U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 3: 17 En tot de mens zei Hij: Omdat gij naar uw vrouw hebt geluisterd en van de boom gegeten, waarvan Ik u geboden had: Gij zult daarvan niet eten, is de aardbodem om uwentwil vervloekt; al zwoegende zult gij daarvan eten zolang gij leeft,
De aardbodem vervloekt. De hele schepping is nu aan de vruchteloosheid onderworpen (Romeinen 8: 19-23).

Genesis 3: 18 en doornen en distels zal hij u voortbrengen, en gij zult het gewas van het veld eten;
Het gewas van het veld. De vruchtbomen van Genesis 1: 27 staan er niet opnieuw bij vermeld.

Genesis 3: 19 in het zweet uws aanschijns zal je brood eten, totdat gij tot de aardbodem wederkeert, omdat je daaruit genomen bent; want stof ben je en tot stof zal je wederkeren.
Stof tot stof. Zeer letterlijk (Genesis 2: 7; Psalm 103: 14; Prediker 12: 7; 1 Corinthe 15: 47).

Genesis 3: 20 En de mens noemde zijn vrouw Eva, omdat zij de moeder van alle levenden is geworden.
Eva. Hebreeuws: ‘Chavvah’. Dit betekent ‘Leven’ of ‘Levensbron’.

Genesis 3: 21 En de HERE God maakte voor de mens en voor zijn vrouw klederen van vellen en bekleedde hen daarmede.
Bekleedde hen daarmede. Er wordt met geen woord gerept over het geloof van de mens. Zij worden ook in het rijtje gelovigen in Hebreeën 11 overgeslagen. Toch handelt Yahweh Elohim.

Genesis 3: 22 En de HERE God zei: Zie, de mens is geworden als Onzer een door de kennis van goed en kwaad; nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
De mens. Letterlijk: De man, Adam.
Zijn hand niet uitstrekken. Gods genade en liefde blijft naar de mens uitgaan. Hier voorkomt Yahweh dat de mens zijn eigen ellende zou bestendigen door te eten van de boom des levens.
In eeuwigheid. Hebreeuws: ‘Olam’. Mogelijke vertaling: ‘Voor een aioon’.

Genesis 3: 24 En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.
Hij verdreef. In elke huishouding van God faalt de mens.
Deze tekst luidt letterlijk: ‘Hij verdreef de mens en Hij maakte Zijn woonplaats ten oosten van de tuin van Eden tussen de cherubs, de hevige vlam, die zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.’
De genade van Yahweh blijft hier recht overeind staan naar de mens toe. Hij stuurt de mens weg, maar Hij gaat mee en draagt, door middel van die cherubs, zorg dat ze hun ellende niet vergroten.
Cherubs. Hemelse, geestelijke wezens, verbonden aan deze schepping en in bijzondere zin aan de hoop van het volk Israël.
Bewaken. Hetzelfde woord als ‘bewaren’ in Genesis 2: 15.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Studies Machtelt:
Belofte Van De Messias
Bijbelstudie Video:
Door Eén Overtreding