U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 4: 20 En Ada baarde Jabal; hij is de vader geworden van hen, die in tenten en bij de kudde wonen.
Jabal. Betekent: ‘stroom’ of ‘rivier’.

Genesis 4: 21 En de naam van zijn broeder was Jubal; hij is de vader geworden van allen, die citer en fluit bespelen.
Jubal. Betekent: ‘rivier’, of ‘orgel’.

Genesis 4: 22 En Silla baarde eveneens, namelijk Tubal–kain, de vader van de smeden, allen, die koper en ijzer bewerken. En de zuster van Tubal–kain was Naama.
Tubal-Kaïn. Betekent: ‘voortbrengsel van Kaïn’.
Naäma. Betekent: ‘beminnelijk’ of ‘welgevallig’.
Opvallend feit: Van niet één van de nakomelingen van Kaïn wordt vermeld dat ze gestorven zijn, terwijl in het volgende hoofdstuk bij de kinderen van Set dit wel als een telkens terugkerend refrein vermeld wordt.

Genesis 4: 23 En Lamech zei tot zijn vrouwen: Ada en Silla, hoort naar mijn stem; vrouwen van Lamech, neigt uw oor tot mijn rede. Ik sloeg een man dood om mijn wonde, een knaap om mijn striem;
Hoort…neigt uw oor. Dit wordt wel tegenover het handelen van Adam gesteld, die naar zijn vrouw geluisterd heeft (Genesis 3: 17).
Ik sloeg een man dood…., een knaap. Het ‘ik’ staat centraal bij Lamech. Het eerste gedicht in de Bijbel en die verheerlijkt, zoals zoveel gedichten en liederen in de wereld, de zonde. In elk geval twee erkende moorden. Lamech kijkt naar Gods genadig omgaan met Kaïn en trekt daar een conclusie uit die later veel zou gaan voorkomen.
Romeinen 6: 1 Wat zullen wij dan zeggen? Mogen wij bij de zonde blijven, opdat de genade toeneemt?

Genesis 4: 24 want Kaïn wordt zevenvoudig gewroken, maar Lamech zevenenzeventig maal!
Zevenenzeventig maal. Alles dubbel bij Lamech. Adam had één vrouw. Lamech had er twee. Kaïn had één moord op zijn geweten. Lamech had er twee. Kaïn had één zeven in zijn wraak. Lamech had er twee.

Genesis 4: 25 En Adam had weer gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon en gaf hem de naam Set, want zei zij God heeft mij een andere zoon gegeven in plaats van Abel; hem immers heeft Kaïn gedood.
Set. Betekent: ‘vervanging’.

Genesis 4: 26 En ook aan Set werd een zoon geboren, en hij noemde hem Enos. Toen begon men de naam des HEREN aan te roepen.
Enos. Betekent: ‘mens’, in de zin van ‘zwak zijn’.
De naam van Yahweh aanroepen. Als eredienst zullen Kaïn en Abel dat ongetwijfeld al eerder gedaan hebben bij het brengen van hun offers. Het gaat hier over het ijdel gebruiken van de naam Yahweh, waar later in de wetgeving ook geboden tegen werden ingesteld.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: