U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2
Terug naar: Startpagina
Algemeen: Mijn spreekbeurten Gedichten Overzicht geopende bestanden 2 Bijbelverwijzingen 3 Bijbelverwijzingen 2 Bijbelverwijzingen Alle Onderwerpen Overzicht geopende bestanden Contact

Zoeken naar:

Vraag 82

Waar en hoe moeten we blijven staan?

Geloven, twijfelen, vertrouwen. Jullie zullen inmiddels wel doorhebben hoe ik daarin sta. Het draait in elk geval niet om mijn geloof. Ik denk ook eerlijk gezegd dat het niet om jouw geloof draait. Het is telkens maar weer het geloof van de Heer zelf in Zijn God en Vader, die ook doorwerkt in jou en mij. Wat ons betreft is het alles genade alleen. De boodschap van één of andere plicht om maar te blijven staan op de beloften van God als een soort van geloofsprestatie kunnen we dus rustig aan de kant schuiven als eigen werk. Logisch dat dan ook de volgende vragen naar voren komen:
1. Hoe zie ik dan het standvastig blijven staan op het geloof?
2. Welke plek heeft het me niet laten afbrengen van de hoop van het evangelie dan? Dus, blijf staan!
Colosse 1: 22-23 Christus is bezig om jullie heilig, vlekkeloos en onberispelijk voor Zich te stellen; aangezien jullie zeker blijven naar het geloof, waar jullie gegrond en vastgezet zijn en niet afgebracht worden van de hoop van het evangelie, dat jullie gehoord hebben en dat gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.

Logisch dat dan de vraag naar voren komt hoe ik dan tegen dat vast staan, zelfs volkomen onbeweeglijk vast staan, aankijk.
1 Corinthe 15: 57-58 God zij dank (Letterlijk: De God genade), die ons de overwinning gegeven heeft dwars door onze Heer Jezus Christus heen! Daarom, mijn geliefde broeders, wordt vast, onbeweeglijk, en neemt altoos toe in het werk van de Heer, omdat jullie weten, dat jullie arbeid niet vergeefs is (rustend) in de Heer.

Logisch dat er ook een vraag komt als we toch weer in het volgende Bijbelgedeelte opgeroepen worden om toch maar wel te blijven staan!
Romeinen 5: 1-3 Nu wij gerechtvaardigd zijn vanuit geloof, hebben we vrede naar de God toe dwars door onze Heer Jezus Christus heen, dwars door Wie wij ook de toegang verkregen hebben naar het geloof toe tot in deze genade, rustend in Welke we ook staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van de God.

Nog een vraag is ook heel vanzelfsprekend als we zien dat we zelfs moeten standhouden, dus blijf staan!
Efeze 6: 11 Doet de hele wapenrusting van de God aan, naar het in staat zijn om te blijven staan tegen de listen van de duivel.

Ik kan me levendig indenken dat je nu vertwijfeld naar je eigen Bijbelvertaling zit te kijken. Inderdaad heb ik de teksten maar gelijk zo letterlijk mogelijk naar de grondtekst terug gebogen. Soms leverde dat zelfs wel een beetje vreemd Nederlands taaltje op, maar het geeft meer weer wat er feitelijk bedoeld wordt dan de mooie gladde weergaven die we gewend zijn. Nou mensen, vier Bijbelgedeeltes die toch maar aangeven dat wij wel zullen moeten blijven staan! Dat lijkt inderdaad in sommige Bijbelgedeeltes en in sommige vertalingen ook echt zo. Maar is dat de boodschap? We pikken ze hier stuk voor stuk nog eens op.

Colosse 1: 22-23 Christus is bezig om jullie heilig, vlekkeloos en onberispelijk voor Zich te stellen; aangezien jullie zeker blijven naar het geloof, waar jullie gegrond en vastgezet zijn en niet afgebracht worden van de hoop van het evangelie, dat jullie gehoord hebben en dat gepredikt is in de hele schepping die onder de hemel is, waarvan ik, Paulus, een dienaar geworden ben.
We zouden standvastig moeten blijven staan en ons niet laten afbrengen van de hoop van het evangelie! Dat is inderdaad een pittige opdracht. Maar de vraag is of we die opdracht hier ook krijgen.

Ik heb niet voor niks vers 22 erbij gepakt. Daar blijkt dat de Zoon van God hier als de ware Middelaar tussen God en mensen optreedt. Christus is bezig om mensen op een bepaalde manier voor zich te stellen. Dat werk (dat weten we uit de gehele Schrift) wordt Zijn geloof genoemd, waardoor we bijvoorbeeld gerechtvaardigd zijn. In de diverse vertalingen van deze Bijbeltekst wordt aan dit werk van de Heer een soort voorwaarde gesteld. In plaats van wat ik toch echt denk te lezen in de grondtekst “aangezien jullie zeker blijven naar het geloof” wordt het in de vertalingen iets als “indien jullie maar blijven in het geloof”. Het werk van de Heer maakt in die vertalingen dus alleen maar kans om te lukken als wij meewerken. Nee, Paulus is absoluut zeker van het geloof van de Heer. Daarom gebruikt hij het woord “zeker” ook gewoon in de grondtekst. Ga het zelf maar na.

Christus stelt ons voor zich heilig, vlekkeloos en onberispelijk en daar zijn we door Hem gegrond en vastgezet en worden we dus ook niet afgebracht van de hoop van het evangelie. De geweldige resultaten van dit werk van de Heer kunnen we natuurlijk nog veel verder uitdiepen door in de hele context van de Colossenzenbrief te duiken. Dat is nu in deze vragenbeantwoording echter (helaas) niet aan de orde.

1 Corinthe 15: 57-58 God zij dank (Letterlijk: De God genade), die ons de overwinning gegeven heeft dwars door onze Heer Jezus Christus heen! Daarom, mijn geliefde broeders, wordt vast, onbeweeglijk, en neemt altoos toe in het werk van de Heer, omdat jullie weten, dat jullie arbeid niet vergeefs is (rustend) in de Heer.
We zouden toch vast moeten staan, ja zelfs volkomen onbeweeglijk. Weer opnieuw een pittige opdracht? De vraag is ook hier of we inderdaad zo´n opdracht krijgen.

Opnieuw worden we hier geconfronteerd met de Zoon van God als de volmaakte Middelaar. Alles geschiedt dwars door onze Heer Jezus Christus heen, maar de bron komt eerst naar voren. “God zij dank!” Zouden we geen interlineair bezitten met directe toegang tot de grondtekst dan zouden we hier gelijk een prachtige start van Paulus betoog moeten missen. Hij begint met letterlijk te verklaren: “De God genade!”

Vader God, die gekenmerkt wordt door genade, heeft ons de overwinning geschonken dwars door onze Heer Jezus Christus heen. Paulus vindt het dan ook een logisch gevolg om er nu op te wijzen dat we als gelovigen onze vaste en onbeweeglijke positie mogen innemen. De vraag is dan echter: Hoe vatten we dit nou op? Nou heel simpel gewoon doorlezen. Hoe dan? Door toe te nemen in het werk van de Heer.

De Heer, dat is dus de Zoon van God, onze Heer Jezus Christus. Hij heeft een werk. Dat werk, zoals Paulus dat vlak daarvoor nog zegt, heeft ons de overwinning geschonken. Dat werk is een werk dat Vader God, die gekenmerkt wordt door genade, dwars door onze Heer Jezus Christus gedaan heeft. Maar die genade stopt daar niet. Dat werk eindigt niet waar de overwinning behaald is. Die overwinning is de start van dit werk van de Heer. Zo werkt de Heer ook genade, namelijk dwars door jou en mij als gelovige. Dat is het toenemen in dat werk van de Heer. Dat onbeweeglijk vast staan hier is dus dat God Zijn genade dwars door de Zoon in ons laat uitwerken. We mogen dus rusten (heel onbeweeglijk) in dat werk van genade.

Romeinen 5: 1-2 Nu wij gerechtvaardigd zijn vanuit geloof, hebben we vrede naar de God toe dwars door onze Heer Jezus Christus heen, dwars door Wie wij ook de toegang verkregen hebben naar het geloof toe tot in deze genade, rustend in Welke we ook staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van de God.

De vraag is hier of we die opdracht om maar te blijven staan inderdaad krijgen. Opnieuw is het de Zoon van God, die hier de Middelaar is tussen God en mensen. Dwars door Hem hebben we vrede in onze relatie naar de God toe. Dwars door Hem hebben wij de toegang gekregen naar het geloof. We zijn in de genade geplaatst. En nu rusten we in die genade. Hé, waar is nou die opdracht gebleven? Tja!
Efeze 6: 11 Doet de hele wapenrusting van de God aan, naar het in staat zijn om te blijven staan tegen de listen van de duivel.
We moeten dus in staat zijn om te blijven staan! Nou, als dat geen pittige opdracht is!

Efeze is een brief waar voortdurend over onze hemelse positie in Christus Jezus gesproken wordt. Al onze zegeningen zijn daar. We zijn daar namelijk in Christus Jezus in de rechterzij van Vader God geplaatst. In die positie verkondigen we aan de geestelijke machten en krachten aldaar de veelkleurige wijsheid van God. Daar is het dat we ook deze geestelijke boosheden tegenkomen. Nergens worden we opgeroepen om terrein te veroveren. Nergens voor nodig, het is alles reeds van God. Wij mogen echter rusten in die positie waar God ons in Christus Jezus geplaatst heeft.

Hoe zit het dan met die listen van de duivel? Hij zal je inderdaad wijs proberen te maken dat nou juist die positie, waar jij in mag blijven staan, dat die positie helemaal niet zo zeker is. Het is niet met grof geweld dat satan ons bestrijdt. Het is met list, zoals in de hof van Eden, waar ook het godsdienstig karakter van satan op het hoogst actief was. Met list zal hij je op de onpraktische kant van de prediking van genade wijzen. Hij zal je listig een ander beeld van God geven. Die listen van de duivel zullen het sterkt weerklinken op de kansel. Maar jij en ik mogen heerlijk die plek van rust en genade blijven innemen.

Deze vier Bijbelgedeelten zijn Schriftwoorden vol heerlijke beloften. We staan niet op de beloften. We staan in genade! We staan in alle rust op onze positie waar God ons in Zijn geliefde Zoon Christus Jezus geplaatst heeft, in Zijn rechterzij. Wat een God van liefde en genade!

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende

Ga naar: Wie is God? 43 Emorijm 26