U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 4: 13 Toen zei Kaïn tot de HERE: Mijn misdaad is te groot om de straf te dragen.
Misdaad. Hebreeuws: ‘Aven’. Letterlijk: ‘ongerechtigheid’. Meestal is dit woord verbonden aan afgoderij. Hier bij Kaïn was het een verkeerde eredienst in de woonplaats van Yahweh.
Mijn misdaad is te groot om de straf te dragen. Letterlijk: ‘Is mijn zonde zo groot dat het niet vergeven kan worden?’

Genesis 4: 14 Zie, Gij verdrijft mij heden uit het land en ik zal voor uw aangezicht verborgen zijn, een zwerver en een vluchteling op de aarde; ieder, die mij aantreft, zal mij doden.
Gij verdrijft mij uit het land. Het land dat de woonplaats van Yahweh was (Genesis 3: 24).
Het land. Hebreeuws: ‘adamah’. Het is dus de grond.
Verborgen. De eerste mens en zijn vrouw verborg zich uit schaamte voor Yahweh (Genesis 3: 8). Kaïn verbergt zich buiten de woonplaats van Yahweh.
Een zwerver. Buiten de woonplaats van Yahweh ben je altijd een zwerver, ook als je je ergens vast vestigt. Kaïn ging wonen in het land Nod (vers 16).

Genesis 4: 15 Toen zei de HERE tot hem: Geenszins; ieder, die Kaïn doodt, zal zevenvoudig boeten. En de HERE stelde een teken aan Kaïn, dat niemand, die hem zou aantreffen, hem zou verslaan.
Toen zei Yahweh tot hem: Geenszins. Het handelen van Yahweh met Kaïn blijft vol genade.
Stelde een teken aan Kaïn. Wordt nergens genoemd welk teken dat is, maar het moet, gezien het gebruik van het woord, een uiterlijk zichtbaar teken zijn. In Genesis 1: 14 zijn het de beide lichten die dag en nacht scheiden. In Genesis 9: 12 & 13 is het de regenboog. Dat zijn de omliggende tekenen. Duidelijk zichtbare zaken, die een verbond van Yahweh uitdrukken. God blijft dus in genade omgaan met Kaïn.

Genesis 4: 16 Toen ging Kaïn weg van het aangezicht des HEREN, en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden.
Weg van het aangezicht van Yahweh. Kaïn vertrok letterlijk uit de woonplaats van Yahweh (Genesis 3: 24).
Het land Nod. Betekenis van de naam: ‘land van de zwervers’ of ‘omzwerving’.

Genesis 4: 17 En Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw en zij werd zwanger en baarde Henoch; daarna werd hij de stichter van een stad en hij noemde deze stad naar zijn zoon Henoch.
Zij werd zwanger en baarde. Het nageslacht van Kaïn komt dus terecht in de geslachten van de hemelen en de aarde (Genesis 2: 4). Dat wordt in het Hebreeuws de eerste ‘Toledoth’ genoemd. Het staat daarmee buiten het geslachtsregister van Adam (Genesis 5: 1).
Henoch. Betekenis: ‘Onderwezen’ of ‘Ingewijde’.
Stichter van een stad. Kaïn, de zwerver, settelt zich.

Genesis 4: 18 En aan Henoch werd Irad geboren en Irad verwekte Mechujael, en Mechujael verwekte Metusael, en Metusael verwekte Lamech.
Irad. Betekent: ‘wilde ezel’.
Mechujael. Betekent: ‘geslagen door God’.
Metusael. Betekent: ‘behorend tot God’.
Lamech: Betekent waarschijnlijk: ‘tot vernedering’.

Genesis 4: 19 En Lamech nam zich twee vrouwen; de ene heette Ada, en de andere Silla.
Lamech nam zich twee vrouwen. Er was nooit een uitdrukkelijk verbod tegen polygamie, maar het stemt niet overeen met de instelling van God in Genesis 2: 24.
Ada. Betekent: ‘versiering’.
Silla. Betekent: ‘schaduw’.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Studies Machtelt:
Kaïn & Abel