U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 4: 7 Zou je het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen.
De zonde. Exact hetzelfde woord als zondoffer.
Als een belager. Is er tussen gevoegd door de vertaler. Vergelijk andere vertalingen waar het achterwege blijft. Het is dus een interpretatie en geen vertaling van de NBG.
Aan de deur. De deur van de woonplaats van Yahweh met de mensen (Genesis 3: 24).
Het zondoffer ligt aan de deur. Gods genade blijft altijd aanwezig, ook als we fout handelen.
2 Corinthe 5: 21 Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.
Heel bijzonder is de constructie. Het ‘zondoffer’ is vrouwelijk. Het werkwoord ‘liggen’ is mannelijk. Wellicht dat dit de volgende uitspraak uitlokte.
Begeerte en heersen. Een herhaling van de woorden aan de vrouw in Genesis 3: 16. In de vergelijking wordt Kaïn dus als de echtgenoot van dit zondoffer getekend. God bood hem dat offer in genade aan om gebruik van te maken. Verbazingwekkende genade als we deze woorden leren verstaan. Genade begeert naar ons. Letterlijk besluit deze tekst met de woorden: ‘Jij regeert daarin’. Onze heerschappij is in genade, oftewel in het offer van Christus.

Genesis 4: 8 Maar Kaïn zei tot zijn broeder Abel: Laten wij het veld ingaan. Toen zij nu in het veld waren, stond Kaïn tegen zijn broeder Abel op en doodde hem.
Stond Kaïn tegen zijn broer Abel op. Adam zondigde tegen God. Kaïn zondigde tegen zijn broer. Beide samen zijn het hele plaatje van de mensheid. De bron van de zonde van Kaïn was godsdienst: de manier waarop een offer gebracht wordt. Godsdienst is sindsdien de belangrijkste bron van bloedvergieten geworden.

Genesis 4: 10 En Hij zei: Wat heb jij gedaan? Hoor, het bloed van uw broeder roept tot Mij van de aardbodem.
Wat heb jij gedaan? Dit is de tweede vraag in de Bijbel. De eerste vraag staat in Genesis 3: 9. ‘Waar ben je?’ Die vraag wijst op de zondaar die altijd door God gezocht wordt. Deze tweede vraag informeert naar de vrucht die het zondaar zijn oplevert, oftewel de zondedaad.
Het bloed. Staat in het Hebreeuws in het meervoud. Daarmee wordt al het bloed dat nadien in de mensengeschiedenis vergoten zal worden, als het ware, al in dit bloed van Abel samengebald.

Genesis 4: 11 En nu, vervloekt ben je, ver van de bodem, die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen.
Vervloekt ben je, ver van de bodem. Vanwege de zonde van de eerste mens was de aardbodem vervloekt (Genesis 2: 17). Nu is, vanwege de eerste moord, de mens voor de aardbodem vervloekt.
Het bloed. Opnieuw meervoud.

Genesis 4: 12 Wanneer gij de aardbodem bewerken zult, zal hij u zijn volle opbrengst niet meer geven; een zwerver en een vluchteling zult gij op de aarde zijn.
Zijn volle opbrengst. Letterlijk: ‘haar kracht’.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Studies Machtelt:
Kaïn & Abel