U bevindt zich hier: Enkel Genade

Psalm 51: 3 Wees mij genadig, o God, naar uw genade, delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid;
Het eerste woord ‘wees mij genadigis het werkwoord ‘chanan’, dat genade of een gunst bewijzen, betonen, vragen betekent.
Het tweede zelfstandig naamwoord ‘checed’, betekent genade, goedheid, vriendelijkheid, getrouwheid.

Psalm 32:10 Talrijk zijn de smarten van de boze, maar wie op Yahweh vertrouwt, die omringt Hij met genade.
Ook hier staat het zelfstandig naamwoord ‘checed’, dat genade, goedheid, vriendelijkheid, getrouwheid betekent.

In het vorige artikel zagen we hoe Gods genade werkt in het leven van David op het ogenblik dat we hem rustig een boze zouden kunnen noemen. Wij mensen veroordelen dan heel makkelijk. God antwoordt met Zijn genade.

Nu wil ik toch even stilstaan bij de emoties die ook David behoorlijk parten speelde. We kunnen zo makkelijk vastlopen in onze emoties, zeker als we simpelweg gezondigd hebben. Dat was bij David niet anders.

De boze mens en hij die op Yahweh vertrouwt zetten we graag tegenover elkaar. Daarmee zetten we de gelovigen op een geestelijk moreel hoog nivo, die welhaast niet tot boze daden in staat lijkt en de boze wordt zo in de afgrond afgetekend, dat hij voor ons wel al bijna geheel en al afgedaan zou hebben.

In Psalm 32 is David zowel die boze mens als die mens die op Yahweh vertrouwt. Voor God had David niet afgedaan toen hij Uria vermoord had en overspel gepleegd had met zijn vrouw. God handelde in genade met David.

Psalm 32: 3 – 4 Want zolang ik zweeg, kwijnde mijn gebeente weg onder mijn gejammer de ganse dag; want dag en nacht drukte uw hand zwaar op mij, mijn merg verdroogde als in zomerse hitte.
Het tolde in het hoofd van David. Hij had gemoord en ontucht gepleegd. Wat kon hij nu nog verwachten? De hele dag lag hij te jammeren. Hij was wanhopig. Zijn gebeente kwijnde weg, zijn merg verdroogde. Er was geen sprankje kracht meer over in dat lijf van David. Machteloos, uitgeteld lag hij op zijn bed te sippen.

Psalm 32: 9 – 10 Weest niet als een paard, als een muildier zonder verstand, welks trots men bedwingt met toom en bit, opdat het u niet te na zal komen. Talrijk zijn de smarten van de boze,
Als een paard of als een ezel sloeg hij zijn verzenen en kapot in verzet. De pijn groeide bij de dag. Ik weet niet hoe het met u zit, maar ik ken dat helaas maar al te goed. De emoties die je overweldigen lijken te groot om er nog ooit uit te kunnen komen. Je verzet je en je vecht, maar de pijn wordt alleen maar meer.

Was Yahweh veranderd? Was Yahweh niet langer de God van alle genade? O ja, zonder meer. We kunnen ons daar echter zo van afsluiten door te zwelgen in onze emoties dat we daar geen oog meer voor hebben. Maar God is en blijft de God van genade. Hij wil helemaal niet dat we onze emoties voor ons houden.

Psalm 32: 5 Mijn zonde maakte ik U bekend, en mijn ongerechtigheid verheelde ik niet; ik zei: Ik zal Yahweh mijn overtredingen belijden, en U vergaf de schuld mijner zonden.
David deed zijn mond open. Alle rottigheid, alle ellende kwam eruit. Staat God dan klaar om hem met het oordeel te treffen? Nee, het staat er zo simpel: ‘U vergaf de schuld van mijn zonden’. Alles is weg. Alles is vergeven.

We mogen het net als David in Psalm 51 uitschreeuwen: ‘Wees mij genadig, o God, naar uw genade, delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid;’
Alle overtredingen zijn uitgedelgd. Dat is mijn God van genade! Het is weggedaan alsof het nooit bestaan heeft.

Psalm 32: 6 – 7 zelfs bij een stortvloed van geweldige wateren zullen die hem niet bereiken. U bent mij een verberging,
God is gelijk weer de schuilplaats voor David. De genade van God is nooit weggeweest. Nog altijd was Hij die verberging. David genoot er alleen niet van omdat hij zich voor het praktisch ervaren ervan afsloot door alles in zichzelf op te potten. Nu echter het contact er weer is en hij alles verteld heeft, kan hij er ook weer van genieten.
O ja, dan komt er een stortvloed van wateren op je af. Men zal je verzekeren dat het zo makkelijk niet gaat. ‘David was een moordenaar en een seksuele losbol. Wat denk hij wel dat het zo makkelijk gaat?’ Hij dacht het niet alleen. Hij wist het omdat Yahweh de God van genade is.

Psalm 32: 1 -2 Welzalig hij, wiens overtreding vergeven, wiens zonde bedekt is; welzalig de mens, wie Yahweh de ongerechtigheid niet toerekent,
David was weer volmaakt gelukkig. Daar slaat dit dubbele getuigenis van het woordje ‘welzalig’ op. Als we die zekerheid hebben van de God van alle genade, dan zijn we volmaakt gelukkig.

Psalm 32:10 Talrijk zijn de smarten van de boze, maar wie op Yahweh vertrouwt, die omringt Hij met genade.
Zo kunnen de smarten van de boze door genade omslaan in volmaakt geluk omdat Yahweh ons omringt met Zijn genade.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende