U bevindt zich hier: Enkel Genade

2 Samuel 22: 26 Jegens hem die genade betoont toont Gij Uw genade, jegens de onberispelijke toont Gij U onberispelijk,
2 Samuel 22: 51 Hij schenkt zijn koning grote uitreddingen, en betoont
genade aan zijn gezalfde, aan David en zijn nageslacht voor altijd.
Het eerste woord is het Hebreeuwse werkwoord chacad, dat genadig zijn, goed zijn, vriendelijk zijn betekent. Het tweede woord is het Hebreeuwse zelfstandig naamwoord checed, dat genade, goedheid, vriendelijkheid, getrouwheid betekent.

Exact dezelfde woorden komen we tegen in Psalm 18.
Psalm 18: 25 Jegens hem die genade betoont toont Gij Uw genade, jegens de onberispelijke toont Gij U onberispelijk,
Psalm 18: 50 Hij schenkt zijn koning grote uitreddingen, en betoont
genade aan zijn gezalfde, aan David en zijn nageslacht voor altijd.

David brak uit in deze juichende woorden nadat Yahweh hem bevrijd had uit de greep van al zijn vijanden en uit de greep van Saul (2 Samuel 22: 1). Dat was het moment dat hij deze Psalm in 2 Samuel 22 geschreven heeft. Dit wordt dan nog eens herhaald in Psalm 18. Daar geeft hij dit lied als het ware in de hand van de koorleider.

Zouden we nu direct zonder diepgaander onderzoek aan allerlei praktische lessen voor het geloofsleven beginnen dan belanden we zonder meer in dezelfde misvattingen als Siba. Nee, we zullen echt diepgaand de achtergronden van deze woorden moeten onderzoeken willen we weten waar ze op slaan.

Voordat we die stap maken bekijken we toch eerst de lijn van genade die David zelf heeft mogen proeven. Ook daarover beschrijft hij wel degelijk het één en ander in dit dichterlijk verslag.

Hij kende Yahweh als een vaste grond onder zijn voeten, als zijn Beschermer en Bevrijder.
2 Samuel 22: 2 Hij zei: O, Yahweh, mijn steenrots, mijn vesting en mijn bevrijder,
Hij mag schuilen bij zijn Heer in de zekere wetenschap dat Hij redt.
2 Samuel 22: 3 mijn God, de Rots, bij wie ik schuil, mijn schild, hoorn mijns heils, mijn burcht, mijn toevlucht, mijn verlosser; van geweld hebt Gij mij verlost.
Hij riep Hem aan en werd verlost.
2 Samuel 22: 4 Ik riep Yahweh aan, Die te prijzen is, en ik werd verlost van mijn vijanden.

Davids heel persoonlijke omgang met Yahweh komt duidelijk naar voren in zijn roepen tot Hem in zijn angst. En hij vond rust bij zijn Heer.
2 Samuel 22: 7 Toen het mij bang te moede was, riep ik Yahweh aan; tot mijn God riep ik. En Hij hoorde mijn stem uit zijn paleis, mijn hulpgeroep klonk in zijn oren.

David toont ons hier een belangrijk voorbeeld hoe we in angst en benauwdheid het altijd mogen uitschreeuwen tot de Heer. Zoals kleine kinderen soms om hun ouders kunnen schreeuwen als ze bang zijn mogen wij altijd onze toevlucht bij de Heer zoeken en ook vinden.
Voor mij is het een heel wezenlijk antwoord geworden dat mijn leven echt verborgen is met Christus in God. Het beste verstopplekje dat ik ken.
Colosse 3: 3 uw leven is met Christus verborgen in God.

In de volgende artikelen maken we de grote stap van een diepgaande studie naar de concrete profetische betekenis van dit hoofdstuk. Het geheel is namelijk een prachtige heenwijzing naar de toen nog komende Messias. Dat zet deze beide teksten over genade ook in een totaal nieuw daglicht.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende