U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Mattheus 2: 1 Toen nu Jezus geboren was te Betlehem in Judea, in de dagen van koning Herodes, zie, wijzen uit het Oosten kwamen te Jeruzalem,
(
Leidse Vertaling: Mattheus 2: 1 Toen dan Jezus te Bethlehem in Judea ten tijde van koning Herodes geboren was, kwamen enige sterrenwichelaars uit het Oosten te Jeruzalem,)

Magiërs In Daniël 5
Mochten we nog enige terughoudendheid hebben ten opzichte van de gedachte dat een zo vrome Jood als Daniël oppertovenaar zou zijn, wordt hij in dit hoofdstuk nog eens vermeld als het hoofd van al die diverse categorieën, die gezamenlijk de magiërs vormden.
Daniël 5: 11 er is een man in uw koninkrijk, in wie de geest der heilige goden woont, en in wie in de dagen van uw vader verlichting, verstand en wijsheid, als de wijsheid der goden, gevonden werd; hem heeft koning Nebukadnessar, uw vader tot hoofd der geleerden, bezweerders, Chaldeeën en waarzeggers aangesteld. Uw vader, o koning.
Daar waar zijn wijsheid zo hoog gewaardeerd werd zal Daniël zeker op de bron van wijsheid gewezen hebben. Hij heeft de magiërs vertrouwd gemaakt met al de kennis van de Tenach. Daaruit konden zij dan ook de profetieën betreffende de Messias Koning kennen.

Uitzonderlijke Dienst Van Dit Hoofd Aller Magiërs
De profeet Jeremia had een dienst voor de Joden in Juda. Ezechiël was Gods spreekbuis voor de Joodse ballingen in Babel. Daniël had echter een uitzonderlijke dienst onder de heidense koningen die de heerschappij van de wereld in handen hadden. De dienst van de profeet Daniël heeft in dat opzicht veel overeenkomst met Jozef die als minister president een taak had in Egypte.
De koningen die Daniël heeft mogen dienen waren Nebukadnezar, Belzassar, Darius de Meder en Cyrus de Grote.

Afschaffing Veelgodendom In Iran
Ten tijde van de Babylonische ballingschap was het monotheïsme van Zoroaster al helemaal staatsgodsdienst van Perzië geworden. Toen Perzië dan ook de macht van Babel overnam werd gelijk de hele priesterorde van het Babylonische veelgodendom van de kaart geveegd.

Onderzoekende Magiërs In Iran
De Joden die, zoals we uit de Bijbel weten, van oorsprong al monotheïstisch waren, konden onder de overheersing van de Perzen gewoon doorgaan met de beleving van hun geloof. Hun veel ouder monotheïsme moet de interesse gewekt hebben van de Perzische magiërs. Dit kan ook mede geleid hebben tot de studie van de Joodse geschriften, waardoor ze op de hoogte kwamen van de beloofde Messias.

Magiërs Ten Tijde Van De Messias
Opvallend is dat de meeste keren dat dit woord in het Nieuwe Testament naar voren komt dit ten onrechte weergegeven wordt met ‘wijze’. Dat is namelijk in dit hoofdstuk zelf. Daarnaast zijn slecht enkele sporadische teksten nog terug te vinden met de andere weergave ‘tovenaar’ of een afgeleide ‘toveren’.

Een Magiër In Handelingen 8
Handelingen 8: 9 – 11 Een man, met name Simon, was reeds voor deze tijd in de stad bezig met toverij, waardoor hij het volk van Samaria verbijsterde, en hij beweerde van zichzelf, dat hij iets groots was; en allen, van klein tot groot, hielden zich aan hem en zeiden: Deze is wat genoemd wordt de grote kracht Gods. En zij hielden zich aan hem, omdat hij reeds lange tijd hen door toverijen verbijsterd had.
Hier hebben we een zekere Simon die zijn magiër zijn in de dienst van satan gesteld had. In het magiër zijn onderscheidde hij zich niet van Daniël, wel in de manier waarop hij er een slaatje uit probeerde te slaan. Als hij getuige is van het uitdelen van Heilige Geest, wenst hij dat te kopen met geld. Geld en macht stonden voorop in zijn denken. Het zijn die perverse motieven die Petrus daarna ook veroordeelt.
Handelingen 8: 20 – 23 Petrus zei tot hem: Je geld zij met je ten verderve, daar jij gemeend hebt de gave Gods voor geld te kunnen verwerven. Jij hebt part noch deel aan deze zaak, want jouw hart is niet recht voor God. Bekeer je van deze boosheid en bid de Here, of deze toeleg van jouw hart je moge vergeven worden; want ik zie, dat jij gekomen bent tot een gal van bitterheid en een warnet van ongerechtigheid.
Petrus name echt geen blad voor de mond in zijn beschrijving van het vergrijp door deze Simon. Hij had zijn magisch kunnen misbruikt om de mensen onder zijn macht te krijgen en hij zocht er nog meer macht bij.

Een Magiër In Handelingen 13
Op hun eerste zendingsreis ontmoetten Paulus en Barnabas een magiër op een eiland in de Middellandse Zee.
Handelingen 13: 6 En na het gehele eiland doorgetrokken te zijn tot aan Pafos, troffen zij een zekere tovenaar aan, een valse profeet, een Jood, wiens naam was Barjezus;
Let wel! Dit woordje ‘tovenaar’ is exact hetzelfde woord als ‘wijze’ in Mattheus 2.
Ook bij deze Barjezus is sprake van misbruik van zijn ‘magiër’ zijn. Als valse profeet zocht hij de eer en de gunst van het volk. Het was wel via een andere weg dan Simon, maar ook hij zocht de macht over het volk. Hij stond daarbij zelf Paulus en Barnabas in de weg om het woord van God te brengen.
Handelingen 13: 8 Maar Elymas, de tovenaar, want zo wordt zijn naam vertaald, verzette zich tegen hen en trachtte de landvoogd van het geloof afkerig te maken.
Nu wordt de Jood ‘Barjezus’ bij zijn Arabische naam genoemd: ‘Elymas’. Ook Paulus spreekt zich ondubbelzinnig uit over de tegenwerking van deze magiër.
Handelingen 13: 10 – 11 Zoon van de duivel, vol van allerlei list en streken, vijand van alle gerechtigheid, zal jij niet ophouden de rechte wegen van de Heer te verdraaien? En nu, zie, de hand van de Heer keert zich tegen je,

Tovenaars Of Wijzen
Zowel Simon als Elymas waren beiden afvallige Joden, die een weg van macht voor zichzelf weggelegd zagen in het beoefenen van de magie. Dat zie je veelvuldig en het is vanzelfsprekend dat zowel Petrus als Paulus zich beiden hier onomwonden over uitspraken. De vertalingen geven echter wel een gekleurd beeld als ze het als ‘tovenaar’ vertalen als het in een negatieve setting staat, maar het als ‘wijzen’ vertaald zodra er sprake is van een positieve setting.

Vooruitblik Voor De Heidenen
De komst van deze magiërs uit het oosten om de Messias Koning te huldigen is reeds een vooruitblik op de opdracht aan de twaalven aan het eind van het Mattheus Evangelie.
Mattheus 28: 19 Gaat dan heen, maakt al de volken tot Mijn discipelen en doopt hen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest en leert hen onderhouden al wat Ik jullie bevolen heb.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: