U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2
Terug naar: Startpagina
Algemeen: Mijn spreekbeurten Gedichten Overzicht geopende bestanden 2 Bijbelverwijzingen 3 Bijbelverwijzingen 2 Bijbelverwijzingen Alle Onderwerpen Overzicht geopende bestanden Contact

Zoeken naar:

Wie is God? 27

Heeft God nou toch de Zoon tot God gezalfd?

Hé, dat is nou echt een verrassing! We zijn namelijk op een Bijbeltekst gestuit die zondermeer de Zoon van God als God beschrijft en dat is ook nog eens een keertje geen vertaalfout. Het is ook duidelijk geen wishful thinking van de vertalers. Het gaat hier zondermeer over de Zoon als God.
Hebreeën 1: 8 van de Zoon (zegt Hij): ‘Uw troon, o God, is tot in alle eeuwigheid,
Letterlijk: Tot de Zoon: "de troon van U is de god tot in de aioon van de aioon (“aiona tou aionos”),
Hebreeën 1: 9 daarom heeft u, o God, uw God gezalfd met vreugdeolie boven uw medegenoten.’
Letterlijk: daardoor zalft u, die god, uw God met vreugdeolie boven uw partners.

Jazeker, Christus Jezus wordt hier god genoemd! Eigenlijk wordt hier heel letterlijk de heerschappij van de Zoon (oftewel Zijn troon) de god tot in de aioon van de aioon genoemd. Door het zalven met vreugdeolie door Vader God (die dus boven Hem staat) wordt nog eens een keer de godheid van Zijn heerschappij (de troon dus) benadrukt tot in die aioon (de alles overtreffende aioon). Met de zalving tot die heerschappij kan je Christus dus de god van die speciale aioon (de aioon van de aioon) noemen, zelfs boven Zijn partners. Hier kan niemand omheen! Christus Jezus is hier de god van dat bijzondere tijdperk.

Vader God zal Hem zalven tot die speciale God van dat toekomstige tijdperk, die uiterste aioon. Let wel, dat houdt zondermeer in dat Hij het daarvoor niet was. Je hoeft niet speciaal gezalfd te worden tot iets wat je altijd al was. Zalving is namelijk nergens in de Schrift een bevestiging van iets wat reeds een feit was. Men wordt het door zalving. Het gaat om een toekomstige aioon, een toekomstig tijdperk. Daarbij blijft het ook van belang om te zien dat het in het bijzonder gaat om de troon van de Zoon van God. Die troon, oftewel die heerschappij van de Heer, is namelijk in de eerste tekst (vers 8) de god tot in de aioon van de aioon.

We leven nu in een andere aioon waarin een ander de heerschappij van deze aioon, van dit tijdperk, bezit.
2 Corinthiërs 4:4 Ongelovigen, in wie de god van deze aioon de gedachten verblind heeft,
De god van de huidige aioon (satan) heeft de gedachten van ongelovigen verblind. Die god is dus echt niet dezelfde als de Zoon van God. De god van de aioon waar we nu in leven is duidelijk de leugenaar vanaf het begin, die de gedachten verblindt.

Satan heeft de vrije hand (ja, in zekere zin: heerschappij, oftewel zijn troon) in deze tijdsperiode. Daarmee wordt hij aangeduid als de god van deze aioon. Hij wordt door de mensheid dus als degene erkent die de volle heerschappij over hen heeft, oftewel als god. Hij is daarmee niet officieel God, de Schepper en Onderhouder, Die alles plaatst. Onze enige, unieke Plaatser, dat is Vader God zelf.

De satan wordt dan wel de overste van deze wereld (kosmos) genoemd, maar nergens de god van deze wereld (kosmos). Hij is uitsluitend de god van deze tijdsperiode. Ik vermoed echt dat er vrijwel niemand zal zijn die satan concreet hierom een plekje geeft binnen een echte Godheid. Vermoedelijk is er toch niemand op het idee van een viereenheid gekomen ondanks dat het Woord van God hem dus de god van deze aioon noemt. Er is namelijk geen aanleiding om bij deze tijdsinperking aan eenzelfde soort God te denken als bij God zelf. De titel geeft hier aan dat satan in deze aioon de heerschappij in de wereld heeft, zoals in die toekomende aioon (de alles overtreffende aioon) de Zoon die heerschappij zal innemen.

We gaan nou eerst eens even kijken in welk verband de schrijver van de Hebreeënbrief deze twee uitspraken over de Zoon van God als de God van de toekomstige aioon geplaatst heeft. Wat is de ontwikkeling van de waarheid in dit hoofdstuk over Christus Jezus als de Zoon van God?
Hebreeën 1: 1 God heeft aan het einde van deze dagen tot ons gesproken in Zoon,
God, de Vader, openbaart zich en daar gebruikt Hij de Zoon voor (als Logos/als Woord). Christus doet ons de Vader kennen.

Hebreeën 1: 2 God heeft de Zoon gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen,
Al een verwijzing naar het feit dat God, de Vader, de Zoon deze plaats van heerschappij gaat geven. Satan, die vandaag de dag god van deze aioon is, die had Christus ook heerschappij aangeboden, maar die weg is door Christus verworpen. Zijn wil was de wil van Vader God te doen.
Lukas 10:22 Alle dingen zijn Mij van Mijn Vader overgegeven;
Johannes 12:49 Ik heb uit Mijzelf niet gesproken; maar de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen zal, en wat Ik spreken zal.

De ontwikkeling van Gods waarheid gaat verder:
Hebreeën 1: 3 De Zoon is de uitstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen,
In de Zoon zien we dus Vader God. Het zou vreemd zijn om deze uitdrukkelijke waarheden hier, voorafgaand aan vers 8 & 9 nu maar weg te strepen vanwege Christus god zijn in vers 8 & 9 en er iets dergelijks van te maken als:
“De Zoon is God in Zijn heerlijkheid en wezen”. Dat staat er nou juist niet ter inleiding van deze twee teksten.

De verdere ontwikkeling van Gods waarheid:
Hebreeën 1: 3 De Zoon is gezeten in de rechterzij van de Majesteit in de hoge;
Er wordt nergens beweerd dat de Zoon nu de Majesteit in de hoge is. Nee, dat is uitsluitend Vader God. De Vader heeft de Zoon nu wel in de positie van Zijn heerschappij (de rechterzij) geplaatst, maar dat is concreet iets anders. Christus is nu verhoogd.

Gods Waarheid verder ontwikkeld:
Hebreeën 1: 4 De Zoon is zoveel meer geworden dan de engelen,
Daar hebben we Zijn partners. Hij was niet meer dan hen. Hij is meer geworden in Zijn verhoging en de daarbij behorende zalving tot de god van die aioon van de aioon (overtreffende aioon).

Hebreeën 1: 8 Tot de Zoon: "de troon van U is de god tot in de aioon van de aioon (“aiona tou aionos”),
Hebreeën 1: 9 Daardoor zalft u, die god, uw God met vreugdeolie boven uw partners.
De heerschappij van de Zoon is dus de god tot in de overtreffende aioon.
1 Corinthiërs 15:25 Christus moet heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten zal gelegd hebben.
2 Petrus 1:11 Het koninkrijk van de aioon van onze Heer en Redder Jezus Christus.

Die heerschappij duurt tot in die overtreffende aioon. Het Griekse woordje “eis”, dat hier vertaald is met “tot in” geeft dus een tijdsgrens aan. Dit god zijn is dus een tijdelijk gegeven, zoals bijvoorbeeld rechters in Israël ook een tijdelijk ambt uitoefenden als een soort god.
Johannes 10:35 Hij noemde hen goden, tot wie het woord van God kwam,
Zo´n rechter was ondanks dat hij in het bezit was van de titel “god” slechts een tijdelijke, ondergeschikte plaatser, zoals satan dat in deze aioon, dit tijdperk, ook is, en zoals de Heer straks ook die positie zal ontvangen als Hij daartoe door Vader God gezalfd zal worden tot in die toekomende aioon.

Na die overtreffende aioon schikt de Zoon zich weer onder Vader God.
1 Corinthiërs 15:28 Wanneer Hem alle dingen onderworpen zijn, dan zal ook de Zoon zelf onderworpen zijn aan Hem, die hem alle dingen onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

Wat zegt nou de gewone vertaling?
Hebreeën 1: 8 van de Zoon (zegt Hij): ‘Uw troon, o God, is tot in alle eeuwigheid,
Nee, dat staat er niet in de Schrift! Daar staat: “eis ton aiona tou aionos”. Letterlijk in het Nederlands: “tot in de aioon van de aioon”.
Hebreeën 1: 8 Tot de Zoon: "de troon van U is de god tot in de aioon van de aioon
(“aiona tou aionos”),
Hebreeën 1: 9 Daardoor zalft u, die god, uw God met vreugdeolie boven uw partners.
De troon van de Zoon is dus god tot in de aioon van de aioon. Tot op dat moment duurt dus de heerschappij van de Zoon om daarna zich weer onder Vader God te stellen, waarna God alles en in allen zal zijn.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende

Ga naar: Wie is God? 28 Wie is God? 26