U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 19: 7 en hij zei: Mijn broeders, doet toch geen kwaad;
Doet toch geen kwaad. Lot legt hier eerst zijn eigen leven in de waagschaal voor zijn gasten.
Kwaad. Zie Genesis 2: 17. Hebreeuws: ‘Ra’a’. Afkomstig van het werkwoord ‘breken’.

Genesis 19: 8 zie toch, ik heb twee dochters, die met geen man gemeenschap hebben gehad; laat mij die tot u naar buiten brengen en doet met haar, zoals goed is in uw ogen; alleen doet deze mannen niets, want daartoe zijn zij onder de schaduw van mijn dak gekomen.
Ik heb twee dochters. Hier offert Lot zijn eigen dochters op voor de redding van zijn gasten.
Het is beslist niet zo dat dit de algemeen geaccepteerde mindere positie van de vrouw in de Bijbel was. De Bijbel kent gelijkheid van man en vrouw (Zie mijn artikelen over man & vrouw.) Lot had zich blijkbaar ook één gemaakt met dit soort minderwaardige denkbeelden over de vrouw.
Lot besefte totaal niet de macht van zijn gasten (de engelen) en vandaar (in dat licht) zijn onzinnig aanbod.
Mensen die beweren dat homoseksualiteit algemeen was in Sodom, maken dit aanbod van Lot helemaal belachelijk. Iedereen zou homo zijn, maar Lot wist daar niks van en maakte zo’n domme vergissing. Nee, er was helemaal geen algemene uitbraak van homoseksualiteit in die streek. Wel was vrijwel de hele bevolking in de ban van seksueel verkeer met geestelijke machten, evenals voor de zondvloed.
Geen man. Dit is weer het Hebreeuwse woord ‘Ish’.

Genesis 19: 9 Maar zij zeiden: Ga op zij! En zij zeiden: Deze ene is als vreemdeling komen vertoeven om ons geheel en al de wet te stellen! Nu zullen wij u meer kwaad doen dan hun. En zij drongen sterk op tegen de man, tegen Lot, en kwamen naderbij om de deur open te breken.
Lot. Zie Genesis 11: 27.
De wet stellen. Zie Genesis 19: 1. Hij had de plaats van de rechter ingenomen.
Kwaad. Zie Genesis 19: 7.

Genesis 19: 10 Maar die mannen staken hun hand uit, trokken Lot tot zich naar binnen en sloten de deur.
Lot. Zie Genesis 11: 27.

Genesis 19: 11 En de lieden, die bij de ingang van het huis waren, sloegen zij met blindheid, van klein tot groot, zodat zij zich tevergeefs moeite gaven om de ingang te vinden.
Sloegen met blindheid. Een verweer die slechts één keer verder nog voorkomt in de Bijbel. Dat is tijdens de confrontatie van Elisa met het leger van Aram.
2 Koningen 6: 18 Toen de vijanden nu tot hem afdaalden, bad Elisa tot Yahweh: Sla dit volk toch met blindheid. En Hij sloeg hen met blindheid naar het woord van Elisa.

Genesis 19: 12 Toen zeiden die mannen tot Lot: Wie heb je hier nog meer? Schoonzoons, of uw zonen, uw dochters, of wie gij ook in de stad hebt, voer hen uit deze plaats,
Lot. Zie Genesis 11: 27.

Genesis 19: 13 want wij gaan deze plaats verwoesten; want groot is het geroep over haar voor Yahweh; daarom heeft Yahweh ons gezonden om haar te verwoesten.
Wij gaan verwoesten. Letterlijk: ‘Wij staan op het punt om te verwoesten’.
Yahweh. Zie Genesis 2: 4.
Voor Yahweh. Letterlijk: ‘voor het gezicht van Yahweh’.
Over haar en Om haar. De stad Sodom wordt als vrouwelijk bezien.

Genesis 19: 14 Toen ging Lot heen en sprak tot zijn schoonzoons, die met zijn dochters zouden trouwen, en zei: Staat op, verlaat deze plaats, want Yahweh gaat de stad verwoesten. Maar hij was in de ogen van zijn schoonzoons als iemand die schertste.
Lot. Zie Genesis 11: 27.
Yahweh. Zie Genesis 2: 4.
Yahweh gaat de stad verwoesten. Lot zei niet dat deze engelen of deze mannen op het punt stonden om de stad te verwoesten. Toch waren zij in vers 13 de ‘wij’ die spraken.
Als iemand die schertste. Lot kwam blijkbaar niet erg geloofwaardig over. ‘Hij sprak onzin’ betekent deze uitdrukking. Dit is vrij logisch als je let op het gedrag van Lot en dan deze woorden. Hij had gekeken naar de landstreek van Sodom en dit erg aantrekkelijk gevonden. Hij was uiteindelijk in de stad gaan wonen, hij heeft zijn dochters daar uitgehuwelijkt en zat in de poort van de stad, oftewel hij had een belangrijke machtspositie in de plaatselijke politiek ingenomen.

Genesis 19: 15 Toen de dageraad gekomen was, drongen de engelen bij Lot op spoed aan en zeiden: Sta op, neem uw vrouw en uw beide dochters, die zich hier bevinden, opdat gij niet vanwege de ongerechtigheid der stad verdelgd wordt.
Lot. Zie Genesis 11: 27.
Ongerechtigheid. Hebreeuws: ‘aven’. Opvallend dat nou juist dit woord gebruikt wordt dat meer met geestelijke zonde als vleselijke zonde verbonden is. Ongerechtigheid is telkens sterk verbonden aan afgodendienst. We kenden het reeds als de ongerechtigheid van de Amorieten (Genesis 15: 16).
Vanwege de ongerechtigheid verdelgd. Het woordje ‘vanwege’ is meer een verklaring van de vertalers dan een letterlijke vertaling. De meeste vertalingen hebben hier het woordje ‘in’. De ongerechtigheid, die dus feitelijk de oorzaak was waarom Yahweh op het punt stond de stad te verwoesten, wordt hier dus feitelijk als de uitvoerder van die verdelging getekend. Het is een soort herhaling van Genesis 6, waar het menselijk geslacht reeds verwoest was, wat verder door de zondvloed nog eens nader bevestigd werd.
Psalm 7: 14 Zie, wie met ongerechtigheid bevrucht werd, is zwanger van onheil en baart leugen.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Enkel Genade:
Genesis 19: 19 Lot Vond Genade Bij De Boodschappers
Israelreis:
Genesis 19 Zaterdagmiddag & Avond 14 juni 2008