U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 17: 7 Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en jou en jouw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om jou en je nageslacht tot een God te zijn.
Ik zal. Zie Genesis 17: 2.
Jouw nageslacht in hun geslachten. Letterlijk: ‘jouw zaad hierna in hun generaties’. Letterlijk genomen kan dit niet anders dan wijzen op het zaad dat na Abraham zou komen, die zich zou openbaren in de volgende generaties. Je kan dit zaad dus niet enkelvoudig opvatten. Dit kan dus niet de tekstplaats zijn waarbij Paulus wijst op Christus als het zaad, dat komen moest.
Galaten 3: 16 Nu werden aan Abraham de beloften gedaan en aan zijn zaad. Hij zegt niet: en aan zijn zaden, in het meervoud, maar in het enkelvoud: en aan uw zaad, dat wil zeggen: aan Christus.
De tekst waar Paulus, volgens mij, op doelt moet nog komen. Hier volgt die alvast.
Genesis 21: 12 Maar God zei tot Abraham: …… door Izaäk zal men van uw nageslacht spreken.
Een eeuwig verbond. Letterlijk: ‘een verbond van de eeuw, of van de aioon’. Het Hebreeuwse woord ‘Olam’ staat hier, dat een bepaalde tijdsperiode aanduidt. Zo wordt in het volgende vers het land Kanaän hen tot een altoosdurende bezitting gegeven. Ook dit is letterlijk: ‘een bezitting van de eeuw, of van de aioon’. Ook daar wordt hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt.
We weten dat de lijn van Gods verbond tijdelijk onderbroken is door de huishouding van het geheimenis en dat het volk Israël tijdelijk het land niet in bezit gehad heeft. Het wijst echter naar een tijd die wel degelijk nog komen moet.
Jesaja 44: 7 En wie is als Ik (hij roepe het uit en verkondige het en legge het Mij voor) daar Ik toch het overoude volk in het aanzijn riep; en hetgeen er in de toekomst gebeuren zal, mogen zij verkondigen.
Hier wordt het volk Israël weer tevoorschijn geroepen. In de toekomst nemen zij hun plaats weer in. In onze vertaling wordt dit volk dan ‘het overoude volk’ genoemd. Ook dat woord ‘overoud’ is weer een vertaling van ditzelfde Hebreeuwse woord ‘Olam’. Het zou zeker verwarrend zijn geweest als de vertaler hier opnieuw het als ‘eeuwig’ had weergegeven, daar het volk hier pas weer tot leven geroepen wordt. Dat voelde hij blijkbaar aan en gaf er weer een iets andere draai aan.
Israël is het volk van de toekomende aioon, oftewel het toekomend tijdperk. Zo is ook dit verbond een verbond van de toekomende aioon. Dan zal Israël ten volle haar dienst als een koninklijk priesterdom verrichten en de vrede zal uit Jeruzalem uitgaan.

Genesis 17: 8 Ik zal aan jou en je nageslacht het land, waarin jij als vreemdeling vertoeft het ganse land Kanaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.
Ik zal. Zie Genesis 17: 2.
Kanaän. Zie Genesis 10: 6. Zoon van Cham.
Ik zal. Zie Genesis 17: 2.

Genesis 17: 9 Voorts zei God tot Abraham: En wat jou aangaat, jij zal mijn verbond houden, jij en je nageslacht, in hun geslachten.
Abraham. Zie Genesis 17: 4.
Wat jou aangaat. Abraham’s kant van het verbond. Zie Genesis 17: 4.
Je nageslacht, in hun geslachten. De besnijdenis, die de kant van Abraham en zijn nageslacht was wat het verbond betrof, werd door alle nazaten van Abraham in praktijk gebracht. Dat waren dus niet alleen de Israëlieten, maar ook de Ismaëlieten en al de anderen. Het was zelfs de smaad van het volk Israël in Egypte dat ze toen niet besneden waren.
Jozua 5: 8 – 9 Toen het gehele volk zich tot de laatste man toe had laten besnijden, bleven zij waar zij waren in de legerplaats, totdat zij hersteld waren. En Yahweh zei tot Jozua: Heden heb Ik de smaad van Egypte van jullie afgewenteld.

Genesis 17: 11 jij zal het vlees van je voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en jou.
Voorhuid en besnijdenis. In het Nieuwe Testament zijn dit de benamingen die het onderscheid weergeven tussen heiden en jood. Een jood was de besnijdenis. Een heiden was de voorhuid. In de vertaling wordt het netjes als ‘onbesneden’ weergegeven. Maar het onderscheid is telkens helder (1 Corinthe 7: 19; Galaten 5: 6; Efeze 2: 11 en Colosse 3: 11).

Genesis 17: 12 Wie acht dagen oud is, zal bij jullie besneden worden, al wat mannelijk is in je geslachten: zowel wie in jouw huis geboren is, als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van jouw nageslacht is.
Acht dagen. Acht is het getal van de opstanding en het nieuwe begin. Hier staat het in directe relatie tot de besnijdenis. Het teken van de dood.
Zal bij jullie besneden worden. De kant van Abraham’s nageslacht in het verbond.

Genesis 17: 13 Wie in jouw huis geboren is en wie door jou voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in je vlees zijn tot een eeuwig verbond.
Moet voorzeker besneden worden. Vrijwel dezelfde opdracht als in vers 12. Hier is het echter de kant van Abraham zelf in het verbond.
In je vlees. Dit is een stijlfiguur waarbij een deel staat voor het geheel. De besnijdenis is iets wat wel degelijk letterlijk aan het vlees plaatsvindt. Een uiterlijke zaak.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: