U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Mattheus 1: 1 Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.

De combinatie: Naam & Titel - Jezus Christus
Dit is de benaming om de Vernederde aan te duiden. Het omgekeerde ‘Christus Jezus’ is niet de Vernederde maar juist de Verhoogde.
De naam ‘Jezus’ heeft vanwege haar positie hier de nadruk. De titel ‘Christus’ volgt erop slechts ter verduidelijking. In de Evangeliën betekent het dus letterlijk: ‘Jezus de Messias’. De Jood kent Hem dan ook beter als ‘Yahshua HaMashiah’. In de brieven heeft deze benaming de betekenis ‘Hij die Zichzelf vernederd heeft en nu verhoogd en verheerlijkt is als Christus’.

De Zoon
Grieks: ‘huios’. Je hebt naast dit Griekse woord ook het woord ‘teknon’, dat ook voor een mannelijk kind gebruikt kan worden. Dat Griekse woord wordt nooit en te nimmer in de Bijbel gebruikt voor de Messias Jezus, of beter ‘Yahshua HaMashiah’. In het woord ‘teknon’ zit een passieve, afhankelijke houding van het kind naar de ouders.
Dit woord ‘huios’, dat hier gebruikt wordt, richt juist de aandacht volledig op de persoon zelf in plaats van op de afhankelijkheid van zijn ouders. In deze benaming komt het individu volledig naar voren en niet zozeer de afkomst. Daar waar dan nog afkomst om de hoek komt kijken draait het om zijn waardigheid om zoon van die ouders te zijn, de eer die de ouders in hem zien. We zien hier dus een term die qua waardigheid, eer en vrijheid perfect het Zoonschap van de Messias uitdrukt.
Johannes 1: 18 Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des Vaders is, die heeft Hem doen kennen.
Romeinen 8: 29 Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld van zijn
Zoon, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen;

De naam ‘David’.
Dit is Een persoonsnaam met de letterlijke betekenis: ‘Geliefde’.

Zoon van David.
Hier wordt de Messias getekend als de wettige erfgenaam van de troon van David. Hier draait de titel ‘zoon’ om het erfrecht en niet om het directe zoonschap. Er zaten vele generaties tussen.
2 Samuel 7: 12 – 17 Wanneer uw dagen vervuld zijn en u bij uw vaderen te ruste bent gegaan, dan zal Ik uw nakomeling, uw eigen zoon, na u doen optreden, en Ik zal zijn koningschap bevestigen. Die zal mijn naam een huis bouwen, en Ik zal zijn koninklijke troon voor immer [Hebreeuws: ‘Olam’] bevestigen………Uw huis en uw koningschap zullen voor immer [Hebreeuws: ‘Olam’] bestendig zijn voor uw aangezicht, uw troon zal vast staan voor altijd [Hebreeuws: ‘Olam’]. Geheel overeenkomstig deze woorden en dit gezicht, heeft Natan tot David gesproken.
Natan ziet, in dit Bijbelcitaat, dus over het hoofd van de zoon Salomo heen naar een toekomstige zoon van David, die in de volgende aioon zijn Koninklijke heerschappij onder het volk zal innemen. Het Hebreeuwse ‘Olam’ heeft een eendere betekenis als het Griekse ‘aioon’.

Het erfrecht van de Zoon
Petrus legt in de Pinkstertoespraak aan het volk Israël uit dat de Zoon van David, waar de profeet Natan over sprak, niemand minder is dan Yahshua HaMashiah zelf.
Handelingen 2: 29 – 32 Mannen broeders [Aanspreektitel voor Joodse medeburgers], men mag vrijuit tot u zeggen van de aartsvader [aartsvader van de Israëlieten] David, dat hij en gestorven en begraven is, en zijn graf is bij ons tot op deze dag. Daar hij nu een profeet was en wist, dat God hem onder ede gezworen had Eén uit de vrucht zijner lendenen [Yashua HaMashiah] op zijn troon te doen zitten, heeft hij in de toekomst gezien en gesproken van de opstanding van de Christus, dat Hij niet aan het dodenrijk is overgelaten, noch zijn vlees ontbinding heeft gezien. Deze Jezus heeft God opgewekt, waarvan wij allen getuigen zijn.
De Messias heeft dus als Zoon van David recht op die troon.

De uitdrukking ‘Zoon van David’ negen maal in Mattheus
2/
Mattheus 9: 27 En terwijl Jezus vandaar verder ging, volgden Hem twee blinden, al roepende en zeggende: Heb medelijden met ons, Zoon van David!
3/ Mattheus 12: 23 En al de scharen waren buiten zichzelf en zeiden: Dit is toch niet de Zoon van David?
4/ Mattheus 15: 22 En zie, een Kananese vrouw uit dat gebied kwam en riep: Heb medelijden met mij, Here, Zoon van David, mijn dochter is deerlijk bezeten.
5/ Mattheus 20: 30 En zie, twee blinden, die aan de weg zaten, riepen, toen zij hoorden, dat Jezus voorbijging, zeggende: Here, heb medelijden met ons, Zoon van David!
6/ Mattheus 20: 31 En de schare bestrafte hen, dat zij zwijgen zouden. Maar zij riepen te meer zeggende: Here, heb medelijden met ons, Zoon van David!
7/ Mattheus 21: 9 En de scharen, die voor Hem uit gingen en die volgden, riepen, zeggende: Hosanna de Zoon van David, gezegend Hij, die komt in de naam des Heren; Hosanna in de hoogste hemelen!
8/ Mattheus 21: 15 Toen de overpriesters en de schriftgeleerden de wonderwerken zagen, die Hij deed, en de kinderen, die in de tempel riepen, zeggende: Hosanna de Zoon van David! namen zij dat kwalijk,
9/ Mattheus 22: 42 zeggende: Wat dunkt u van de Christus? Wiens zoon is Hij? Zij zeiden tot Hem: Davids Zoon.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Studie Man En Vrouw
Mattheus 1: 1-16 Vier Plus Eén Vrouwen