U bevindt zich hier: Enkel Genade

Salomo had tijdens zijn opvoeding het prachtige voorbeeld van zijn vader David gezien, hoe genade telkens centraal stond in zijn leven. Als dan ook het belangrijkste moment in het leven van Salomo is aangebroken, de inwijding van de Tempel, dan staat ook voor hem de genade van God centraal.

Salomo noemt zichzelf in dit gebed de knecht van Yahweh. Als die knecht profeteert hij in dit gebed hoe de genade van Yahweh Zijn heerlijke werk zal doen onder Zijn volk en tot heil van alle volkeren.

Tot elfmaal toe wordt de genade in dit hoofdstuk vermeld, verdeeld over de volgende drie verschillende Hebreeuwse woorden: ‘checed’, ‘chinnah’ en ‘chanan’.

In ons vorig artikel had Salomo Yahweh nog aanbeden bij de Ark van het Verbond op de hoogte te Gibeon. Ondanks dat dit niet de plek was waar Yahweh aanbeden wenste te worden, had Yahweh hem genade betoond. Nu heeft Salomo de Ark naar Gods eigen plek laten brengen, waarbij nu alles vervuld is van Gods heerlijkheid en genade. De woonplaats van Yahweh, de Ark des Verbonds was op zijn rustplaats gearriveerd.

1 Koningen 8: 23 en zei: Yahweh, Elohim van Israel, er is in de hemel boven en op de aarde beneden geen Elohim als U, die vasthoudt aan het verbond en de genade jegens uw knechten welke met hun gehele hart voor uw aangezicht wandelen;
Het zelfstandig naamwoord checed, dat genade, goedheid, vriendelijkheid, getrouwheid betekent.

Salomo staat hier niet als gezaghebbend vorst. Ook is hij niet één van de aangestelde priesters die plichtsgetrouw hun gebeden uitspreken. Hij staat hier als de man die zich bewust is dat hij van genade en genade alleen afhankelijk is. Zo spreekt hij Yahweh in dit gebed aan.

Het voert veel te ver voor het onderwerp ‘genade’ dat wij bespreken om alles stuk voor stuk door te lopen. Het is echter van groot belang om hier te zien dat Salomo in dit hele gebed de weg van de genade van Yahweh tekent zoals Hij die gaat met Zijn volk Israël. Onderscheiden we dit niet dan zouden we makkelijk verkeerde praktische lessen voor onze eigen wandel hieruit kunnen trekken.

Het verbond en de genade
Al zal het volk afwijken van de weg van Yahweh en ook al zal Yahweh hen daarom moeten tuchtigen door hen weg te voeren in de verstrooiing, toch zal Yahweh vasthouden aan Zijn verbond en Zijn genade. Op dat verbond kon Israël eventueel nog aanspraak maken omdat dit een heldere afspraak van God aan hun adres was. Hier wordt echter de genade nog eens als een extra aan toegevoegd. In Zijn relatie met Zijn volk houdt Yahweh ook nog eens vast aan Zijn niet te verdienen en niet afgesproken genade.
Romeinen 3: 3 Als sommigen ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw Gods tenietdoen?
Romeinen 11: 29 Want de genadegaven en de roeping Gods zijn onberouwelijk.
Yahweh houdt vast aan het verbond en de genade.

1 Koningen 8: 28 Wend U dan tot het gebed van uw knecht en tot zijn vraag om genade, Yahweh, mijn Elohim, en hoor naar het geroep en het gebed dat uw knecht heden voor uw aangezicht bidt,
1 Koningen 8: 30 Hoor dan naar de
vraag om genade van uw knecht en van uw volk Israel, die zij te dezer plaatse opzenden zullen. Ja, U zult het horen in de plaats uwer woning, in de hemel; en wanneer U het hoort, zult U vergiffenis schenken.
Beide keren het zelfstandig naamwoord chinnah, dat Genade, Gunst, Vraag om Genade betekent.

De vraag om genade van uw knecht.
Salomo eist niet als Koning. Hij is zich als knecht bewust van zijn afhankelijkheid van Gods genade alleen. Een mooier voorbeeld kan het volk niet hebben.

Wend U tot zijn vraag om genade. Hoor naar de vraag om genade.
Direct aan de start van zijn gebed wijst Salomo erop dat de enige grond voor het volk Israël de genade van Yahweh is. Terwijl er nog geen sprake is van enige afwijking van het volk smeekt hij Yahweh om genade als de primaire grondslag te hebben voor Zijn relatie met dit volk.

In het volgend artikel gaan we nog verder in op dit gebed van Salomo.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende