U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 9: 10 en met alle levende wezens die bij u zijn: het gevogelte, het vee en het wild gedierte der aarde bij u, allen, die uit de ark gegaan zijn, alle gedierte der aarde.
Met alle levende wezens. Mochten wij denken dat God toch voorwaarden stelt aan Zijn verbond, dan moeten we ons ook afvragen welke voorwaarden Hij deze dieren stelt. Het is kenmerkend onvoorwaardelijk.
Het opvallende is dat dit eeuwig verbond wijst op het verbond van de toekomende eeuw, wanneer het volk Israel opnieuw met haar echtgeoot Yahweh zal trouwen. Ook dan zal de hele schepping, inclusief alle dieren weer delen in dat verbond (Hosea 2: 17)
Wezens. Hebreeuws: ‘nephesh’. Letterlijk: ‘ziel’. Zo worden de dieren beschreven in Genesis 1: 21, 24; 2: 19; hier en Genesis 9: 12, 15, 16. De ziel duidt op alles wat leven bezit. Het zijn zielen. Het bezit van een ziel, die dan ook nog eens altijddurend zou zijn is niet Bijbels.

Genesis 9: 13 mijn boog stel Ik in de wolken, opdat die tot een teken zij van het verbond tussen Mij en de aarde.
Mijn boog. Het teken van de genade van God. Het teken van Gods verbond. Als God concreet de wereld gaat oordelen is dit teken van Zijn genade er als eerste bij (Openbaring 4: 3).
Stel Ik. Letterlijk: ‘plaats toewijzen’. Yahweh plaatste het daar toen.

Genesis 9: 14 Wanneer Ik dan wolken over de aarde breng en de boog in de wolken verschijnt,
Wolken over de aarde. Meeste kans had het voor de zondvloed nog nooit geregend (Genesis 2: 5-6; 2 Petrus 3: 5-6). De regen moet dus een vreselijke angst hebben veroorzaakt. Nu was er een nieuw voorwerp van schoonheid en bewondering aan de hemel, de regenboog.

Genesis 9: 16 Als de boog in de wolken is, dan zal Ik hem zien, zodat Ik mijn eeuwig verbond gedenk tussen God en alle levende wezens van alle vlees, dat op aarde is.
Eeuwig verbond. Deze uitdrukking komt dertien maal voor in het Oude Testament en één maal in het Nieuwe Testament. Het verbond van de Olam of van de aioon. Dit verbond bij het begin van de mensheid wijst dus al heen naar het verbond in de toekomende eeuw.
Verbond met Abraham (Genesis 17: 13m 19) is een eeuwig verbond. Ook dat zag over alle gebeurtenissen heen naar de toekomende eeuw. In Leviticus wordt over het elke sabbat brengen van een offer van de twaalf toonbroden gezegd dat dit van de zijde van de Israëlieten een eeuwig verbond is. Die eenheid van het volk zal in die toekomende eeuw volkomen worden. In 2 Samuel 23: 5 denkt David aan een eeuwig verbond, dat Yahweh hem gegeven had. In 1 Kronieken 16: 17 en Psalm 105: 10 denkt David terug aan het verbond dat Yahweh met Abraham sloot en aan Izaäk en Jakob bevestigde. In Jesaja 24: 5 verwijst het ook naar dat verbond dat Yahweh met Abraham gesloten had. De meeste vertalers en verklaarders stinken erin door in het begrip ‘de aarde’, dat zestien maal voorkomt in dat hoofdstuk, niet het land Israël te zien. Dat hoofdstuk spreekt er over dat zij het verbond van de eeuw verbroken hadden. Er was, als het ware een breuk in gekomen die in de toekomende eeuw hersteld zal worden. In Jesaja 55: 3 wordt het verbond van de eeuw direct onlosmakelijk verbonden aan de genadebewijzen van David. Nadat het in hoofdstuk 24 verbroken was, wordt hier het nieuwe verbond aangekondigd, met dezelfde kenmerken als die Yahweh met Abraham gesloten had, het verbond van de eeuw. Ook Jeremia 32: 40 en Ezechiël 37: 26 spreken van dat nieuwe verbond. Ook in het Nieuwe Testament spreekt Hebreeën 13: 20 van dit nieuwe verbond, plus dat het daar ook openlijk over de grondslag van dat verbond spreekt.
Alle keren dat er in de Bijbel over een eeuwig verbond gesproken wordt gaat het dus over de verbondsrelatie van Yahweh met Zijn volk Israël. Onze uitgangstekst is de enige uitzondering dat er gesproken wordt over een eeuwig verbond met de hele schepping. Dat zal pas weer werkelijkheid worden
in de toekomende eeuw. Zie Genesis 9: 10.
Opvallend is dat bij de wetgeving ook gesproken wordt over een verbond. Daar wordt nooit naar verwezen als een eeuwig verbond. Die verbondsrelatie werd oud toen Yahweh Zijn vrouw moest wegzenden. Het nieuwe verbond dat Hij met haar weer zal aangaan wordt wel het eeuwig verbond genoemd.
Genesis 9: 18 De zonen van Noach, die uit de ark gegaan waren, waren Sem, Cham en Jafet; Cham was de vader van Kanaän.
Sem, Cham en Jafet. Ze waren reeds in Genesis 5: 32 & 6: 10 genoemd. Hier is het noemen van hun namen een intro op nieuwe gebeurtenissen.
Kanaän. Mogelijke betekenis: ‘koopman’ of ‘handelaar’. De reden waarom Kanaän toegevoegd is aan deze zonen van Noach kan zijn omdat hij inmiddels geboren was. Deze Kanaän zou Noach volgens vers 24 wat aangedaan hebben, wat zijn vervloeking in vers 25 bewerkte. Hij was de stamvader van de Kanaänieten, die het volk Israël zwaar zouden gaan bestrijden.

Genesis 9: 19 Deze drie waren de zonen van Noach, en uit dezen is de gehele aarde bevolkt.
Bevolkt. Staat niet in de grondtekst. ‘Uit hen is de hele aarde’. Het leest prettiger om het woord er wel bij te hebben en het is meeste kans ook de betekenis.

Genesis 9: 20 En Noach werd een landman en plantte een wijngaard.
Landman. Letterlijk: ‘man van de grond’. De uitdrukking ‘man van’ wordt gebruikelijk gehanteerd om het kenmerk van een persoon aan te duiden. Een man van oorlog is een soldaat, een man van bloed is een moordenaar, een man van vee is een herder en een man van woorden is welbespraakt. Die laatste uitdrukking gebruiken we ook wel in het Nederlands. Noach was in de Bijbel de tweede landbouwer. Kaïn was de eerste (Genesis 4: 2).

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
MP3 Toespraken:
Genade Noach Abraham Lot [7.897 KB]