U bevindt zich hier: Artikelen Hein de Haan 2
Terug naar: Startpagina
Algemeen: Mijn spreekbeurten Gedichten Overzicht geopende bestanden 2 Bijbelverwijzingen 3 Bijbelverwijzingen 2 Bijbelverwijzingen Alle Onderwerpen Overzicht geopende bestanden Contact

Zoeken naar:

1 Corinthe 5 5e studie

Het zuurdeeg van de farizeeŽn

1 Corinthiërs 5:6 Ruim het oude zuurdeeg op, opdat jullie vers deeg mogen zijn,

In de vorige studie stonden we al heel even stil bij het zuurdeeg van de farizeeën.
Mattheüs 16:6 Pas op voor het zuurdeeg van de farizeeën.
Mattheüs 16:11 Pas op voor het zuurdeeg van de farizeeën.
Markus 8:15 Pas op voor het zuurdeeg van de farizeeën.

Op zich kunnen we al aardig wat herkenning tegenkomen.
1 Corinthe 5: 2 Jullie zijn opgeblazen,
De Corinthiërs waren opgeblazen. Dat kon je rustig ook van de farizeeën zeggen.

De Corinthiërs waren trots (roemden) op hun eigen geestelijke prestaties.
1 Corinthe 5: 6 Jullie roem deugt niet.
Daar hadden de farizeeën ook een handje van.

De Corinthiërs bespraken onder elkaar de mensen die het godsdienstig niet zo goed deden.
1 Corinthiërs 5:1 Men hoort algemeen van hoererij onder jullie
De farizeeën waren ook ijzersterk in het direct veroordelen van anderen.

Is hier nou alles mee gezegd? Lopen de overeenkomsten hiermee dan ook op zijn eind? We gaan eens kijken waar de Heer Zijn discipelen nou eigenlijk zo ernstig voor waarschuwde met het zuurdeeg van de farizeeën.
Mattheüs 16:12 Toen begrepen zij dat Hij (Christus) … sprak over het gevaar van (zuurdeeg) de leer van de farizeeën.
Lukas 12:1 Pas op voor het zuurdeeg van de farizeeën, dat is de huichelarij.
Houd dus even vast dat de gelovigen in Corinthe hier worden aangesproken op het oude zuurdeeg (een leer en huichelarij), dat nog bij hen gevonden werd en dat opgeruimd diende te worden.

We zijn als gelovigen gewend aan samenkomsten, sommigen zelfs aan heuse kerkdiensten. Ook de gelovigen in Corinthe waren gewend aan een soort bijeenkomst. Maar hoe herken je dan dat zo’n dienst eventueel gepaard zou kunnen gaan met zuurdeeg, ja, zuurdeeg van de farizeeën?

Op zich is het een eigenaardige uitdrukking dat zuurdeeg van de farizeeën. Ik zou me kunnen voorstellen dat als iemand me zou vragen of wij ook zuurdeeg van de farizeeën hadden, dat ik dan, verrast over de vraag, zou terugvragen hoe hij het graag zou willen meenemen, “verpakt of in een zakkie?”. Ik vind het dan ook heel logisch dat de discipelen dachten dat de Heer het gewoon over zuurdeeg voor in het brood had, misschien een speciaal merk van de farizeeën.

Wat de Heer bedoelde wordt wat duidelijker vanuit Lucas.
Lucas 12: 1 Kijk allereerst goed uit voor het zuurdeeg van de farizeeën, dat is de huichelarij.
Huichelarij. “Nou, daar verval ik natuurlijk nooit in!”. O nee? Terugkijkend op al mijn 69 jaren moet ik helaas bekennen dat het nogal op mijn huid zit. Voor ik er erg in heb speel ik het spelletje mee. Hoe? Kijk eens naar een Bijbeltekst met dit woord in de werkwoordsvorm!

Lukas 20:20 Zij zonden spionnen, die ZICH VOORDEDEN ALSOF zij rechtvaardig waren,
Dat was de Voorhoeve vertaling. Letterlijk staat er dat ze toneelspeelden rechtvaardig te zijn. Het werkwoord “veinzen” past daar mooi op. Ga ik nou mijn best doen om voor het oog van iedereen en wellicht zelfs voor het oog van mezelf en God rechtvaardig te zijn, dan geef ik daar mee aan dat ik niet van de werkelijkheid uitga dat ik een rechtvaardige ben dankzij het werk van de Zoon van God, Christus Jezus.

Nee, ik hoef dat helemaal niet te veinzen als een volleerd toneelspeler. Ik ben namelijk allang rechtvaardig in Christus. Ga ik echter niet van die werkelijkheid, die God geschonken heeft, uit dan probeer ikzelf iets dergelijks voor God en mensen ten tonele te brengen. Weet je hoe dat toneelspelen in het Grieks heet? “hupocrisis”. Herken je het? Daar heb je de hypocriet, de huichelaar, oftewel de toneelspeler.

Inderdaad, terugkijkend op mijn leven is er veel toneelspel geweest. Was het alleen al om aan de eis, die ik mezelf als goed christen gesteld had, te kunnen voldoen. Maar besef goed. Ondanks al mijn inspanningen bleef de genade van God altijd werken. Nu mag ik weten: Hier mag ik voluit van genieten. Maar dat deed ik toen niet en ook de farizeeën deden dat niet en ook die gelovigen in Corinthe, die zo opgeblazen waren en roemden over hun eigen prestaties en neerkeken op en kletsten over anderen genoten ook geen sikkepit van die overvloeiende rijkdommen van genade. Dat zelf doen, dat acteren, dat toneelspel, dat functioneert als zuurdeeg, dat al het genot van Gods genade ruïneert.

Wie kan nu dit zuurdeeg van huichelarij ergens ontdekken? Misschien kijk je om je heen, al helemaal klaarstaand om vermaningen uit te delen. Is het dan jammer als je het bij jezelf ontdekt? Nee, want dat kan je ook daadwerkelijk opruimen. Een constatering bij een ander, daar heb je eigenlijk niks aan. Maar hier volgen nog een aantal voorbeelden:
Mattheüs 23:28 Van buiten lijk je rechtvaardig voor de mensen, maar van binnen zit je vol HUICHELARIJ.
Marcus 12: 13-15 Zij stuurden enkele farizeeën naar Hem
(Christus Jezus) toe om Hem in Zijn woorden te vangen. ….. Maar, omdat Hij wist dat zij HUICHELDEN, zei Hij…..
Galaten 2:13 Met hem (Petrus)
HUICHELDEN ook de andere Joden, zodat zelfs Barnabas door hun HUICHELARIJ werd meegesleept.
1 Timotheus 4: 1-3 De Geest zegt uitdrukkelijk, dat in de laatste tijden sommigen van het geloof zullen afvallen door zich af te geven met verleidende geesten en leringen van boze geesten; die in
HUICHELARIJ leugen spreken en hun eigen geweten dichtgeschroeid hebben. Zij verbieden te trouwen, en gebieden zich van voedsel te onthouden, dat God geschapen heeft om met dankzegging te worden genuttigd door hen die geloven en de waarheid kennen.
1 Petrus 2:1 Legt dan af alle …
HUICHELARIJ….;

Dan kwam ik ook nog een heel aparte tekst met precies hetzelfde woord (“hupocrisis”) tegen:
Jakobus 5:12 Vóór alles, mijn broeders, zweert niet, noch bij de hemel, noch bij de aarde, noch enige andere eed. Maar jullie ja is gewoon ja, en jullie neen neen, opdat jullie niet ONDER HET OORDEEL vallen.
Letterlijk staat er: “opdat jullie niet tot in HUICHELARIJ vallen”. Het grappige is dat dit ook prima valt binnen de gewoon letterlijke betekenis van deze tekst. Waarom ze dan dus ook weer eens een verandering hebben aangebracht? Geen idee!

Hou je van toneelspel? Had je altijd al acteur/actrice willen worden? Dan is misschien religie toch wat voor je. Hypocriet komt regelrecht van het Bijbels Griekse woord “hupocrisis”. De primaire betekenis van dit woord is toneelspel. Dergelijke Griekse, maar ook Romeinse, acteurs droegen maskers en verdraaiden hun stem. Je kreeg dus geen enkel idee van wie daar nou eigenlijk achter zaten.

Als de Heer dus spreekt over het zuurdeeg van de farizeeën als dergelijke acteurs, dan geeft Hij daarmee aan dat hun toewijding aan God, hun geestelijk leven, hun hele dienst aan de tempel feitelijk niets anders was dan het spelen van een rol zonder zichzelf ooit bloot te geven. Nou vormden deze farizeeën in de tijd dat de Heer op aarde rondwandelde een soort leidinggevend lichaam binnen het volk Israël. Die positie hadden ze zichzelf toegeëigend. En o, o, wat waren ze me toch een stuk geestelijker en rechtvaardiger dan de overige joden in hun eigen ogen! Logisch, zij zetten zich er ook echt voor in.

Daar hebben we de link. In Corinthe worden de gelovigen opgeroepen om het zuurdeeg weg te doen. Gelovigen, die daar lekker opgeblazen zich hoger achter dan bijvoorbeeld die man, die het voorwerp van hun roddel was. Gelovigen, wiens roem niet deugde, niet omdat ze trots waren op wie ze waren in Christus maar trots op hun eigen veel geestelijker en rechtvaardiger prestaties dan de overigen. Uiteindelijk hebben zij zich er ook echt veel meer voor ingezet!, was hun mening. Daar heb je dat zuurdeeg van de farizeeën.

Die farizeeën hadden zichzelf tot model bevorderd van wat rechtvaardig en godvruchtig was. Christus zag echter het zuurdeeg van aanstelleritus met alle destructieve gevolgen van dien. Zij benoemden zichzelf tot ethisch hoogstaande geestelijkheid, waar ze in het oordeel van de Heer slechts een corrumperend theater waren. De uitwerking van zuurdeeg. De grote opbrengst van eigen inspanning: Een klucht.

1 Corinthiërs 5:6 Ruim het oude zuurdeeg op,
Zuurdeeg: Eigen inspanning. Het is het vlees, oftewel ons eigen werk als mens, dat volgens Paulus in Romeinen 7 ons in de praktijk van het geestelijk leven tot ellendige mensen maakt. Daar is geen ontkomen aan. Ruim het op! Hoe kan dat?
Romeinen 7: 24-25 Ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen uit dit lichaam van de dood? Ik dank God (Genade van God) door Jezus Christus, onze Heer!

Het antwoord is genade van God oftewel “Ik dank God door Jezus Christus, onze Heer!” Jazeker! Net als dat Paulus hier de Corinthiërs toevertrouwt:
1 Corinthe 5: 7 Jullie zijn ongezuurd. Want ons pascha, Christus, is geslacht.
Dat is onze status in Christus voor God! Maar na Gods antwoord in Romeinen 7: 24-25 komt de volgende tekst:
Romeinen 7: 25 Zo dan, ik zelf dien wel met het gemoed Gods wet, maar met het vlees de wet van de zonde.

De wetmatigheid blijft altijd, ook na dat antwoord van genade, doorgaan dat we met ons vlees uitsluitend de zonde kunnen dienen. Eigen werk loopt daar altijd op uit. Dat is een wetmatigheid in ons vergankelijk bestaan. Telkens opnieuw mogen we zien op dat antwoord “God zij dank door Jezus Christus, onze Heer!” Zo tekent Paulus ook in 1 Corinthe 5: 6 die telkens maar doorgaande reiniging van dat oude zuurdeeg door als tijdsvorm de aorist te gebruiken.

Dat zuurdeeg van de farizeeën, die huichelarij oftewel dat toneelspel, dat acteren zit zo ontiegelijk verweven met ons vlees, met wie we zijn, met wat we kunnen en willen. Telkens als we niet terugvallen op genade en het dus weer van onszelf verwachten komt ons komediespel weer om het hoekje kijken. We doen het goed of we doen het slecht. Doen we het goed, dan vinden we ons heel wat en kijken we neer op zo’n persoon als bijvoorbeeld die man, waar in Corinthe over geroddeld werd. Doen we het slecht, dan voelen we ons een loser en durven nog nauwelijks te bestaan tussen al die heilige, zo ontiegelijk rechtvaardige broeders en zusters.

Mensen, we zijn geliefden van God! We zijn gigantisch waardevol in Zijn ogen en Hij werkt Zijn overvloeiende rijkdommen van genade in en door ons heen. Je bent ongezuurd! God zij dank door onze Heer Jezus Christus!

Vertrouw je toch maar liever op je eigen inspanning? Vind je wellicht dat ik onze verantwoordelijkheid niet serieus neem en dat God wel degelijk een rein en heilig leven van ons verwacht en dat we daar echt wel ons best voor moeten doen? Vind het dan niet eigenaardig hoe de Heer de groep, die tijdens Zijn wandel hier op aarde nou precies die geweldige eigen inspanning ook zo hoog in het vaandel had staan, aansprak?
Mattheus 6: 2 Als jij nou wat geld aan iemand geeft, laat het dan niet voor je uitbazuinen, zoals DE HUICHELAARS doen in de synagogen en op de straten, opdat zij door de mensen geëerd worden.
Mattheus 6: 5 Als je nou bidt hè? Bidt dan niet zoals
DIE HUICHELAARS; want zij houden er van om in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan en daar te bidden, zodat de mensen hen goed zien.
Mattheus 6: 16 Stel dat jij gaat vasten, sta daar dan niet met zo’n verdrietig gezicht zoals
DE HUICHELAARS. Zij zetten me toch een zootje mombakkesen op opdat de mensen het goed zullen zien dat zij vasten.
Dat getuigt toch niet van respect voor de geestelijke leiders?

Zal ik je eens wat vertellen? Ik heb het heel vaak belangrijk gevonden in mijn leven dat mensen beseften wat ik wel voor hen over had. In zekere mate verwachtte ik zelfs wel enige dank daarvoor terug. Niet dat ik het eiste, maar toch…..(huichelaar!). In een bidstond bedacht ik nogal eens net iets beters dan wanneer ik zomaar plompverloren met Vader God zou praten. Uiteindelijk waren er toch wel aardig wat toehoorders. Daar rekende ik wel mee (huichelaar). Tja, over vasten kan ik niet meepraten omdat ik dat nooit heb zien zitten. Maar wat blijkt? Wat een zootje toneelspel in ons gelovig gedrag!!!
Huichelarij! Het zuurdeeg van de farizeeën! Dumpen, die boel!

De wortel van het zuurdeeg van de farizeeën zit trouwens nog een heel stuk dieper dan een oppervlakkig, uiterlijk gedrag. Huichelarij kennen we allemaal, maar het wordt nog iets totaal anders wanneer de standpunten, die bij dat zelfstandig aan de slag gaan thuishoren, tot een vast omlijnde leer komen. En dat is een ander kenmerk van het zuurdeeg van de farizeeën.

De Heer waarschuwde Zijn discipelen:
Mattheüs 16:6 Pas op voor het zuurdeeg van de farizeeën.
Dat werd niet gelijk opgepikt door Zijn volgelingen, vandaar dat de Heer het nader uitlegt:
Mattheüs 16:12 Toen begrepen zij ineens dat hij hen waarschuwde voor de leer van de farizeeën.

Tja! Herkenbaar? Eerst is het nog maar een bepaald soort gedrag waardoor we proberen op eigen kracht een goed leven voor de Heer zichtbaar te maken. Okay, de Heer zelf noemt het dan wel toneelspel, maar toch: Jij doet je best. Dat mag best wel wat meer gewaardeerd worden! Om het dan wat vastere grond in het geestelijk leven te geven maken we er dan maar een leer van. Nu moet echt iedereen zich er ook aan houden dat we onze verantwoording verstaan in ons geloofsleven! Dit is helemaal ingeburgerd in het christendom en we blazen ons op en roemen en kletsen over hen die ons daarin geestelijk niet bijhouden.

Het zuurdeeg van de farizeeën is niet alleen maar huichelarij gebleven, nee het is tot een vaste grondslag van het geloof geworden in een vaststaande leer. Wee degene die zich daar tegenop stelt! Al is het omdat de Schrift iets anders zou spreken. Tja, nou hebben we ook gelijk de hele natuur van een dergelijke leer te pakken. Zuurdeeg, oftewel het is verrottend deeg. Kijk maar:

Marcus 7: 1 De farizeeën kwamen bij elkaar om de Heer heen. Toen zagen zij dat sommigen van discipelen van de Heer met onreine, dat is met ongewassen handen, brood aten. Nou eten de farizeeën en al de Joden uitsluitend als zij de handen zorgvuldig hebben gewassen. Dat is omdat zij de overlevering van de ouden (De Talmoed, hun leer) houden. Als zij dan van de markt komen dan eten zij niet, tenzij ze gewassen zijn; en er zijn vele andere dingen waaraan zij zich volgens overlevering houden: wassingen van drinkbekers en kannen en koperen vaten en rustbanken. Toen vroegen de farizeeën en de schriftgeleerden aan de Heer: Waarom wandelen uw discipelen niet naar de overlevering van de ouden (hun leer), maar eten ze het brood met onreine handen? Toen antwoordde Hij hen: Terecht heeft Jesaja van jullie, HUICHELAARS, geprofeteerd, zoals geschreven staat: ‘Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver van Mij. Tevergeefs vereren zij Mij, door leringen te brengen die geboden van mensen zijn.’ (hun leer, de Talmoed). Terwijl jullie het gebod van God verwaarlozen, houden jullie de overlevering van de mensen (hun leer): wassingen van kannen en drinkbekers; en veel meer van dergelijke dingen doen jullie Hij zei tegen hen: Hoe voortreffelijk doen jullie het gebod van God te niet, opdat jullie je eigen overlevering (hun leer) maar kunnen bewaren.

Herken je het? Je ontdekt iets in de Schrift. Je bent er enthousiast over, maar je wordt uitgespuugd. Waarom? Het strookt niet met de leer. De Heer pakt hier die leer weer eens aan en noemt hen die zich erdoor laten leiden huichelaars, oftewel acteurs. Er wordt godsdienstje gespeeld. Dit is kenmerkend iets wat de ware boodschap laat verzuren, vandaar de benaming zuurdeeg.

Nu ter afsluiting van deze studie over het zuurdeeg van de farizeeën nog even deze vraag: Dit gaat toch allemaal over de tijd dat Christus hier op aarde wandelde. De lessen daar zijn toch specifiek voor Israël? Toch niet voor de gemeente, het lichaam van Christus, dat toen toch nog helemaal verborgen was in God? Ja, inderdaad zijn wij als leden van het lichaam van Christus nog helemaal niet in zicht tijdens die huishouding. Dat houdt absoluut niet in dat Gods handelen in die tijd niet in genade was. Dat houdt ook absoluut niet in dat eigen werk destijds ook gewoon eigen werk was en dus vlees, dat niks geestelijks opbrengt. We zien zelfs juist in Gods lessen over zuurdeeg in de evangeliën de basis van hoe het in beginsel misgaat met de groei van religie tegenover het levende geloof van Christus Jezus door God zelf gewerkt.
1 Corinthiërs 5:6 Ruim het oude zuurdeeg op, opdat jullie vers deeg mogen zijn,

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.

Startpagina // Volgende

Ga naar: Wie is God? 46 Emorijm 2