1 Corinthe 5 3e studie

Wat is nou echt zuurdeeg?

1 Corinthe 5: 7 Jullie zijn ongezuurd. Want ons pascha, Christus, is geslacht.

Weten we het eigenlijk wel dat wij helemaal niet gezuurd zijn? Wie zijn dat volgens deze uitspraak van Paulus. De mensen, die Paulus hier aanspreekt als de `Jullie`. Daar begint Paulus mee. Ook de ´Ons´ zijn dat. Dat is namelijk waar Paulus de tekst verder mee afmaakt. God heeft ons dus allemaal, zowel die mensen, die hier opgeroepen worden om dat zuurdeeg weg te doen als die man, over wie geroddeld wordt dat hij zich aan seksuele uitspattingen had uitgeleverd als al de overige mensen, God heeft ons allemaal aan Zijn waarheid verbonden. Er is dus in principe dankzij het werk van Christus helemaal niks opgeblazens aan ons mensen. We kunnen dus echt zomaar feest vieren!

Daar waar ik het echter van mezelf verwacht, daar blaas ik me in de praktische zin dus gelijk weer op. Ik denk bijvoorbeeld dat ik God gevonden heb in tegenstelling tot onze buurvrouw, die nog niks weet van onze God. Ik ben weer aan het opblazen terwijl ik ongezuurd ben dankzij Christus. Ik denk bijvoorbeeld aan mijn keuze voor Jezus, waar mijn collega nog helemaal niks van weten wil. Daar ben ik weer bezig met opblazen en roemen. Ik zie buren in mijn directe omgeving die samenwonen zonder getrouwd te zijn terwijl ik momenteel al 44 jaren met dezelfde vrouw gehuwd ben en ik vergelijk, ja blaas. “O, o, o, wat heb ik het er tot nu toe goed vanaf gebracht als ik het vergelijk met de mensen in de wereld!” Ik knal zowat van trots! “Maar”, zeg ik er dan wel gelijk achteraan, “Ik doe dit allemaal voor de Heere!” En ik knal uit elkaar van opgeblazenheid! Ik lijk dat zuurdeeg, dat het compacte brood zo lekker luchtig maakt, weer ijverig te gebruiken.

Ja, de wens is de vader van de gedachten. Ik hoop in zo´n geval maar dat ik snel knap en dus ontdek hoe ik voorbij ga aan het resultaat van het werk van Christus. Tjonge, denk je eens in dat je God voor dat trotse eigenzinnige handelen van ons zou kunnen spannen. Nou, dat is nou precies wat ik jaren gedaan heb en God is altijd doorgegaan met Zijn werk in en aan mij uit genade. Hij trok zich niks aan van mijn zuurdeeg. Alles, echt alles is het werk van Christus. Wat een geweldige rijkdom heeft dat allemaal tot stand gebracht dat we allemaal ongezuurd worden genoemd!

Maar wat is nou eigenlijk zuurdeeg? Het wordt nou toch eens tijd om wat dieper op dat zuurdeeg in te zoemen. Dankzij het werk van Christus waren deze gelovigen volkomen ongezuurd. Daar heb je ons volkomen rein zijn in Christus. Dat kan niemand ongedaan maken. Eens voor altijd is dat werk volbracht! Toch kunnen blijkbaar die ongezuurde gelovigen zich intensief met zuurdeeg bezig houden.

Welk kenmerk heeft het zuurdeeg bij deze Corinthiërs?
1 Corinthiërs 5:6-9 Jullie roem deugt niet. Weten jullie dan niet dat een beetje ZUURDEEG het hele deeg ZUUR maakt? Ruim het oude ZUURDEEG op, omdat jullie vers deeg mogen zijn, want jullie zijn toch zeker ongezuurd? Want ook ons Pascha, Christus, is geslacht. Laten wij daarom door blijven feesten, niet met oud ZUURDEEG, ook niet met ZUURDEEG van slechtheid en boosheid, maar met ongezuurd brood van oprechtheid en waarheid.

Zie je de botsing tussen wat we in werkelijkheid zijn dankzij het werk van de Heer en de praktijk, die we dan toch weer oppikken? We zijn een vers deeg. Dat zijn we dankzij het feit dat we allang ongezuurd zijn. Dat ongezuurd zijn is nou ook juist de oorzaak voor dit feest dat maar door blijft gaan. Eigenaardig dat wij er dan telkens maar weer zuurdeeg aan denken te moeten toevoegen!

Wat is er nou eigenlijk aan de hand in deze groepering in Corinthe? Er is sprake van…..
1e. Een beetje zuurdeeg
2e. Het oude zuurdeeg
3e. Zuurdeeg van slechtheid
4e. Zuurdeeg van boosheid

Het 1e punt: Een beetje zuurdeeg
Dit vinden we niet alleen in Corinthe, maar ook in Galaten.
Galaten 5:9 Een beetje ZUURDEEG VERZUURT het hele deeg.
Paulus geeft gelijk bij de start van de brief aan Galatië al aan waar de schoen wringt.
Galaten 1: 6 Ik verbaas me erover, dat jullie zo snel van Hem, die jullie door de genade van Christus geroepen heeft, overgaan naar een ander (in essentie) evangelie, dat geen ander(-soortig) is; maar er zijn sommigen die jullie in verwarring brengen en het evangelie van Christus willen verdraaien.

Die sommigen, die deze gelovigen in verwarring brachten, noemt Paulus binnengeslopen valse broeders. Maar waar zijn die valse broeders op uit?
Galaten 2: 4-5 De binnengeslopen valse broeders, die zich binnengedrongen hadden om onze vrijheid te bespieden, die wij in Christus Jezus hebben, met het doel ons tot slavernij te brengen.
Ze willen gelovigen, die de vrijheid in Christus ontdekt hadden, opnieuw hun vrijheid beroven en hen dus tot slavernij brengen. (Ik zal je eerlijk zeggen dat ikzelf me daar ook jaren door heb laten inpakken. Op de één of andere manier past dat uitsloven voor God ons veel makkelijker dan het alleen maar van genade te verwachten.)

Paulus gaat vragen stellen in Galaten om die vrijheid in Christus weer boven tafel te krijgen.
Galaten 3: 2-3 Hebben jullie de Geest ontvangen op grond van de werken van de wet of op grond van de prediking van het geloof? Zijn jullie zó onverstandig? Jullie zijn in de Geest begonnen, willen jullie nu in het vlees volmaakt worden?

Die valse broeders hadden dus slechts een klein beetje zuurdeeg in het deeg gestopt. Zuurdeeg in de vorm van wettisch een zware verantwoording op de schouders leggen, een verantwoording die je niet kan dragen en die ook in het geheel niet onze verantwoording is. Waar het wel lijkt te lukken, waar je dus wel een beetje in de goede richting lijkt te komen, daar zie je de werking van het zuurdeeg in de trots en de hoogmoed van opgeblazen, zeer geestelijke, standjes, maar ook waar de mens helemaal radeloos is van de onmogelijke opdracht, daar zie je de wanhopige uitwerking van datzelfde zuurdeeg. Maar een klein beetje, maar het is genoeg om een groep te krijgen, die met de borst vooruit neerkijkt op de groep, die beseft dat die verantwoording te zwaar op de schouders drukt.

Galaten legt het uit. In Corinthe zien we de uitwerking. De roddels gaan rond. Er is een man, die de verantwoording niet aankan en waar de groep, die in hun eigen oordeel zichzelf toch al een heel eind op weg vindt zijn, hoogmoedig op neerkijkt. Een beetje zuurdeeg dat het hele deeg zuur maakt.

Een beetje zuurdeeg. We hebben hier in dit eerste voorbeeld van zuurdeeg dus iets wat eigenlijk geen naam mag hebben. Het is toch zeker alleen maar een klein beetje? Het is zowel in Galaten als in Corinthe toch niet iets overweldigends? Nee, het is maar een ietsjepietsje vertrouwen stellen op de eigen inbreng voor God. Het is niet die bakladingen zelftrots, waar de mensheid in oefent (Tjakka) om in de wereld een geweldige topper te zijn. Nee, zo zitten wij niet in elkaar. Een klein beetje maar. We willen namelijk wel nog graag iets doen voor de Heer. Al is het maar onze dienst in de kerk. Al is het maar dat ik een keuze voor de Heer maak. Al is het maar dat ik me gehoorzaam laat dopen. Het gaat alleen maar om een heel klein beetje! En dat nog voor God ook!

Een beetje maar.
Mattheüs 13:33 Een andere gelijkenis sprak Hij (Christus Jezus) tot hen: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan ZUURDEEG, dat een vrouw nam en in drie maten meel verborg, totdat het helemaal DOORZUURD was.
Ach het was maar een kruimeltje zuurdeeg, dat deze vrouw in die drie maten meel stopte. Dat meel was ongezuurd. Dat meel, dat deugde! Wat kan je van dat meel zeggen?
1 Corinthe 5: 7 Jullie zijn ongezuurd. Want ons pascha, Christus, is geslacht.

Er is reden om feest te vieren, maar pas op. Daar komt een dametje aan met slechts een kruimeltje zuurdeeg. Je kan het ook zo zeggen, zoals het in Galaten verwoord werd: “Pas op! Daar komen binnengeslopen valse broeder aan, die het plan hebben om ons tot slavernij te brengen.”

Ja, ik weet het! Het gros van de christenheid, inclusief het merendeel van de evangelische wereld, ziet bij deze gelijkenis plotseling iets anders in dat zuurdeeg. Men ziet daar het evangelie in, dat dankzij de verkondiging door ons mensen de hele wereld zal doorzuren. Een vreemde symboliek om Gods blijde nieuws te zien als een zuur dat alles aanvreet en alleen maar alles tot gebakken lucht maakt. Je moet daarbij dan ook eventjes vergeten dat wij dankzij het Passcha ongezuurd zijn. Zijn we dan dankzij Christus werk zonder het evangelie? Maar ja, zo ziet men het dus. Waar zit het draaipunt, waar deze gedachte de verkeerde hoek omzwaait?

Men leest het volgende:
Mattheüs 13:33 Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan ZUURDEEG,
Gelijk concludeert men haast automatisch dat het koninkrijk der hemelen iets wegheeft van zuurdeeg. Deze conclusie herhaalt zich trouwens ook bij al die andere gelijkenissen. Kijk maar wat men leest:

Mattheüs 13:24 Het koninkrijk der hemelen is gelijk geworden aan een mens die goed zaad in zijn akker zaaide.
De automatische conclusie, die men trekt, is dat deze zaaier het koninkrijk der hemelen is.
Mattheüs 13:31 Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad,
De automatische conclusie is ook hier weer voor de meeste lezers dat zo’n mosterdzaadje het koninkrijk der hemelen is.

Wat men dus doet is dat men het direct erop volgende woord als de verklaring ziet van wat het koninkrijk der hemelen nou eigenlijk is. De Heer vertelt echter gelijkenissen. Dat zijn leringen in verhalende vorm. Het hele verhaal is dan ook de inhoud van wat dat koninkrijk der hemelen nou feitelijk is.

Hoe lees ik het dan ook?
Mattheüs 13:33 Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan:
De hele hierop volgende zin neem ik als hetgeen waar het koninkrijk der hemelen aan gelijk is:
ZUURDEEG, dat een vrouw nam en in drie maten meel verborg, totdat het helemaal DOORZUURD was.

Er is echter iets wat het overduidelijk maakt waardoor men de betekenis van die gelijkenissen niet ziet.
Mattheüs 13:13 Ik (Christus Jezus) spreek tot hen in gelijkenissen opdat zij ziende niet zien, en horende niet horen, en niet verstaan.
Heel simpel: De Heer heeft hun oren gesloten en met het doel dat ze het maar niet zouden begrijpen sprak de Heer in gelijkenissen. Tja, stel die vraag nou eens: “Waarom sprak de Heer in gelijkenissen?” Geheid dat je het tegenovergesteld antwoord krijgt.

Nu weer terug naar die gelijkenis van dat hele kleine beetje zuurdeeg. Er hoort er nog eentje bij, die over het mosterdzaadje. Eigenlijk sprak de Heer hier een duet van twee gelijkenissen uit, een soort tweeling-gelijkenis. Ik zet ze hier even bij elkaar.
Mattheüs 13:31-33 Een andere gelijkenis hield Hij (Christus Jezus) hun voor en Hij zei: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan een mosterdzaad, dat een mens nam en zaaide in zijn akker; het is wel kleiner dan alle zaden, maar als het is opgegroeid is het groter dan de moeskruiden en wordt een boom, zodat de vogels van de hemel in zijn takken komen nestelen. Een andere gelijkenis sprak hij tot hen: Het koninkrijk der hemelen is gelijk aan ZUURDEEG, dat een vrouw nam en in drie maten meel verborg, totdat het helemaal DOORZUURD was.

Ben je een beetje bekend met zaadjes en wat daaruit groeit? Nou, een boom krijg je echt van zijn levensdagen niet uit zo’n mosterdzaadje! Nee, het wordt een struik van hooguit drie meter. Een boom heeft de pretentie daar bovenuit te torenen. Nee, dit wordt echt wel degelijk een boom volgens de gelijkenis van de Heer. Maar wel een hele gekke boom dan, namelijk een boom die nergens bestaat want een mosterdzaadje groeit altijd alleen maar uit tot een struik. Dus hier is sprake van een uit de kluiten gegroeide mosterdboom. Je kan het net zo goed een monsterboom noemen. Mocht je dan ook nog even naar Christus uitleg over die vogels van de hemel willen kijken, dan schrik je jezelf toch wel helemaal te pletter.
Mattheus 13: 4 Terwijl hij zaaide viel een deel langs de weg; en de vogels kwamen en aten het op.
Mattheus 13: 19 De boze komt en rooft weg wat in zijn hart gezaaid was; deze is het die langs de weg gezaaid is.

In al de heerschappij van de hemel hier op aarde, oftewel het koninkrijk der hemelen, heb je dus een zaadje dat tegen alle normale natuurwetten in tot een grote monsterboom uitgroeit, waar de boze zich in nestelt. Diezelfde lijn wordt ook getekend als de Heer begint te spreken over dat kleine beetje zuurdeeg. Je hebt de basis: Dat is het gezonde, ongezuurde meel. Dat is reden voor een feessie! Maar een klein beetje zuurdeeg (een klein beetje eigen menselijke inspanning) wordt eraan toegevoegd en het blaast zich op tot gigantische proporties. Het verrottingsproces vertoont zich in al de gebakken lucht. Trots, hoogmoed, neerkijken op de ellendeling, die zich niet aan hun hoge normen weten te houden. Het menselijk instituut, dat wij als mensen hier op aarde gevormd hebben om God te dienen wordt in deze gelijkenissen in al zijn onpracht omschreven.
1 Corinthiërs 5:6 Weten jullie dan niet dat een beetje ZUURDEEG het hele deeg ZUUR maakt?
Galaten 5:9 Een beetje
ZUURDEEG VERZUURT het hele deeg.

Maar mensen, besef goed!!!:
1 Corinthe 5: 7 Jullie zijn ongezuurd. Want ons pascha, Christus, is geslacht.
Dit staat als een huis want dit is wat Christus heeft bewerkt!


Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende



(C) 2005 - Alle rechten voorbehouden

Deze pagina afdrukken