U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 6: 4 In die dagen waren er reuzen op de aarde, en ook daarna, als Gods zonen tot de dochters der mensen ingegaan waren, en zich kinderen gewonnen hadden; deze zijn de geweldigen, die van ouds geweest zijn, mannen van name.
In die dagen. De tijd van Noach.
Reuzen. Hebreeuws: ‘Nefilim’. De vertaling ‘reuzen’ is ten onrechte. Dat is gebaseerd op de Griekse weergave van de Septuagint waar ‘Gigantes’ staat. Nefilim zijn het mengproduct van mensen en geestelijke machten. Ze kunnen als reuzen voorkomen, maar dat is niet het kenmerkende. Het gaat hier om een nieuwe hybride tussensoort, dat geen mens en geen geestelijke macht is. Het zijn bovennatuurlijke wezens. Zij waren de reden voor deze zondvloed.
Ook daarna. De vermenging tussen de mens en de geestelijke machten is niet beëindigd bij de zondvloed. Zodra de boodschap dat het zaad van de vrouw in Abraham door zou gaan is er weer vermenging opgetreden in diverse volkeren die Kanaän bezetten voordat het volk Israël er binnen zou trekken. Daarna is hun optreden niet meer zo wereldwijd voorgekomen. Het was telkens begrensd tot bepaalde volkeren. In de toekomst zal het zeker weer wereldwijde vormen aannemen
Mattheus 24: 37 En gelijk de dagen van Noach waren, alzo zal ook zijn de toekomst van den Zoon des mensen. Want gelijk zij waren in de dagen voor den zondvloed, etende en drinkende, trouwende en ten huwelijk uitgevende, tot den dag toe, in welken Noach in de ark ging;
Lukas 17: 26 – 27 En gelijk het geschiedde in de dagen van Noach, zo zal het ook zijn in de dagen van de Zoon des mensen: zij aten, zij dronken, zij huwden, en zij werden ten huwelijk genomen tot op de dag, waarop Noach in de ark ging en de zondvloed kwam en allen verdelgde.
De waarschuwing voor een tijd van huwen en ten huwelijk nemen lijkt zo vreemd totdat je door hebt welke seksuele vermenging bedoeld wordt. Dit zal zich herhaling vlak voor de komst van de Heer. (Zien we hier in het verborgene niet al voortekenen van?)
De Geweldigen. Hebreeuws: ‘Gibbor’. Letterlijk: ‘de helden’.
Mannen van naam. In de geschiedenissen en mythologieën van vrijwel alle volkeren zijn hun zogenaamde heldendaden vereeuwigd. De Griekse mythologie geeft wat dat betreft een verwrongen beeld van de oorspronkelijke werkelijkheid.

Genesis 6: 5 En de HEERE zag, dat de boosheid des mensen menigvuldig was op de aarde, en al het gedichtsel der gedachten zijns harten te allen dage alleenlijk boos was.
Boosheid. Hebreeuws: ‘ra’a’. Het moreel verval. Wij gebruiken daar de uitdrukking voor: ‘hij deugt nergens voor’.
Menigvuldig. Het had zich letterlijk vermenigvuldigd op de aarde.

Genesis 6: 6 Toen berouwde het den HEERE, dat Hij den mens op de aarde gemaakt had, en het smartte Hem aan Zijn hart.
De Heere. Yahweh, als Verbondsgod. Hij had Zich heel nauw aan de mens verbonden om hen Zijn genade te betonen. Nu verwoestte die mens zichzelf. God tekent Zich hier niet afstandelijk als Elohim.
Het smartte Hem aan Zijn hart. Overduidelijk blijk van de genade van God. Het is een hart dat overloopt van liefde voor de mens.

Genesis 6: 7 En de HEERE zei: Ik zal den mens, dien Ik geschapen heb, verdelgen van den aardbodem, van den mens tot het vee, tot het kruipend gedierte, en tot het gevogelte des hemels toe; want het berouwt Mij, dat Ik hen gemaakt heb.
Verdelgen. Volkomen wegvagen, uitdelgen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: