U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 19: 1 En de twee engelen kwamen in de avond te Sodom. Lot zat in de poort van Sodom en toen Lot hen zag, stond hij op, ging hun tegemoet, boog zich neder met het aangezicht ter aarde,
De twee. In het Hebreeuws staat het lidwoord ‘de’ er ook nadrukkelijk bij. Het gaat hier om de twee van de drie mannen, die in Genesis 18: 16 in de richting van Sodom vertrokken.
In de poort. Dit is de plaats waar al het verkeer van een stad zich concentreert. Het is zowel de plek voor de markt als voor het gerechtshof.
De ontwikkeling in het leven van Lot is helaas bergafwaarts. Eerst keek hij alleen nog maar richting Sodom.
Genesis 13: 10 Toen sloeg Lot zijn ogen op en zag, dat de gehele streek van de Jordaan rijk aan water was; voordat Yahweh Sodom en Gomorra verwoest had,
Toen zette hij zijn tent richting Sodom.
Genesis 13: 12 Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom.
Toen ging hij wonen in Sodom.
Genesis 14: 12 Ook namen zij Lot mede, de zoon van Abrams broeder, en zijn have, en trokken af; hij nu woonde te Sodom.
Hier treffen we hem dan aan in de poort van Sodom.
Lot zat in de poort. Hij was dus een voornaam burger van de stad geworden. Wellicht was hij oudste van de stad en voerde daar het oordeel uit. In vers 9 is de kritiek van de mannen van Sodom ook dat hij als vreemdeling hen geheel en al de wet is gaan stellen. (Veel overeenkomst trouwens met de huidige kritiek op de Christen Unie in de regering).
Dit was de eerste vermelding van een poort in de Bijbel. Hier komt de eerstvolgende:
Genesis 22: 17 zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen.
Nog enkele heldere Bijbelteksten over de poort:
Genesis 34: 20 Toen gingen Hemor en zijn zoon Sichem naar de poort hunner stad en spraken tot de mannen van hun stad:
Genesis 34: 24 Toen vonden Hemor en zijn zoon Sichem gehoor bij allen die uitgegaan waren naar
de poort van zijn stad, en besneden werd al wie mannelijk was, allen die naar de poort van zijn stad waren uitgegaan.
Deuteronomium 14: 28 Na verloop van drie jaar zult gij alle tienden van uw opbrengst in dat jaar brengen en in uw
poorten neerleggen;
Deuteronomium 17: 5 dan zult gij de man of de vrouw, die deze wandaad bedreven heeft, naar
de poort brengen, die man of die vrouw, en gij zult ze stenigen, zodat zij sterven.
Deuteronomium 21: 19 dan zullen zijn vader en moeder hem grijpen en naar de oudsten van zijn stad brengen, in
de poort van zijn woonplaats,
Deuteronomium 22: 15 Dan zullen de vader en de moeder van het meisje de bewijzen van de maagdelijkheid van het meisje nemen en tot de oudsten van de stad, naar
de poort, brengen.
Deuteronomium 22: 24 dan zult gij hen beiden naar
de poort van die stad brengen en hen stenigen, zodat zij sterven: het meisje, omdat zij in de stad niet om hulp geroepen heeft, en de man, omdat hij de vrouw van zijn naaste onteerd heeft. Zo zult gij het kwaad uit uw midden wegdoen.
Deuteronomium 25: 7 Maar indien die man geen lust heeft zijn schoonzuster te nemen, dan zal zijn schoonzuster naar
de poort, tot de oudsten, gaan en zeggen: Mijn zwager weigert de naam van zijn broeder in Israel in stand te houden, hij wil het zwagerhuwelijk met mij niet sluiten.
Jozua 20: 4 Als hij naar een dezer steden gevlucht is, zal hij bij de ingang der
stadspoort blijven staan en zijn zaak openlijk aan de oudsten dier stad mededelen; dan zullen zij hem tot zich in de stad nemen en hem een plaats aanwijzen; en hij zal bij hen blijven wonen.
Ruth 4: 1 Intussen was Boaz naar
de poort gegaan en had zich daar neergezet. En zie, daar ging de losser voorbij, van wie Boaz gesproken had. Toen zeide hij: Gij daar, kom eens hier, zet u hier neer. Hij dan kwam en zette zich neer.
Er zijn er nog veel meer. Telkens valt de rechtspraak duidelijk op als een handeling in de poort. Het was de plaats van gezag, de plek van de regering.
Sodom. Zie Genesis 10: 19. In dit hoofdstuk krijgt de betekenis van de naam van de stad de belangrijke dimensie: ‘de grote brand’.
Lot. Zie Genesis 11: 27.

Genesis 19: 2 en zei: Zie toch, mijne heren, neemt toch uw intrek in het huis van uw knecht, overnacht en wast uw voeten, dan kunt u morgenvroeg uw weg gaan. Maar zij zeiden: Neen, wij zullen de nacht op het plein doorbrengen.
Mijne heren. Hebreeuws ‘Adon’. Zie Genesis 18: 12.
Neemt toch uw intrek in het huis. Letterlijk: ‘Wijkt toch af en komt in het huis’. Feitelijk gaat de uitnodiging van Lot verder dan die van Abraham. Bij Abraham waren ze midden op de dag aangekomen en hij nodigt ze alleen uit voor het eten. Lot biedt hen ook een overnachting aan.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte:
Enkel Genade:
Genesis 19: 19 Lot Vond Genade Bij De Boodschappers
Israelreis:
Genesis 19 Zaterdagmiddag & Avond 14 juni 2008