U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan
Terug naar: Startpagina
Algemeen: Mijn spreekbeurten Gedichten Overzicht geopende bestanden 2 Bijbelverwijzingen 3 Bijbelverwijzingen 2 Bijbelverwijzingen Alle Onderwerpen Overzicht geopende bestanden Contact

Zoeken naar:

De brief aan de Romeinen 16

Hoofdstuk van ongeveinsde liefde

In Romeinen 12 begint Paulus eindelijk te vertellen wat er van de gelovige verwacht wordt, hoe haar wandel moet zijn. Nadat hij inde eerste 8 hoofdstukken heeft uitgelegd hoe de redding tot stand komt en wat de gevolgen zijn t.o.v. God. En Hij in de hoofdstukken 9-11 heeft laten zien welke positie zowel Israël als de heiden inneemt, nu en straks. Komt dan nu eindelijk het “praktische” gedeelte.

Deze opbouw zien we in vrijwel alle brieven van Paulus, kennelijk is onze wandel niet het belangrijkste. Het draait niet om ons, maar om de eer van God. Zoals we in het laatste vers van hoofdstuk 11 ook hebben gelezen.
Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen! Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! Amen.
Inderdaad, amen. Hiermee is eigenlijk alles gezegd. Wij echter denken vaak vanuit onszelf en daarom hebben we de neiging om eerst te kijken wat wij moeten doen. Wij denken van onderaf, terwijl God wil dat we het leven van bovenaf bekijken.

Maar toch, wat moeten we doen? Niet zo veel hoor:
Vers 1 Ik vermaan u dan, broeders, door de ontfermingen van God, dat u uw lichamen stelt tot een levende offerande, heilig, voor God welbehaaglijk, dat is uw redelijke dienst.
Zien we het plaatje? Een altaar en daarop het offer. Wat doet een offer? NIETS! Niet het offer doet iets, maar degene die offert. Wij mogen dus als een levend offer klaar zijn voor alles wat God wil doen door ons lichaam heen.

Een heilig offer. Dat wil niet zeggen dat we eerst volmaakt moeten leven, om zo heilig te worden en geschikt voor God. Nee, heilig betekent in de bijbel gewoon apart gezet. De gelovige heeft een andere positie dan de rest van de wereld, de gelovige is heilig, apart gezet.
Voor God welbehaaglijk. Ook dat is geen verdienste van ons, maar door het werk van de Here Jezus heeft God een welbehagen in ons. Hij kijkt met plezier naar ons.

Dat is uw redelijke dienst, of zoals je het ook kunt vertalen; dat is uw logische godsdienst. Als iemand dus aan je vraagt wat jouw godsdienst is, dan kun je gewoon zeggen :”Ik stel mijn lichaam tot een levende offerande.” Natuurlijk verklaart iedereen je dan voor gek en misschien hebben ze wel een plekje naast een pseudo Napoleon, maar toch is het heel logisch. Als je gezien hebt in de voorgaande hoofdstukken wat eigen werk voor resultaat heeft, dan is dit de enige logische dienst; laat God het maar doen.
Vers 2 En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw denken, opdat u beproeft wat de wil van God is; het goede, welbehaaglijke en volmaakte.

Het woord dat hier vertaald wordt met wereld is het welbekende woord ayon. De huidige ayon is een wereld dat totaal van God is afgeweken. De overste van deze ayon is de satan. Wij weten dat deze ayon ten einde loopt, dat er oordelen over gaan. Wat ons betreft, wij zijn niet van deze ayon, zoals de Here Jezus al zegt in Johannes 17:14
En de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn zoals Ik niet van de wereld ben.

Maar hoe doe je dat? We zijn tenslotte allemaal in deze ayon geboren, uiterlijk is er geen verschil tussen een gelovige en een ongelovige. Het verschil zit van binnen en we moeten dus ook van binnenuit veranderen. We zijn met Christus gestorven en in nieuwheid des levens opgestaan. We hebben dus een nieuw leven en dat nieuwe leven wordt gekenmerkt door nieuw denken. Eerst dachten we vanuit onszelf, zeg maar van onderaf en nu denken we vanuit God, dus van bovenaf. Dit denken nu zegt Paulus moet de bron zijn waardoor wij veranderen. Maar ook dat veranderen is geen daad van onszelf. Er staat wordt veranderd, niet verander. Het is dus niet iets wat wij doen, maar het wordt aan ons gedaan, en wel door het nieuwe denken. Dat nieuwe denken werkt een verandering uit. In 2Korinthe 3:18 zegt Paulus hetzelfde:
Wij allen nu, die met onbedekt gezicht de heerlijkheid van de Heer aanschouwen, worden naar hetzelfde beeld veranderd van heerlijkheid tot heerlijkheid, als door de Heer de Geest.

Het gevolg van deze verandering is dat we de wil van God leren kennen, nl. het goede, welbehaaglijke en volmaakte.
Deze twee verzen zijn een samenvatting van de wandel van de gelovige in de tijd van de nieuwe verbondsgemeente. In onze huidige tijd, de tijd van de gemeente het lichaam van Christus, lezen we over onze wandel in Efeze 4:22
Dat u, wat uw vroegere wandel betreft, de oude mens hebt afgelegd, die ten verderve gaat overeenkomstig zijn bedrieglijke begeerten, en vernieuwd bent in de geest van uw denken, en de nieuwe mens hebt aangedaan, die overeenkomstig God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid
In feite dus hetzelfde. Ook wij hebben dat nieuwe denken, dat denken van bovenaf. Ook bij ons is dat denken de bron van onze verandering. De nieuwe mens handelt anders dan de oude mens; die nieuwe mens is Christus in ons.

Het draait niet om mij. De consequentie hiervan is dan ook dat we niet hoogmoedig zijn maar bescheiden. Het is tenslotte Gods genade en niet ons werk dat ons leven vorm geeft. En als het dan gaat om onze omgang met elkaar zegt Paulus in vers 16:
Weest onderling eensgezind; streeft niet naar hoge dingen, maar voegt u bij de nederigen. Weest niet wijs in eigen oog (eigenwijs).
Dus als we met elkaar omgaan is ook Gods genade ons uitgangspunt.

In de verzen 4-8 tekent Paulus de onderlinge gemeenschap zoals hij functioneert in de nieuwe verbondsgemeente. De gemeente wordt hier vergeleken met een lichaam. Niet zoals in de efezebrief, waar de gemeente het lichaam van Christus is. Hier gaat het om een lichaam, één in Christus. Elk lid van dat lichaam heeft een eigen taak. Deze taak kiest de gelovige niet zelf, ook niet naar aanleiding van een gaventest, maar naar de genade die ons geschonken is.

De bron van waaruit de gemeente functioneert is liefde. En wat voor een liefde! Vers 9
De liefde zij ongeveinsd.
Je weet wel wat geveinsde liefde is; vriendelijk in aanwezigheid en roddelen als je er niet bij bent. Dat is geveinsde liefde. Niet deze liefde, deze liefde is echt en komt van binnenuit. Dit is de liefde van Christus. God heeft zijn liefde in onze harten uitgestort en die liefde gaat uit naar onze broeders en zusters. Je ziet het is dus ik of Christus. Als ik hoogmoedig ben en zelf deze liefde probeer te praktiseren, dan val ik door de mand, zij is geveinsd.

Het hele volgende gedeelte laat deze tweedeling zien: Ik gelijkvormig aan deze ayon of ik, Christus in mij.
Vers 9 Hebt een afkeer van het kwade; weest gehecht aan het goede.
Aan het kwade willen we geen deel hebben, maar het goede dan zijn we één mee geworden.
En naar de wereld toe geld vers 18
Zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, houdt vrede met alle mensen.

Natuurlijk kunnen we geen vrede houden met alle mensen. Wij zijn immers niet van deze wereld en de Here Jezus zegt daarover in Johannes 15:19
Als u van de wereld was, zou de wereld het hare liefhebben; maar omdat u niet van de wereld bent, maar Ik u uit de wereld heb uitverkoren, daarom haat u de wereld.

Het is dus een normale zaak als mensen ons niet aardig vinden. Maar wat ons betreft mogen we onze medemensen, onze naasten liefhebben. Dat is ook wat Christus deed en doet en toch verwezen ze Hem naar het kruis. Wees niet hoogmoedig, hoe zou de wereld ons wel liefhebben als ze Christus niet liefhebben?
Vers 21 Laat u door het kwade niet overwinnen, maar overwin het kwade door het goede.
Als we ons voegen naar deze wereld, deze ayon, dan overwint het kwade. Maar als we ons door God laten leiden, als een willoos offer, als we veranderd worden door ons nieuwe denken, dan overwint het goede. Richt je maar op God, die zowel het willen als het werken in jou wil bewerken. Gods genade is genoeg!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Ga naar: De brief aan de Romeinen 15 De brief aan de Romeinen 18