U bevindt zich hier: Enkel Genade

2 Samuel 16: 4 Toen sprak de koning tot Siba: Dan is al wat Mefiboset bezit, van u. En Siba zei: Ik buig mij neer; blijf mij uw genade betonen, mijn heer de koning.
Het Hebreeuwse zelfstandig naamwoord chen, dat genade, gunst, genegenheid, bekoorlijkheid, aanvaarding betekent.

We hadden al gezien hoe de genade van Yahweh tussen David en Jonatan opnieuw genade uitwerkte naar Mefiboset toe. Nu verschijnt binnen die relatie tussen David en Mefiboset het achterbakse karakter van Siba om de hoek kijken.

Deze knecht van Saul (2 Samuel 9: 2 & 9) had wellicht al in zijn eigen naam verklapt hoe hoog hij wel van zichzelf dacht. Zijn naam betekent ‘standbeeld’. ‘Van mij mag weleens een standbeeld worden opgericht’ sprak hij eigenlijk uit, telkens als hij zichzelf voorstelde.

Zijn leven werd gekenmerkt door het volbrengen van de eisen van de ander. De eerste keer dat hij zich bekend maakte aan David was dat met de onderdanige woorden ‘Uw dienaar’ in 2 Samuel 9: 2. In werkelijkheid was en bleef hij de knecht van Saul. Toen David zijn genade aan Mefiboset bekend maakte, reageerde Siba daarop in 2 Samuel 9: 11 met de woorden ‘Geheel zoals mijn heer de koning zijn knecht gebiedt, zal uw knecht doen’. De onderkruiper.
Eén woord kan je zo op deze persoon plakken: ‘Wet’. Zijn leven kenmerkte zich door wettische gedienstigheid.

In ons hoofdstuk komt hij de, door de rebellie van Absalom, verworpen koning David tegemoet met geweldige geschenken.
2 Samuel 16: 1 - 2 Toen David een eindweegs voorbij de top was getrokken, kwam Siba, de knecht van Mefiboset, hem tegemoet met een paar gezadelde ezels, beladen met tweehonderd broden, honderd rozijnenkoeken, honderd rijpe vruchten en een kruik wijn. En de koning vroeg Siba: Wat wilt gij daarmee? Siba antwoordde: De ezels zijn voor het koninklijk huis om op te rijden; het brood en de vruchten voor de dienaren om te eten; en de wijn om in de woestijn gedronken te worden door hen die vermoeid raken.
Hij was bezig koning David helemaal in te pakken met cadeautjes. Alleen was de vraag: Van wie waren die cadeautjes feitelijk?

Genade kopen. Dat klinkt niet mooi. Wij noemen het in onze vrome godsdienstigheid dan ook niet zo. Wij hebben het over gehoorzaamheid aan de Heer. Wij noemen het onze dienst voor de Heer. We vragen ons af: Wat heb je over voor je geloof? Wil je de Heer echt toegewijd zijn? Wij brengen onze offers van lof en dank. We denken dat als we zo leven de Heer ons ook wel zal zegenen. We zijn bezig Gods genade te kopen met zaken waarvan we eigenlijk niet eens doorhebben dat ze feitelijk allang de Heer toebehoren.

Was Siba achterbaks of wilde hij alleen maar bij de koning in een goed blaadje staan? Zijn wij achterbaks of willen we alleen maar bij de Heer in een goed blaadje staan? Wettische gezindheid had het zicht van Siba verduisterd en hij dacht er goed aan te doen de koning met deze cadeautjes tegemoet te komen. Ja, ons zicht is soms ook gigantisch verduisterd. Dan kunnen we ook eigenlijk alleen maar dat wat de Bijbel presenteert als de vrucht van genade, als opdrachten van God aan ons adres opvatten.

We komen bij de Heer en vragen: ‘Blijf mij Uw genade betonen, o Heer Jezus’. We zingen ‘amazing grace’ en denken inderdaad iets van Zijn genade te pakken te hebben. Daarbij richten we een standbeeld voor onszelf op omdat wij, in uitzondering tot anderen, die genade ook verdiend hebben.

In 2 Samuel 19 neemt David weer zijn rechtmatige plaats in Israël in. Dan blijkt dat Mefiboset in al zijn onmacht zijn koning trouw is gebleven. Hij had niets gedaan, maar ook niets kunnen doen, om zijn trouw te kunnen laten blijken. Zijn hart was alleen vervuld geweest van de koning. Hij wist zich nog altijd onverdiend afhankelijk van genade alleen.
2 Samuel 19: 28 Ofschoon mijn gehele familie van mijn heer de koning slechts de dood te wachten had, hebt gij uw knecht opgenomen onder hen die aan uw tafel eten. Wat voor recht zou ik dan nog hebben, hoe zou ik dan nog op de koning een beroep mogen doen?

Siba wordt ontmaskerd. Zijn wettische gezindheid wordt geheel en al open gelegd. Zijn achterbakse daad komt aan het licht. Komt er nu een oordeel? Wordt hem nu door David alles afgenomen? Wordt hij misschien zelfs terecht gesteld? Nee, genade heerst bij koning David. En wat is de reactie van Mefiboset?

2 Samuel 19: 30 Toen zei Mefiboset tot de koning: Hij [Siba] mag ook alles wel nemen, nu mijn heer de koning behouden naar zijn huis is teruggekeerd.
Genade heerst alom. Waarom? De koning was er weer. Mefiboset had genoeg aan het contact met koning David.

De relatie die wij met de opgestane Heer mogen hebben is voldoende voor ons. Als wij maar in de ogen van onze Heer mogen kijken dan vinden we alle genade die we nodig hebben. Mefiboset kon niets doen om genade te verdienen. Hij ontving onverdiend alle genade die nodig was. En Siba? Ook voor hem was er genade die hij niet verdiend had.

Er is altijd meer genade. Altijd meer. Onverdiend.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende