U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 6: 2 Dat Gods zonen de dochters der mensen aanzagen, dat zij schoon waren, en zij namen zich vrouwen uit allen, die zij verkozen hadden.
God. In plaats van Gods zonen staat er letterlijk: ‘zonen van de God’. Hebreeuws: ‘ha Elohim’. De God wijst op de Schepper.
Zij namen zich vrouwen. In het Nieuwe Testament wordt uitvoerig beschreven wat deze zonen van God hier deden.
Judas: 6 en dat Hij engelen, die aan hun oorsprong ontrouw werden en hun eigen woning verlieten, voor het oordeel van de grote dag met eeuwige banden onder donkerheid heeft bewaard gehouden;
Om seksuele omgang met de vrouwen van de mensen te hebben hadden zij hun eigen woning [lichaam] verlaten en waren aan hun oorsprong ontrouw. Het Griekse woord voor woning is ‘oiketerion’, dat alleen verder in 2 Corinthe 5: 2 gebruikt wordt en daar de betekenis van ‘lichaam’ heeft. Oorspronkelijk zouden zij niet trouwen. Zij veranderden iets aan hun lichamelijke situatie om dit tot stand te kunnen brengen.
We hebben vaak een verkeerde voorstelling van geestelijke machten en denken dan dat zij lichaamloze geesten zijn. Zij hebben een geestelijk lichaam. Dat is verschillend aan ons zielse lichaam. Daarom was het dus vereist om hun eigen lichaam te verlaten om seksueel verkeer met de vrouwen van de mensen te kunnen hebben.
Petrus is de volgende die in het Nieuwe Testament over deze gebeurtenis schrijft.
2 Petrus 2: 4 - 6 Want indien God engelen, die gezondigd hadden, niet gespaard heeft, maar hen, door hen in de afgrond te werpen, aan krochten der duisternis heeft overgegeven om hen tot het oordeel te bewaren; en de wereld van de voortijd niet gespaard heeft, maar Noach, de prediker der gerechtigheid, met zeven anderen bewaard heeft, toen Hij de zondvloed over de wereld der goddelozen bracht; en de steden Sodom en Gomorra tot as verbrand, tot omkering gedoemd en ten voorbeeld gesteld heeft voor hen, die goddeloos zouden leven,
De zonde van deze geestelijke machten wordt door Petrus direct verbonden aan deze gebeurtenis in Genesis 6 en een latere gebeurtenis bij Sodom en Gomorra.
De vermenging van mens en geestelijk wezen is de eerste botsing van het zaad van de slang met het zaad van de vrouw, die voorzegd was in Genesis 3: 15.
Der mensen. Hebreeuws: ‘ha adam’. Dochters der mensen is dus letterlijk: ‘dochters van de mens Adam’. Dit geeft onomstotelijk aan dat hier de mens hier tegenover die geestelijke machten gesteld worden.
Vrouwen. Hebreeuws: ‘ishah’. De betekenis van vrouwelijk persoon. Het hoeft niet noodzakelijk te duiden op ‘echtgenote’. Het ging hen om de seksuele daad en de vrucht die daaruit kwam.

Genesis 6: 3 Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.
Mijn Geest zal niet twisten met de mens. Letterlijk: ‘Mijn Geest [Ruach] zal niet blijven in de mens’. Dit werkwoord komt alleen hier voor.
De mens. Opnieuw hier met lidwoord en dus: ‘de mens Adam’.
Hij ook. Oftewel: evenals de rest.
Vlees is. Letterlijk: ‘vlees zijnde vlees is’. Hebreeuwse werkwoord: ‘shagag’. Het werkwoord kan je weergeven als: ‘in zijn dwaling zijnde’. Die vermenging tussen de soorten is een dwaling van het vlees.
Honderd en twintig jaren. Adam is 930 jaar geworden volgens Genesis 5: 5. Hij was hier dus 810 jaar oud.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: