U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 8: 1 En God gedacht aan Noach, en aan al het gedierte, en aan al het vee, dat met hem in de ark was; en God deed een wind over de aarde doorgaan, en de wateren werden stil.
God. Hier is het weer ‘Elohim’ omdat alle levende wezens erin betrokken zijn. Zie Genesis 7: 16.
Wind. Hebreeuws: ‘ruach’. Zelfde woord voor ‘geest’ en ‘adem’.

Genesis 8: 2 Ook werden de fonteinen van de afgrond, en de sluizen van de hemel gesloten, en de plasregen van den hemel werd opgehouden.
Sluizen. Hebreeuws: ‘arubboth’. Zie ook Genesis 7: 11.

Genesis 8: 3 Daartoe keerden de wateren weder van boven de aarde, heen en weder vloeiende, en de wateren namen af ten einde van honderd en vijftig dagen.
Heen en weder vloeiende. Letterlijk: ‘steeds meer teruggaande’. Na de 150 dagen van Genesis 7: 24 verminderde het water.

Genesis 8: 4 En de ark rustte in de zevende maand, op den zeventienden dag der maand, op de bergen van Ararat.
Rustte. De Sabbatrust. Zie Genesis 7: 4.
De zevende maand, op de zeventiende dag der maand. De dag dat Christus uit de dood opstond.

Genesis 8: 5 En de wateren waren gaande, en afnemende tot de tiende maand; in de tiende maand, op den eersten der maand, werden de toppen der bergen gezien.
De tiende maand, op de eerste van de maand. De bergtoppen werden dus 74 later zichtbaar.

Genesis 8: 7 En hij liet een raaf uit, die dikwijls heen en weder ging, totdat de wateren van boven de aarde verdroogd waren.
De raaf. Een rusteloos beest, dat niet graag bij de mens leeft, wat blijkt uit dat heen en weer vliegen. Hij bleef vliegen totdat de aarde begon op te drogen. Een onreine vogel (Leviticus 11: 13-15; Deuteronomium 14: 12-14).
Verdroogd waren. Letterlijk: ‘begon op te drogen’.

Genesis 8: 8 Daarna liet hij een duif van zich uit, om te zien, of de wateren gelicht waren van boven den aardbodem.
Daarna. Nu wist Noach dat de raaf een plekje gevonden had.
De duif. Als die een plekje vond was het zeker dat de aarde bewoonbaar was. Een reine vogel (Deuteronomium 14: 11).

Genesis 8: 10 En hij verbeidde nog zeven andere dagen; toen liet hij de duif wederom uit de ark.
Nog zeven andere dagen. De eerste keer na de raaf had Noach dus ook zeven dagen gewacht. Dit is opnieuw een Sabbat, de 18e dag van de 11e maand.

Genesis 8: 11 En de duif kwam tot hem tegen den avondtijd; en ziet, een afgebroken olijfblad was in haar bek; zo merkte Noach, dat de wateren van boven de aarde gelicht waren.
Afgebroken. Geplukt. Het was dus niet een blad dat op het water dreef.
De wateren van boven de aarde gelicht waren. Noach zag dus dat er nog maar een dunne laag boven het aardoppervlak lag.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
MP3 Toespraken:
Genade Noach Abraham Lot [7.897 KB]