U bevindt zich hier: Artikelen Machtelt de Haan
Terug naar: Startpagina
Algemeen: Mijn spreekbeurten Gedichten Overzicht geopende bestanden 2 Bijbelverwijzingen 3 Bijbelverwijzingen 2 Bijbelverwijzingen Alle Onderwerpen Overzicht geopende bestanden Contact

Zoeken naar:

Efeze & Kolosse 12

We Hoorden Er Niet Bij

In het vorige gedeelte hebben we gezien wie we waren en wie we geworden zijn individueel. In Efeze 2:11-22 laat Paulus zien wie we gezamenlijk zijn geworden.
In vers 11 en 12 noemt hij zeven kenmerken van de gelovigen uit de volken, de heidenen.
1. Ze werden onbesnedenen (voorhuid) genoemd.
2. Ze waren zonder Christus.
3. Ze waren (ver)vreemd van het burgerschap van Israël.
4. Ze waren vreemdelingen van het verbond.
5. Ze hadden geen hoop.
6. Ze waren zonder God in deze wereld.
7. Ze waren veraf.

1: ze werden onbesnedenen genoemd.
Vers 11: Daarom bedenkt dat u, die vroeger de volken in het vlees was en onbesneden werd genoemd door de zogenaamde besnijdenis die in het vlees met handen gebeurt...
U, dus Paulus spreekt hier weer de gelovigen uit de heidenen aan, zoals ook elders in deze brief. Wij werden onbesneden genoemd of letterlijk voorhuid. Het uiterlijke onderscheid tussen Jood en heiden was de besnijdenis. De Joden, die ons heidenen onbesnedenen noemden, worden door Paulus aangeduid als de zogenaamde besnijdenis. Ze worden wel besneden genoemd, maar zijn ze ook besneden? Het gaat hier om een werk van mensenhanden, iets uiterlijks. De Joden beroemden zich erop dat zij besneden waren en de heidenen niet. Voor hen waren de heidenen daarom minderwaardig.

In de Romeinenbrief legt Paulus al uit hoe onzinnig dit is als hij in Rom.2 de Jood aanklaagt en laat zien dat ze net zo schuldig staan voor God als de heidenen, die nooit van God gehoord hebben. Hij zegt daar over de besnijdenis: rom.2:28,29 Want niet hij is een Jood die het uiterlijk is, en niet dat is de besnijdenis die iets uiterlijks is, in het vlees, maar hij is een Jood die het in het verborgen is, en dat is besnijdenis: die van het hart, naar de geest, niet naar de letter. En in rom 4:11laat Paulus zien dat de besnijdenis een verbondsteken is.

Rom4:11 En hij (Abraham)ontving het teken van de besnijdenis als zegel van de gerechtigheid van het geloof, dat hij had in de onbesneden staat, opdat hij vader zou zijn van allen die in onbesneden staat geloven, opdat ook hun de gerechtigheid zou worden toegerekend.
Dit moet voor de besneden Jood schokkend zijn geweest, maar in dit alles verteld Paulus eigenlijk nog niets nieuws. Hij laat alleen zien wat ook in het hele oude testament te zien is nl. dat de gerechtigheid klaar ligt voor Jood en heiden.

In de kolossebrief gaat Paulus nog een stap verder; hier laat hij de letterlijke besnijdenis helemaal vallen en wijst ons op de besnijdenis waar alle gelovigen, zowel Jood als heiden, deel van uitmaken.
Kol2:11 In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis, niet met handen verricht, in het uittrekken van het lichaam van het vlees, in de besnijdenis van Christus, met Hem begraven in de doop.

De besnijdenis staat letterlijk voor het uittrekken van het vlees, maar symbolisch gebeurt dat door het verwijderen van de voorhuid. Het spreekt van de dood van Christus, die aan het kruis letterlijk zijn vlees aflegde. De uiterlijke besnijdenis werd dan ook zichtbaar met handen gedaan, maar de besnijdenis van Christus heeft in het verborgene plaats nl. met Hem begraven in de doop.

Dat het hier niet gaat om de doop in water mag duidelijk zijn, die doop wordt immers ook door mensenhanden verricht. Nee, hier gaat het over onze doop oftewel éénwording met Zijn dood. Zoals we ook kunnen lezen in rom6:3.

In Kolosse 2:12 en 13 komen we dan hetzelfde woordje sun weer tegen welke we ook al in de efezebrief hebben gezien; mee(sun)opgewekt en mee(sun)levend gemaakt. Let op dat het in dit hele gedeelte gaat over u oftewel de gelovigen uit de heidenen toen u dood was in de overtredingenen in de onbesnedenheid van uw vlees (Kol 2:13).

In vers 14 spreekt hij weer de gelovigen uit de Joden aan: terwijl hij ons alle overtredingen vergeven heeft; de schuldbrief, die tegen ons getuigde door zijn inzettingen en die onze tegenstander was, heeft Hij uitgewist en die uit de weg geruimd door deze aan het kruis te nagelen.

De schuldbrief. Letterlijk staat hier cheirographon tois dogma wat vertaald kan worden door handschrift met dogma's. Hij heeft het hier over de wet die bestond uit dogma's; dit moet en dat mag niet, het kenmerk van een dogma. Die wet was tegen het joodse volk, ze konden daar immers niet aan voldoen, doordat ze in het vlees waren (Rom8:3). De Here Jezus heeft die wet als tegenstander uitgewist en te niet gedaan. Daarmee heeft Hij de overheden en machten, die deze wet als wapen gebruikten om de Joden aan te klagen en gevangen te houden, ontwapend. Door het kruis bleven ze nergens meer, ze konden niets meer zeggen omdat de wet van dogma's te niet gedaan was. Christus zelf heeft het vlees dat hieraan onderworpen was afgelegd door de dood.
Terug naar de efezebrief; we waren onbesneden.

2. Ze waren zonder Christus
Christus, de titel van de Here Jezus betekent gezalfde. Hij was de beloofde messias, die zou komen om zijn volk te redden. Zelf zegt de Heer in Matt15:24 Ik ben alleen gezonden tot de verloren schapen van het huis Israëls. Petrus had een sleutel nodig om de weg te openen voor de heidenen.

3. Ze waren vervreemd van het burgerschap van Israël.
Als heidenen hebben we natuurlijk nooit deel uitgemaakt van Israël, maar het woordje vervreemd duidt er op dat er vroeger wel zo'n relatie zou zijn geweest. Voor een deel van de onbesnedenen,de heidenen, was dat ook zo. De verloren tien stammen welke onder de volken verstrooid zijn, worden sindsdien ook tot de volken gerekend, deze zijn vervreemd van het burgerschap van Israël.

4. Ze waren vreemdelingen van de verbonden van de belofte.
Er worden in de bijbel vele verbonden genoemd en steeds hebben deze een belofte in zich. Het meest bekende verbond is wel die met Abraham. Gen15:18 Te dien dage sloot de Here een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven. Dit verbond bevestigt de Heer keer op keer en ook zijn nakomelingen worden bevestigd in dit verbond. Maar de heidenen maakten hier geen deel van uit. In exodus 24 kunnen we lezen hoe God een verbond sluit met het volk Israël in de woestijn. En weer hebben de heidenen daar geen deel aan.
Hoezeer de kerken zich de verbonden ook hebben trachten toe te eigenen, wanneer ze bv. beweren dat kinderen door de doop deel krijgen aan het verbond van Abraham (Het verbond met Abraham Zijn vrind bevestigt Hij van kind tot kind) de Schrift is duidelijk Rom9:4 Israëlieten zijn zij, van hen is....de verbonden..Wij horen daar niet bij.
5. Ze hadden geen hoop.
De hoop is nauw verbonden met het verbond. Hoop houdt een uitzicht voor de toekomst in, maar welke hoop hadden wij?

6. We waren immers zonder God in deze wereld.
Natuurlijk hadden de heidenen hun eigen goden gemaakt, heel veel zelfs, maar waar blijven deze goden als God zich openbaart? Nee, we stonden er echt hopeloos voor.

7. We waren veraf.
Dat we veraf stonden kon je duidelijk zien in Jeruzalem. De tempel had nl. een voorhof voor de Joden en een voorhof voor de heidenen, welke verder weg stond van het heiligdom. Een heiden kon het heiligdom van God niet binnengaan.

Maar nu...Daar is dat heerlijke woordje maar weer. Ook onze gezamenlijke toestand was hopeloos, maar Christus heeft ons nabij gebracht door zijn bloed. Er is en blijft maar één weg voor verzoening, zowel individueel als gezamenlijk, en dat is door het werk van de Here Jezus op het kruis.
Vers 14: Want Hij is onze vrede, die die beiden één gemaakt heeft en de scheidsmuur van de omheining weggebroken heeft, toen Hij in zijn vlees de vijandschap, de wet van de geboden die in inzettingen bestaat, te niet gedaan had.

De scheidsmuur is weggebroken en we zijn één geworden, jood en heiden. Die scheidsmuur was de vijandschap tussen joden en heidenen en bestond uit de wet van inzettingen en geboden. Hetzelfde wat we ook al lazen in kol.2:14. Daar ging het over de joden die gebukt gingen onder de wet van dogma's en daardoor God niet konden bereiken. Hier gaat het over de wet van dogma's waardoor de heidenen veraf stonden. Dezelfde wet maakt dus voor beiden scheiding met God. En die wet heeft Christus uitgewist, afgebroken. Dit is een heel ander geluid, want onder het nieuwe verbond, wat tot die tijd gepredikt werd, bleef de wet bestaan, ja meer nog, de wet werd geschreven in de harten van de gelovigen.

Romeinen 3:31 Stellen we dan de wet buiten werking door het geloof? Volstrekt niet! Maar wij bevestigen de wet.
Hebreeën 8:10 Want dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël zal maken, zegt de Heer. Ik zal mijn wetten in hun verstand geven en Ik zal ze in hun harten schrijven; en Ik zal hun tot een God en zij zullen Mij tot een volk zijn.
Dit is een aanhaling uit Jeremia 31 waar God door de profeet de belofte van het nieuwe verbond geeft.

Het is dus duidelijk dat wat hier in Efeze beschreven wordt iets totaal nieuws is. Paulus noemt het in hoofdstuk 3:5 de verborgenheid van Christus- die in andere geslachten de zonen van de mensen niet bekend is gemaakt.

Betekent dit dat er geen nieuw verbond zal zijn? Is de rol van Israël uitgespeeld? Zeker niet! Er komt een tijd dat God weer verder gaat met zijn volk. Zijn beloften zijn immers onberouwelijk! Straks in de Dag des Heren zal God de draad met Israël weer oppakken. Maar in deze tijd is er tijdelijk geen sprake van Israël of de heidenen. In deze tijd zijn de twee één gemaakt.
Vers 15 Opdat Hij die twee in Zichzelf tot één nieuwe mens zou scheppen en die beiden in één lichaam met God zou verzoenen, door het kruis, terwijl Hij daardoor de vijandschap gedood heeft. Hier zien we dus de vorming van de gemeente, het lichaam van Christus.

Dat nieuwe lichaam waarvan Christus het hoofd is, is met God verzoend door het kruis en heeft vrede in zichzelf (tussen jood en heiden) door het kruis. Er is nu dus vrede met God voor de heidenen die veraf waren en voor de joden die nabij waren. Beiden waren gescheiden van God en beiden hebben nu toegang tot de Vader door één Geest.
Vers 19 Dus bent u geen vreemdelingen en bijwoners meer maar u bent medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God.

Nogmaals, we waren veraf, maar zijn nu dichtbij gekomen. We zijn medeburgers van de heiligen. Dat betekent niet dat we medeburgers van Israël zijn geworden, maar zoals Paulus in Filipenzen 3:20 zegt: Ons burgerschap is in de hemelen. Dat blijkt ook uit het feit dat we huisgenoten van God worden genoemd. Kunnen we nog dichterbij komen? Huisgenoten van God! Ik kan het nauwelijks bevatten, het maakt me stil en dankbaar. Mijn plaats is in het lichaam van Christus in het huis van de Vader.

Vers 20 opgebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Jezus Christus zelf hoeksteen is, in Wie het hele gebouw, goed samengevoegd, opgroeit tot een heilige tempel in de Heer, in Wie ook u mee opgebouwd wordt tot een woonplaats van God in de Geest.
Het beeld van een huis wordt vaker gebruikt in de schrift. Net zoals er meerdere gemeenten zijn, zo zijn er ook meerdere huizen.

In 1Petrus2:4-6 gaat het over het geestelijk huis van Israël oftewel de gemeente van Israël, waar de gelovigen worden voorgesteld als levende stenen en Jezus Christus de hoeksteen is. In dit huis, deze tempel, zal God wonen.
Een fundament vinden we terug in openbaringen 21:14 waar het gaat over het nieuw Jeruzalem. Daar staan de namen van de apostelen van het Lam geschreven op de fundamenten.

Er zijn dus veel overeenkomsten. In beide gevallen draait het om de Here Jezus. Hij is in beide huizen de hoeksteen, die alles bij elkaar houdt. Het fundament wordt in beide gevallen gevormd door apostelen en de bouwstenen zijn de gelovigen.
Dit huis in Efeze wordt gebouwd op het fundament van apostelen en profeten. Deze apostelen en profeten komen we ook tegen in 3:5 waar over het geheimenis staat: zoals zij nu in de geest geopenbaard is aan zijn heilige apostelen en profeten.
Op dit fundament zijn wij gebouwd en samen met Christus, die de hoeksteen is vormen wij de woonplaats van God, de tempel.
Dit is dus de tempel in de hemel, er komt ook een tempel hier op aarde, dat is de tempel beschreven in 1Petrus2.

Wij zijn de tempel die boven is. Wij zijn het lichaam van Christus en wij zijn huisgenoten van God. Bedenk dus de dingen die boven zijn! Kol3:2.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Ga naar: Aren Lezen Efeze & Kolosse 13