U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Mattheus 1: 2 Abraham verwekte Izaäk, Izaäk verwekte Jakob, Jakob verwekte Juda en zijn broeders,

Abraham
Zie Mattheus 1: 1.

Abraham Verwekte Izaäk
De belofte geldt niet voor het hele nageslacht van Abraham, maar loopt via Izaäk.
Romeinen 9: 7 – 9 en zij zijn ook niet allen kinderen, omdat zij nageslacht van Abraham zijn, maar: Door Izaäk zal men van nageslacht van u spreken. Dat wil zeggen: niet de kinderen van het vlees zijn kinderen Gods, maar de kinderen der beloften gelden voor nageslacht. Want er ligt een belofte in dit woord: omstreeks deze tijd zal Ik komen en Sara zal een zoon hebben.

Abraham Verwekte
Hier lezen we het Griekse werkwoord: ‘gennao’. Als dit werkwoord bij de man gebruikt wordt, zoals in dit hele hoofdstuk, dan is de juiste vertaling ‘verwekken’. Als het werkwoord bij de vrouw gebruikt wordt heeft het betrekking op het ‘baren’. Het is onjuist om het te vertalen met ‘zwanger raken’. De nadruk ligt dus niet op het onderlinge verkeer tussen man en vrouw of op het tijdstip als zodanig, maar op het leven dat hierdoor tot stand komt.
Er ligt een duidelijke relatie tussen dit werkwoord hier en het zelfstandig naamwoord ‘genesis’ in vers 1, dat ‘geboorte’ betekent.

Izaäk
Deze persoonsnaam heeft de letterlijke betekenis: ‘Gelach’ of ‘Hij lacht’. Zie ook Genesis 17: 19.

Jakob
Deze persoonsnaam geldt de stamvader van het volk Israël, maar is tevens een aanduiding voor het volk Israël zelf als het in eigen kracht haar weg gaat. Letterlijke betekenis: ‘Hij houdt de hiel vast’ of ‘hielenlichter’, oftewel ‘bedrieger’.
Genesis 25: 26 En daarna kwam zijn broeder te voorschijn, wiens hand de hiel van Esau vasthield; en hem noemde men Jakob. En Izaäk was zestig jaar oud bij hun geboorte.

Juda
Deze persoonsnaam staat voor de stamvader van de stam Juda, maar daarmee tevens voor de stam zelf. Letterlijke betekenis: ‘Geloofd’, ‘Geprezen’ of ‘lof’.
Genesis 29: 35 En zij werd wederom zwanger, baarde een zoon, en zei: Nu zal ik Yahweh loven; daarom gaf zij hem de naam Juda. Toen hield zij op met baren.
De bijzondere belofte aan Juda.
Genesis 49: 10 De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en hem zullen de volken gehoorzaam zijn.

En zijn broeders
Uit het vervolg in vers 3 zien we dat het koningschap over Israël verder zal gaan via de lijn van Juda en niet via zijn broeders. Het was dus niet iets dat voorbehouden was voor het hele huis van Abraham of het hele huis van Izaäk.
Was dit een gewoon geslachtsregister geweest, dat de chronologische volgorde hanteerde, dan had er moeten staan: ‘Jakob verwekte Ruben en zijn broers’. Ruben was de oudste. Nee, Juda was de Koninklijke stam en dus moest in dit Koninklijk geslachtsregister Juda voorop staan.
Genesis 49: 10 De scepter zal van Juda niet wijken, noch de heersersstaf tussen zijn voeten, totdat Silo komt, en hem zullen de volken gehoorzaam zijn.

Juda en zijn broeders. Deze uitdrukking toont aan dat deze Koninklijke lijn ook een lijn van genade is. Juda en zijn broers waren verantwoordelijk voor het verkopen van hun eigen broer, Jozef.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Studie Man En Vrouw
Mattheus 1: 1-16 Vier Plus Eén Vrouwen