U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Mattheus 1: 1 Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.

Zoon van David voor Juda en Israël
De belofte van de rechtvaardige Spruit (Zoon) van David als Koning voor Israël en Juda:
Jeremia 23: 5 – 6 Zie, de dagen komen, luidt het woord van Yahweh, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israel veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen: Yahweh onze gerechtigheid.

Het hele Nieuwe Verbond omsloten
De naam van David, de koning van Israël, omsluit het hele Nieuwe Verbond. Het begint hier en eindigt in het slot van Openbaring.
Openbaring 22: 16 Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden, om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.
Precies de volgorde waarin Mattheus de Messias eerst de zoon van David noemt en pas daarna de zoon van Abraham werd door Mattheus gebruikt om de nadruk te leggen op de Koninklijke lijn van de Messias als de Zoon van David. Het is des te opvallender omdat Mattheus vanaf het volgende vers de volgorde weer omdraait en gewoon bij Abraham begint.

3 maal 14 = Messias Jezus, Zoon van David
In het hele geslachtsregister staat David, de Koning centraal. Natuurlijk heeft het daarbij voortdurend de verwijzing naar de Zoon van David. Hoezo, in het hele geslachtsregister?
Vanaf Abraham in de volgende tekst lopen er driemaal veertien geslachten. Er worden daarvoor zelfs letterlijk geslachten overgeslagen (t.z.t. kom ik daar op terug).
Wat betekent deze perfecte symmetrie van drie maal veertien in dit geslachtsregister?
In die tijd had elke letter uit het alfabet zijn getalswaarde. Nu gaat het in dit geslachtsregister om de Zoon van David. Men schreef d-v-d. D=4 en V=6. David is dus 4+6+4=14.
Wat is dus de terugkerende boodschap in dit geslachtsregister?
Abraham tot David is veertien (David) geslachten.
David tot de ballingschap is veertien (David) geslachten.
De ballingschap tot Jezus is veertien (David) geslachten.
Het draait dus om David en nog eens David. Driewerf David in de beloofde Zoon van David: de Messias Jezus.

Abraham
Dit is een persoonsnaam met de letterlijke betekenis: ‘Vader van een grote menigte’. Zie ook Genesis 17: 5.

Zoon van Abraham.
Hier wordt de Messias als wettige erfgenaam van het land Israël voorgesteld, zoals Hij aan Abraham beloofd was.
Genesis 15: 18 - 21 Te dien dage sloot Yahweh een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat: De Keniet, de Kenizziet, de Kadmoniet, de Hethiet, de Perizziet, de Refaieten, de Amoriet, de Kanaaniet, de Girgasiet en de Jebusiet.

Eerst geloof in de Koning, daarna de belofte van het land
Na dit eerste Bijbelvers in Mattheus komen we de titel ‘zoon van Abraham’ verder nergens meer tegen. Dit is een hele logische zaak als we bedenken dat het herstel van Israël en de teruggave van hun land alleen zal plaatsvinden op voorwaarde dat zij de Heer Jezus Christus als hun Messias Koning zullen aannemen. Daarom wordt Hij ook zo vaak als Koning voorgesteld in dit Evangelie. Twaalf keer wordt Hij ‘de Koning der Joden’ genoemd.

Eerst het volk Israël, pas daarna de heidenen
Als de zoon van David is de Messias uitsluitend verbonden aan het Joodse volk. Als de zoon van Abraham wordt duidelijk dat de zegeningen van het Nieuwe Verbond zich ook uitstrekken naar de Heidenen, de niet Joden.
Genesis 12: 3 In u [Abraham] zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden.
Dit zijn niet de hemelse zegeningen uit Efeze 1: 3 waar wij in onze huidige huishouding in delen. Het zijn de zegeningen van het Nieuwe Verbond die zich ook tot de Heidenvolkeren zullen uitstrekken als het Joodse volk haar Messias zal hebben aangenomen.

Twee titels van de Messias – Twee delen van Mattheus
De twee titels ‘zoon van David’ en ‘zoon van Abraham’ lopen aardig parallel met de twee delen waarin het Mattheus Evangelie uiteenvalt na de inleiding, die loopt van Mattheus 1: 1 t/m Mattheus 4: 15.
Het eerste deel na die inleiding begint met de woorden: ‘van toen aan’.
Mattheus 4: 17
Van toen aan begon Jezus te prediken en te zeggen: Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Dit eerste deel spreekt over de officiële dienst van de Messias voor Zijn volk als Koning der joden. Dat is de dienst van de zoon van David voor Zijn volk.
Het tweede deel begint evenals het eerste deel met de woorden: ‘van toen aan’.
Mattheus 16: 21
Van toen aan begon Jezus Christus zijn discipelen te tonen, dat Hij naar Jeruzalem moest gaan en veel lijden van de zijde der oudsten en overpriesters en schriftgeleerden en gedood worden en ten derden dage opgewekt worden.
In dit tweede deel wordt de basis neergelegd waarop de zegeningen van het Nieuwe Verbond zich kunnen uitstrekken naar het volk Israël op de eerste plaats en vervolgens naar de Heidenen op de tweede plaats. Die basis is het offerwerk van Christus als de zoon van Abraham. Izaäk, de directe zoon van Abraham, is als het offer dat Abraham brengen moest, een prachtig type van de Messias als zoon van Abraham.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Studie Man En Vrouw
Mattheus 1: 1-16 Vier Plus Eén Vrouwen