U bevindt zich hier: Enkel Genade

1 Koningen 9: 3 En Yahweh zei tot hem: Ik heb je gebed en je vraag om genade gehoord, die gij voor mijn aangezicht als genade gevraagd hebt; Ik heb dit huis dat gij gebouwd hebt, geheiligd door mijn naam daar voor altijd [Olam] te vestigen, en mijn ogen en mijn hart zullen daar te allen tijde zijn.

Yahweh geeft in Zijn antwoord op het gebed van Salomo een dubbel getuigenis van Zijn genade. In de eerste plaats is dat in het zelfstandig naamwoord chinnah, dat Genade, Gunst, Vraag om Gunst betekent. In de tweede plaats is dat in het werkwoord chanan, dat genade of een gunst bewijzen, betonen, vragen betekent.

Tot elfmaal toe had Salomo om Gods genade gevraagd in zijn gebed bij de inwijding van de Tempel. Als een knecht van Yahweh had Salomo profetisch Gods handelen in genade met Zijn volk getekend. Die weg zou betekenen dat God Zich aan Zijn verbond en Zijn genade zou houden, maar tevens zou het betekenen dat als het volk zich van Hem zou afwenden Hij hen zou tuchtigen om hen terug te winnen. Precies dezelfde weg tekent Yahweh hier in de verzen 1 t/m 9.

Vers 1 zegt dat Yahweh voor de tweede maal aan Salomo verschijnt. Het tweede vers zegt dat het op dezelfde manier plaatsvond als bij Gibeon. Wellicht betekent dit dat het opnieuw in een droom plaatsvond. Gods genade is voor het volk Israël geheel en al aan een uiterlijke plaats verbonden. Yahweh nam de Tempel in bezit als Zijn woonplaats.

Bij ons zijn er geen uiterlijke kenmerken verbonden aan Gods handelen in genade. Paulus noemt dit in Colosse 2: 17 een schaduw van wat komen moest. Voor ons is de werkelijkheid Christus. Dat mag in Gods handelen met ons ook meer dan genoeg zijn.

Yahweh heeft de Tempel geheiligd door daar Zijn naam voor de komende aioon te vestigen. Twee zaken worden hier aan de genade van Yahweh tot Zijn volk verbonden. Ten eerste heeft Yahweh de Tempel geheiligd. Ten tweede is er een bepaald tijdstip [Olam] sterk verbonden aan deze uiterlijke plaats.

Heiligen is apart zetten. Yahweh heeft de Tempel apart gezet door daar Zijn naam daar te vestigen. Het uiterlijk teken daarvan was de wolkkolom, die wel de heerlijkheid van Yahweh genoemd wordt. Het volk wist dat het aan Yahweh verbonden was door dit uiterlijk teken. Gods handelen met ons in genade zal gebruikelijk niet vergezeld gaan door een uiterlijk teken.

Gods belofte van Zijn handelen in genade met dit volk ziet, als het ware, over alle tijdperken heen tot in de komende aioon. Feitelijk zou je al kunnen zeggen dat hier in Jeruzalem het Koninkrijk der hemelen gevestigd werd. Jeruzalem was het wereldcentrum geworden, van waaruit de wereldheerschappij van Israël en haar koning functioneerde.
1 Kronieken 29: 23 En Salomo zette zich op de troon van Yahweh als koning in de plaats van zijn vader David, en hij was voorspoedig, zodat geheel Israel hem gehoorzaamde.

Dit vergezicht over alle tijdperken heen naar de komende aioon verklaart de vaak onbegrepen uitspraak die we een paar verzen verderop tegenkomen.
1 Koningen 9: 5 dan zal Ik uw koningstroon over Israel voor altijd [Olam] bevestigen, zoals Ik tot uw vader David gesproken heb: nimmer zal u een man ontbreken op de troon van Israel.
De koningstroon voor Israël is voor de komende aioon bevestigd. De heerschappij van koning David zal dan letterlijk voortgang hebben.
Ezechiël 34: 23 Dan zal Ik een herder over hen aanstellen, die hen weiden zal: mijn knecht David. Die zal hen weiden, die zal hun herder zijn.

De weg van Gods genade met Zijn volk zal tot op dat tijdstip via veel tuchtigingen verlopen, zoals de verzen 6 t/m 9 van 1 Koningen 9 die beschrijven. Yahweh zal Zich echter houden aan Zijn verbond en Zijn genade. Het Koninkrijk der hemelen zal op aarde gevestigd worden.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina