U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 19: 26 Maar zijn vrouw, die achter hem liep, zag om, en werd een zoutpilaar.
Zag om. Hetzelfde werkwoord als in vers 17. Als we spreken over de nieuwsgierigheid of de zorg over wat ze achter liet, dan zijn we alleen maar aan het speculeren en hebben we echte vast grond voor uitleg verlaten. Het gaat er hier om waar je oog op gericht is. De allereerste keer dat dit werkwoord gebruikt wordt geeft een positief zicht weer.
Genesis 15: 5 Toen leidde Hij hem naar buiten, en zei: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien jij ze tellen kunt; en Hij zei tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn.
We kunnen opzien tot God. In plaats daarvan kijken we vaak rond of achterom.
Jesaja 63: 5 En Ik zag rond, maar er was geen helper; Ik ontzette Mij, maar niemand bood steun.
Werd. Hetzelfde werkwoord als in Genesis 1: 2 ‘de aarde was (of werd)…’.

Genesis 19: 27 Toen Abraham zich vroeg in de morgen begaf naar de plaats, waar hij voor Yahweh gestaan had,
Abraham. Zie Genesis 17: 4.
Yahweh. Zie Genesis 2: 4.
Voor Yahweh gestaan had. Zie de aantekening bij Genesis 18: 22.

Genesis 19: 28 en uitzag in de richting van Sodom en Gomorra en het gehele land van de Streek, zag hij, en zie, de rook van de aarde steeg op als de rook van een smeltoven.
Uitzag in de richting van. Totaal ander werkwoord als in Genesis 19: 17 & 26. Hier boog Abraham zich voorover om vervuld met eerbied en pijn toe te zien.
Sodom. Zie Genesis 10: 19.
Gomorra. Zie Genesis 10: 19.
Zag hij en zie. Een herhaling om sterker in te zoomen op het voorwerp dat aanschouwd wordt.

Genesis 19: 29 Toen God de steden der Streek verwoestte, gedacht God Abraham, en Hij leidde Lot uit het midden der omkering, toen Hij de steden waarin Lot gewoond had, omkeerde.
God gedacht Abraham. In slechts een paar woorden wordt het belang van voorbede getekend.
Abraham. Zie Genesis 17: 4.
Lot. Zie Genesis 11: 27.

Genesis 19: 30 En Lot trok op uit Soar en vestigde zich met zijn beide dochters op het gebergte, want hij durfde niet in Soar te blijven, en hij ging wonen in een spelonk, hij met zijn beide dochters.
Lot. Zie Genesis 11: 27.
Soar. Zie Genesis 13: 10 en 14: 2.

Genesis 19: 31 En de eerstgeborene zei tot de jongste: Onze vader is oud, en daar is geen man in het land om tot ons te komen, naar de gewoonte der gehele aarde.
Geen man in het land & Gehele aarde.Het land’ en ‘de aarde’ zijn beide het Hebreeuwse woord ‘erets’. De dochters van Lot gingen er dus van uit dat zij met hun vader de enige overlevenden waren op de aardbodem. Zij kenden niet die overstromende rijkdom van genade, die Abraham en Sara wel kenden, dat God in staat is uit de dood leven te wekken.

Genesis 19: 32 Kom, laten wij onze vader wijn te drinken geven en bij hem nederliggen, opdat wij door onze vader aan nakroost het leven geven.
Kom. De aanzet tot het handelen in eigenwil en eigen kunnen.

Genesis 19: 36 En de beide dochters van Lot werden zwanger van haar vader.
Lot. Zie Genesis 11: 27.

Genesis 19: 37 En de eerstgeborene baarde een zoon, en noemde hem Moab; hij is de vader van de tegenwoordige Moabieten.
Moab. Een zoon van Lot bij zijn oudste dochter. Later wordt het de naam van het volk dat hieruit groeit en ook de geografische aanduiding van de streek waar dit volk vertoefde. Letterlijke betekenis: ‘water (of nageslacht) van de vader’. In deze benaming wordt al verwezen naar deze vreemde incestueuze verwekking.
De tegenwoordige. Letterlijk: ‘tot op deze dag’. Dat is natuurlijk de dag dat dit door Mozes werd opgeschreven.
Yahweh had in de wet van Mozes helder laten optekenen dat Israël altijd met de Moabieten moest omgaan als met een broedervolk.
Deuteronomium 2: 9 Toen zei Yahweh tot mij: benauw Moab niet, en daag het niet uit ten strijde, want Ik zal u van zijn land niets in bezit geven, omdat Ik Ar aan de zonen van Lot tot een bezitting gegeven heb.
Moabieten. Afkomstig van Moab.

Genesis 19: 38 Ook de jongste baarde een zoon, en noemde hem Ben–ammi; hij is de vader van de tegenwoordige Ammonieten.
Ben-ammi. Een persoonsnaam die alleen hier voorkomt. De letterlijke betekenis is: ‘zoon van mijn volk’. Meestal wordt simpel de naam ‘Ammon’ gehanteerd. De letterlijke betekenis daarvan is: ‘uit (of van) het volk’. Ook in deze benaming wordt verwezen naar die vreemde incestueuze verwekking. Zowel de persoonlijke naam voor de zoon uit Lot bij zijn jongste dochter als de naam voor het volk dat hieruit voortkomt.
De tegenwoordige. Letterlijk: ‘tot op deze dag’. Dat is natuurlijk de dag dat dit door Mozes werd opgeschreven.
Yahweh had ook in de wet van Mozes helder laten optekenen dat Israël altijd met de Ammonieten moest omgaan als met een broedervolk.
Deuteronomium 2: 19 en dan komt gij in de nabijheid van de Ammonieten; benauw hen niet en daag hen niet uit, want Ik zal u van het land der Ammonieten niets in bezit geven, omdat Ik het aan de zonen van Lot tot een bezitting gegeven heb.
Ammonieten. Afkomstig van Ammon.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Enkel Genade:
Genesis 19: 19 Lot Vond Genade Bij De Boodschappers
Israelreis:
Genesis 19 Zaterdagmiddag & Avond 14 juni 2008