U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2
Terug naar: Startpagina
Algemeen: Mijn spreekbeurten Gedichten Overzicht geopende bestanden 2 Bijbelverwijzingen 3 Bijbelverwijzingen 2 Bijbelverwijzingen Alle Onderwerpen Overzicht geopende bestanden Contact

Zoeken naar:

Jesaja 45, de Pottenbakker & het kwaad 12

Gods plan met Zijn vaten (werktuigen)

Romeinen 9: 21-23 Heeft de Pottenbakker niet de autoriteit over de klei om vanuit dezelfde kneding het éne deel tot in een waardevol vat te maken en het andere tot in een niet zo waardevol vat te maken? Als de God nou de toorn wilde laten zien en dus Zijn macht bekend maken door met veel lankmoedigheid de vaten van de toorn te verdragen, die tot in dit verderf toebereid zijn met het doel om de rijkdommen van Zijn heerlijkheid bekend te maken op de vaten van de barmhartigheid, die Hij te voren tot in die heerlijkheid bereid heeft?

In dit gedeelte is sprake van één hele duidelijke tegenstelling:
Romeinen 9: 21 Vanuit dezelfde kneding het éne deel tot in een waardevol vat en het andere (deel) tot in een niet zo waardevol vat?

Hier heb je waardevolle vaten en minder waardevolle vaten. Dat houdt in dat je aan de ene kant vaten hebt die in het plan van God waardevol zijn, dus die God gaat gebruiken als uitoefening van Zijn toorn of als uitoefening van Zijn barmhartigheid. Die twee schijnbaar tegengestelde vaten (vaten van Zijn toorn en vaten van Zijn barmhartigheid) zijn binnen het plan van God de waardevolle vaten. Volgens mij zijn ze “Schijnbaar” tegengesteld. Het zijn namelijk de vaten, die eerst toebereid zijn als vaten van de toorn, die later volgens plan de vaten van de barmhartigheid worden, die daartoe ook voorbereid zijn. Die vaten werken als één geheel heen naar het einddoel dat God zijn liefde kwijt kan aan ieder schepsel. Dat zijn dus de waardevolle vaten. Aan de andere kant heb je echter die minder waardevolle vaten. “Tot oneer” zegt de Staten vertaling dan, volgens mij zonder echte aanleiding in de grondtekst. Het is in de grondtekst de ontkenning van dat waardevolle, dus je kan wellicht zelfs zeggen dat het niet waardevol is.

Let wel, voor Gods liefde is iedereen waardevol. Daar gaat dit hoofdstuk helemaal niet over.
1 Corinthiërs 6:20 Jullie zijn voor een prijs gekocht; (Letterlijk: “Jullie zijn gekocht omdat jullie waardevol zijn”)
1 Corinthiërs 7:23 Jullie zijn duur gekocht;
(Letterlijk: “Jullie zijn gekocht omdat jullie waardevol zijn”)

Hier in Romeinen 9: 21-23 draait het dus niet om de reddende liefde van God, zoals die uitgaat naar elk mens. Het gaat hier om Gods werk als Pottenbakker, die aan de ene kant een vat (werktuig) vervaardigt, die Hij specifiek gaat gebruiken (en in die zin een waardevol vat heet) terwijl Hij aan de andere kant een vat (werktuig) vervaardigt, die Hij binnen Zijn plan voor alledaagse bezigheden gebruikt. Het ene vat heeft dus een vooraanstaande rol als gebruiksvoorwerp in het plan van God, terwijl het andere vat voor de meer gebruikelijke zaken benut wordt en gewoon zijn/haar weg met de Heer gaat. Daarom vind ik de NBG vertaling “Vat voor alledaags gebruik” ook wel erg mooi.

We hebben dus in vers 21 die tegenstelling. De waardevolle vaten binnen het plan van God tegenover de vaten, die alleen bedoeld zijn voor alledaags gebruik. Maar dan gaat het in vers 22 & 23 opeens over die vaten van de toorn en de vaten van de barmhartigheid. Ik denk zelf dat daar niet die tegenstelling in zit zoals in vers 21. God zou die vaten van de toorn verdragen, heel, heel lang verdragen, juist omdat Hij rijkdommen van Zijn heerlijkheid gepland had om nou juist op hen te verkondigen als de vaten van de barmhartigheid. Een bekend gegeven in Paulus onderwijs.
Romeinen 5:20 Waar de zonde toenam, daar is de genade meer dan overvloedig geworden;

Romeinen 9: 22-23 Als de God nou de toorn wilde laten zien en dus Zijn macht bekend maken door met veel lankmoedigheid de vaten van de toorn te verdragen, die tot in dit verderf toebereid zijn om de rijkdommen van Zijn heerlijkheid bekend te maken op die vaten van de barmhartigheid, die Hij te voren tot in die heerlijkheid bereid heeft?
Hier wordt gesproken over vaten van de toorn en over vaten van de barmhartigheid. Besef dat het hier dus gaat over de uitwerking van het plan van God hier op aarde. Twee verschillende benamingen “Toorn” en “Barmhartigheid”.

Er worden in dit gedeelte ook nog eens twee verschillende werkwoorden gebruikt. De vaten van de toorn zijn toebereid. De vaten van de barmhartigheid zijn tevoren bereid. Wat tevoren bereid is ligt in het plan van God van voor alle aionen. Wat is dan tevoren bereid? Het bekend maken van de rijkdommen van Gods heerlijkheid op die vaten van de barmhartigheid. Dat staat er. Daarvoor gebruikt God in de weg die Hij met de volken en met Zijn aardse volk Israël gaat ook het kwaad van die vaten van de toorn. Dat is niet van tevoren bereid. Dat is wat onderweg toebereid is. Ook dat staat er letterlijk.

Resumerend: Het gaat hier in deze verzen dus niet over de boodschap van Gods verzoenend en reddend werk! Het gaat hier over Gods weg met Zijn aardse volk Israël en Gods handelen met de andere volken, maar ook dan primair met het oog op Gods weg met Zijn aardse volk. Dat is de hele context van Romeinen 9 t/m 11. God is aan het werk (hij maakt vrede en schept het kwaad) en daartoe creëert hij de vaten (werktuigen), die Hij nodig heeft.

Allemaal mooi en aardig. Dit gaat allemaal over de positie van Israël. Wat hebben wij daar nou mee te maken. Daarom nu een Bijbeltekst, die direct over ons gaat.
Efeze 1: 11 in Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van zijn wil,
Hier hebben we de enig andere plek in de Schrift, waar exact hetzelfde werkwoord gebruikt wordt, dat we in Romeinen 9: 23 tegenkomen als “tevoren bereid”. Hier gaat het nou over onszelf binnen dat plan van God, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil. Ook onze uitverkiezing, die hier opnieuw getekend wordt als een bestemming van tevoren, heeft dus alles te maken met het uitwerken van het plan van God in ons als Zijn vaten (werktuigen). Ook onze uitverkiezing heeft dus op zich niks met onze redding te maken. Het wijst op onze dienst als vaten (werktuigen) in Gods hand.

Mensen zeggen wel tegen me: ‘Hein, je maakt een marionet van mij’. Nee, zo zeggen ze het eigenlijk niet. Ze zeggen: ‘Ik ben geen marionet, Hein! Ik ben ook geen robot!
Ik ben het met hen eens: ‘Nee, je hebt gelijk. Je bent geen robot. Je bent klei in de hand van de Pottenbakker.’

Romeinen 9: 21 Heeft de pottenbakker niet de autoriteit over de klei om vanuit dezelfde kneding het éne deel tot in een waardevol vat te maken en het andere tot in een niet zo waardevol vat (een vat voor alledaags gebruik) te maken?
Daar heb je de vergelijking van de Pottenbakker en de klei. Het enige probleem is dat de mensen een hekel aan deze vergelijking hebben. Men vindt het gewoon niet prettig om klei te zijn. Men wil nou eenmaal in de illusie van de eigen vrije wil leven. De zogenaamde vrije wil is de wezenlijke oorzaak dat we een behoorlijk potje aan steigeren tegen de gedachte van de Pottenbakker en de klei. Wij dan dus de klei natuurlijk.

Een evangelist deed een uitnodiging om de Heer Jezus in je leven aan te nemen. Hij stond op dit grote podium en riep:
Bidt niet voor deze mensen, dit keer! Men moet geheel onafhankelijk deze beslissing nemen! Zonder enige uiterlijke beïnvloeding. Het moet van binnenuit komen. Bidt niet voor deze mensen!’

Dat vind ik nogal verontrustend consequent. Zo consequent ben ik als autist nog nooit geweest (denk ik). Het lijkt erop dat je hier iemand hebt die bang is dat als God of iemand anders een persoon tot geloof zou brengen, dat die persoon dan niet zijn eigen vrije wil zou hanteren. Die lieve evangelist leed aan het systematisch uitvegen van Bijbelteksten.
Romeinen 12: 3 De maat van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.
Efeziërs 2:8 Uit genade zijn jullie gered, door het geloof; en dat is niet uit jezelf, het is Gods geschenk;
Filippenzen 1:29 Aan jullie is de genade geschonken, ten aanzien van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden,
God verleent genade om in Hem te geloven.

Ik leek even buiten het onderwerp bezig te zijn, hè? Vrije wil. Het is nou juist precies die vrije wil, die het probleem is in Jesaja 45 en in Romeinen 9 en nog altijd bij al die mensen, die bang zijn marionetten te worden. Maar God is de grote Plaatser. Daarom is Hij ook de Pottenbakker. En Hij maakt vrede en Hij schept het kwaad. Op Zijn Pottenbakkerswiel maakt Hij het vat (werktuig) om toorn te tonen (kwaad) met het einddoel om Zijn barmhartigheid te tonen (vrede) op dat vat.

God, de grote Pottenbakker, werkt Zijn plan uit in jou en mij.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina //

Ga naar: Genade Knipoogjes 652 Jesaja 45, de Pottenbakker & het kwaad 11