is geslacht.
Jazeker mensen, wij zijn ongezuurd! Er is geen spatje zuurdeeg bij ons terug te vinden. Geen leugen van satan, maar de waarheid, die Christus is.
1 Johannes 2:21 Geen leugen is uit DE WAARHEID.


Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende



(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken