U bevindt zich hier: Enkel Genade

2 Samuel 9: 1 David zei: Is er soms nog iemand over van het huis van Saul? Dan zal ik hem genade bewijzen ter wille van Jonathan.
2 Samuel 9: 3 Daarop zei de koning: Is er soms nog iemand over van het huis van Saul? Dan wil ik hem de
genade van God bewijzen. Toen sprak Siba tot de koning: Er is nog een zoon van Jonathan, die verlamd is aan beide voeten.
2 Sa 9: 7 Daarop sprak David tot hem: Vrees niet, want ik zal u voorzeker
genade bewijzen ter wille van uw vader Jonathan; ik zal u alle landerijen van uw vader Saul teruggeven, en gij zult geregeld aan mijn tafel eten.
Alle drie de keren is het hier het woord checed, zn, dat genade, goedheid, vriendelijkheid, getrouwheid betekent

Genadebeloften
Tussen David en Jonathan bestond een relatie van Gods genade. Daartoe behoorde ook de belofte van bescherming van al de familieleden van Jonathan (1 Samuel 20-13-17).
Op een ander tijdstip herhaalde hij diezelfde genadebelofte nog eens aan de vijandige Saul (2 Samuel 24: 20-22). Dit ging echt tegen alle normale menselijke verwachtingen in omdat het in de oudheid (en zelfs tegenwoordig) bij oosterse vorstenhuizen de gewoonte was dat een nieuwe koning of machthebber alle familieleden van het vorige vorstenhuis uitroeide/vermoordde. David deed dus tweemaal de belofte dat hij dit niet met de familie van Saul zou doen. Dat was puur de genade van Yahweh, die hier werkte.

Actieve Genade
De bovenstaande teksten slaan op één van de weinige perioden van vrede in de regering van David. Hij herinnerde zich zijn belofte en vroeg zich af of er nog "iemand over was van het huis van Saul" zodat hij "genade kon bewijzen ter wille van Jonathan". David zocht iemand uit dat huis van Saul die hij onvoorwaardelijk wilde accepteren, wat voor persoon het ook zou zijn. Dat is werkzame genade.

Genade Accepteert
David vroeg niet "Is er nog iemand die het verdient". De vroegere knecht van Saul, Siba, dacht blijkbaar wel in die trant. Hij antwoordde: "Er is nog een zoon van Jonathan, die verlamd is aan beide voeten". Hier had Siba een heel menselijk aanknopingspunt, waar David op in had kunnen gaan. Hij had kunnen vragen: "hoe ernstig is de situatie?" of "hoe kon dit zo gebeuren?". Dat deed David niet. Hij liet genade werken en vroeg "waar kan ik deze man vinden?". Geen kieskeurigheid, direct aanvaarding.

Geen Weide
Mefiboseth woonde samen met zijn familie in een plaats die Lodebar heette. ‘Lo’ betekent in het Hebreeuws "geen" en ‘debar’ is afgeleid van een woord dat "weide of grasland" betekent. Hij bevond zich dus op één of ander verlaten, dor stuk land in Israël. Het is heel goed mogelijk dat hij daar zat omdat hij op de hoogte was van de gewoontes van oosterse vorstenhuizen om ieder lid van een vorig vorstenhuis te doden. Uit angst verborg hij zich daar voor de eventuele gevaren.

Geen Genade Verwacht – Toch Genade Gekregen
Mefiboseth schrok zich waarschijnlijk wezenloos toen daar plotseling afgezanten van David bij hem voor de deur stonden om hem mee te nemen naar de koning. Je proeft de angst van de man toen "hij zich op zijn aangezicht wierp en zich neerboog" (2 Samuel 9: 6). Toen wij voor de eerste keer met Gods genade geconfronteerd werden zaten ook wij op die plek zonder weide. We waren als de dood voor de dood en we zeiden: "wat is uw knecht, dat gij u bekommert om een dode hond, als ik ben?" (vers 8). Je verwacht geen genade, maar je krijgt het om niet, onverdiend.

Rijke Zegeningen Op Grond Van Genade
Wat moet die Mefiboseth innerlijk gehuppeld en gedanst hebben toen hij hoorde dat hij niet alleen al de landerijen van zijn vader en opa kreeg, maar ook nog eens als zoon door David werd geadopteerd. Uiterlijk was hij natuurlijk nergens toe in staat, maar daar werd niet op gezien. David handelde uitsluitend op grond van genade.

Genade Brengt Me Aan Tafel
Wow! Wat een schouwspel! De bel rinkelt. De familie en gasten komen de eetkamer binnen. Eerst de schrandere Amnon, daarna de gespierde Joab als één van de gasten, daarna de knappe Absalom met zijn vertederende zus Tamar en dan het geluid van de krukken van Mefiboseth die daar aan kwam hobbelen.
2 Samuel 19: 28 Ofschoon mijn gehele familie van mijn heer de koning slechts de dood te wachten had, hebt gij uw knecht opgenomen onder hen die aan uw tafel eten.
Genade brengt ons ook in die rijke gemeenschap met de Heer.
Al ben ik als Mefiboseth weleer
Ook kreupel aan beide voeten.
Ik zit aan Uw tafel, wat wonder is dit
U zult mij met blijdschap begroeten.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende