U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan
Terug naar: Startpagina
Algemeen: Mijn spreekbeurten Gedichten Overzicht geopende bestanden 2 Bijbelverwijzingen 3 Bijbelverwijzingen 2 Bijbelverwijzingen Alle Onderwerpen Overzicht geopende bestanden Contact

Zoeken naar:

De brief aan de Romeinen 6

Gerechtvaardigd door geloof

Romeinen 4 is een prachtige Bijbelstudie van Paulus over Abraham. Nu kun je je natuurlijk afvragen of Abraham, een persoon uit het oude testament, voor ons wel interessant is. Veel mensen denken dat als je gelooft in het geheimenis, zoals het door Paulus geopenbaard is in de Efeze- en Kolossebrief, dat dan de rest van de bijbel oninteressant is. Het grootste deel van de bijbel gaat immers helemaal niet over ons, maar voornamelijk over Israël, of over de gelovigen die horen bij het nieuwe verbond. Maar wij lezen de bijbel niet om meer over onszelf te leren, wij lezen de bijbel om God beter te leren kennen. Hij is het onderwerp van Zijn boek. Hij laat zich door ons kennen op elke bladzijde van de bijbel.
Paulus maakt in zijn brieven veelvuldig gebruik van het oude testament. Dat waren de geschriften waar de gelovigen die bij het nieuwe verbond hoorden, joden en heidenen, in eerste instantie uit onderwezen waren. Het nieuwe testament bestond immers nog niet.

In Romeinen 3:28 zegt Paulus:
Want wij stellen vast, dat een mens gerechtvaardigd wordt door geloof, zonder werken van de wet
Deze stelling gaat Paulus verder uitwerken aan de hand van de geschiedenis van Abraham.
Stel je voor dat Abraham door werken gerechtvaardigd is. Tja, dan kan Abraham roemen, maar niet bij God. Zo werkt dat niet bij God. Hoe staat het ook al weer in 1 Kor 1:31 en 2 Kor 10:17
Wie roemt, laat hij roemen in de Heer.
Een oproep die al in het oude testament voorkomt nl in Jeremia 9:24, waar Jeremia vervolgt met:
want in zodanigen (nl die in de Here roemen) heb Ik behagen luidt het woord des Heren.
Nee abraham was niet gerechtvaardigd door werken:
Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend.

Deze aanhaling uit genesis 15:6 is tevens de eerste keer dat deze twee woorden, geloof en gerechtigheid, in de schrift genoemd worden.
Willen we een bepaald onderwerp in de schrift bestuderen, dan is het altijd zinvol om die plaats op te zoeken waar dat betreffende onderwerp voor het eerst genoemd wordt. Als het gaat om geloof en gerechtigheid dan vinden we dat dus hier in genesis 15.
In dit hoofdstuk gaat het dus niet over het geloof van Jezus Christus. Dat geloof is de basis van onze gerechtigheid. Als de Here Jezus niet de weg gegaan was naar het kruis en via het graf tot in de opstanding, dan was er voor ons geen gerechtigheid mogelijk geweest, hoe hard we ook zouden geloven.
Dat is natuurlijk ook het meest kenmerkende van geloven; Je gelooft ergens in of je gelooft iemand. Die persoon, die jij gelooft moet dan wel betrouwbaar zijn. En het werk waar jij je vertrouwen op stelt moet wel een vaststaand feit zijn.
Nou gelukkig is dat in dit geval ook zo. Het is God zelf waar we in mogen geloven en het is het werk van de Here Jezus waar we ons geloof op mogen bouwen.
Maar dan is het toch noodzakelijk om te geloven, want door het geloof wordt de gerechtigheid van God ons toegerekend.

Zou je dat geloof nou ook als werk kunnen zien? Nee, natuurlijk niet! Geloof is een gave van God (Ef 2:8) Als God zich eenmaal aan je heeft geopenbaard kun je niet anders meer dan geloven, dan weet je het zeker. Dat is nou eenmaal het kenmerk van geloven. Het geloof is het zeker weten van de dingen die je niet ziet (hebr.11:1).
De Here Jezus is voor alle mensen gestorven, en in het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat dus ook alle mensen gerechtvaardigd worden. Maar niet allemaal tegelijk. Door het geloof krijg je deel aan de gerechtigheid van God. God schenkt dat geloof aan alle mensen, maar aan een ieder op zijn eigen tijd. Volgens Gods plan.

Hiermee hebben we dus eigenlijk de volgende vraag van Paulus in Rom 4 al beantwoord
vers 9 Geldt dit geluk nu de besnedenen of ook de onbesnedenen?
Dat geluk waar het hier over gaat is dus de gerechtigheid van God op grond van genade. Laten we maar weer naar Abraham kijken, vers 10
Hoe werd het hem dan toegerekend? Toen hij besneden was of onbesneden? Niet besneden, maar onbesneden.
De besnijdenis volgde op de gerechtigheid. Daarom kon Abraham een vader zijn van alle gelovigen, besnedenen en onbesnedenen. Het gaat om hen
die wandelen in de voetsporen van het geloof dat onze vader Abraham in zijn onbesneden staat had. Vers 12.
Wat deed Abraham, wat wij mogen volgen? Hij geloofde God. En dat mogen wij dus ook. Daarmee is Abraham niet onze vader naar het vlees geworden, dat is hij alleen voor Israël, maar hij is wel onze vader in het geloof.

Abraham heeft ook geleefd uit het geloof. Zo beschrijft Paulus in de verzen 19-21 hoe Abraham bleef geloven dat God hem een nakomeling zou geven. Ook al was hij en ook zijn vrouw niet vruchtbaar meer. Als we echter de hele geschiedenis van Abraham in het oude testament lezen, dan komen we er achter dat hij lang niet altijd uit geloof heeft gehandeld. Denk maar aan zijn leugen aan de Farao toen hij deed of Sarai alleen maar zijn zus was. Of de geschiedenis van de geboorte van Isaäk. En toch roemt Paulus het geloof van Abraham. Ja zo gaat God met ons om, in genade! Abraham wist het wel, als het aan hem had gelegen dan waren de beloften van God nooit uitgekomen. Gelukkig deed God het zelf.
Abraham geloofde God en het werd hem tot gerechtigheid gerekend. Deze woorden zijn niet alleen opgeschreven ter wille van Abraham, (vers24-25)
maar ook ter wille van ons, wie het zal worden toegerekend, ons die geloven in Hem die Jezus onze Heer uit de doden heeft opgewekt, die overgegeven is om onze overtredingen en opgewekt om onze rechtvaardiging
Deze verzen zijn een stimulans te meer om het oude testament te lezen : Deze woorden zijn voor ons geschreven.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Ga naar: De brief aan de Romeinen 5 De brief aan de Romeinen 7