U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 2: 11 De naam van de eerste is Pison; deze stroomt om het gehele land Chawila, waar het goud is;
Pison. Letterlijke vertaling: ‘Overstroming’. Rivier ten westen van de Eufraat. Bij de Babyloniërs bekend als de Pallukat.
Deze stroomt. Het stroomt om de noordelijke kustlijnen van de grote zandwoestijn en strekt zich uit ten westen van de bergketens Midian en Sinaï.
Chawila. Betekent: ‘Zandstreek”. De zonen van Ismaël zijn later in die streek gaan wonen (Genesis 25: 18).

Genesis 2: 13 De naam van de tweede rivier is Gichon; deze stroomt om het gehele land Ethiopië.
Gichon. Betekent letterlijk: ‘voortstromend’. Rivier ten oosten van de Tigris. Tegenwoordig wordt die rivier de Kerkhah genoemd.

Genesis 2: 14 De naam van de derde rivier is Tigris; deze stroomt ten oosten van Assur. En de vierde rivier is de Eufraat.
Tigris. Betekent letterlijk: ‘scherpe snelheid’.
Assur. Twee mogelijke betekenissen: ‘een stap’ of ‘gelukkige’. De oorspronkelijke hoofdstad van Assyrië.
Eufraat. Ook twee mogelijke betekenissen: ‘zoet water’ of ‘vruchtbaar water’. Als het uit het oud Perzisch ‘Ufratû’ komt kan het tot ‘Purat’ of ‘Puratu’ gevormd zijn en dan betekent het ‘de rivier’.

Genesis 2: 15 En de HERE God nam de mens en plaatste hem in de hof van Eden om die te bewerken en te bewaren.
De mens. Weer met lidwoord en bepalend voornaamwoord. Letterlijk: Deze de Adam.

Genesis 2: 16 En de HERE God legde de mens het gebod op: Van alle bomen in de hof mag je vrij eten,
De mens. Met lidwoord.
Mag je vrij eten. Letterlijk: Etend mag je eten. Dit tekent inderdaad de volle vrijheid om dit te doen. Dit wordt in het argument van de vrouw in Genesis 3: 2 achterwege gelaten.

Genesis 2: 17 maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven.
De boom der kennis van goed en kwaad. De boom waardoor men stervende sterft staat centraal aan het begin van de Bijbel. De boom Golgotha (1 Petrus 2: 24) staat centraal in het midden van de Bijbel. De boom des levens (Openbaring 2: 7) staat centraal aan het eind van de Bijbel.
Kennis van goed en kwaad. Het draait hier om het inzicht van goed en kwaad. Niet om de zaak van goed en kwaad op zich.
Ten dage. Weer dezelfde uitdrukking als in vers 4. Betekent letterlijk: wanneer je dat doet.
Zult gij voorzeker sterven. Staat hier in contrast tot het vorig vers: Mag je vrij eten. Zoals daar ‘etend mag je eten’ staat, staat hier ‘stervend zul je sterven’. Ook hier benadrukt het dus inderdaad de absolute zekerheid.

Genesis 2: 18 En de HERE God zei: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past.
Het is niet goed. Dit is de eerste vermelding door Yahweh dat iets niet goed is.
Een hulp. Zoals God een Hulp voor ons is. Geen knechtje.
Die bij hem past. Letterlijk: ‘tegenover hem’. Het is een duidelijke vermelding van gelijk niveau.

Genesis 2: 19 En de HERE God formeerde uit de aardbodem al het gedierte van het veld en al het gevogelte des hemels. Ook bracht Hij het tot de mens, om te zien hoe deze het noemen zou; en zoals de mens elk levend wezen noemen zou, zo zou het heten.
Elk levend wezen. Letterlijk: Elke levende ziel. Zelfde als in vers 7.

Genesis 2: 20 En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte van het veld, maar voor zichzelf vond hij geen hulp, die bij hem paste.
Gaf namen aan al het vee. Dit vers is verbonden aan vers 26 van het vorige hoofdstuk. De heerschappij. Ook tekent dit de intuïtieve kennis van de mens in de hof van Eden.

Genesis 2: 22 En de HERE God bouwde de rib, die Hij uit de mens genomen had, tot een vrouw, en Hij bracht haar tot de mens.
Een vrouw. Hebreeuws: ‘Ishah’. De vrouwelijke vorm van ‘Ish’, wat voor de man staat.

Genesis 2: 23 Toen zei de mens: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal ‘mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is.
Uit de man. Letterlijk: Uit ‘ish’.

Genesis 2: 24 Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en zij zullen tot een vlees zijn.
Daarom. Uitspraak van God zelf, al staat het er hier niet bij (Mattheus 19: 5).

Genesis 2: 25 En zij beiden waren naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij schaamden zich voor elkander niet.
Naakt. Hetzelfde woord ‘arum’, dat in Genesis 3: 1 met ‘listig’ is vertaald.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Studies Machtelt:
De Stoffelijke Mens
Verleiding Door De Slang
Studies Hein - Ufo's:
Yahweh Treedt Onze Wereld Binnen
Studies Man En Vrouw:
De Vrouw, Het Hulpje Van De Man
Is De Vrouw Slechts Een Hulpje?
Onze Hulp: Yahweh - Christus
Yahweh, De Gelukkige Helper
Onze Helper Is Verlosser
Heerschappij Van De Man
Bijbelstudies Video:
Genade Wandel Ervaring 1
Genade Wandel Ervaring 1g