U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 17: 2 Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.
Ik zal. Dit is het hoofdstuk van ‘Ik zal’. God is actief. De mens ontvangt.
Uitermate. Hier staat letterlijk tweemaal achter elkaar ‘overvloedig’. Yahweh zal Abram overvloedig overvloedig talrijk maken. Hier is de bevestiging van de ‘El Shaddai’, die in alle nood meer dan overvloedig zal voorzien.

Genesis 17: 3 Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem:
Wierp zich op zijn aangezicht. Deze lichaamstaal toont de ware afhankelijkheid van de ‘El Shaddai’. Het tekent Abrams afhankelijkheid van Gods genade alleen. Je ziet dit verschil tussen Maria en Martha, die wel beiden met dezelfde opmerking kwamen.
Johannes 11: 21 Martha dan zei tot Jezus: Here, als U hier geweest was, zou mijn broeder niet gestorven zijn.
Johannes 11: 32 Toen Maria dan kwam, waar Jezus was en Hem zag,
viel zij Hem te voet en zei tot Hem: Here, als U hier geweest was, zou mijn broeder niet gestorven zijn.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
God. Hier wordt weer de titel ‘Elohim’ gebruikt, die staat voor God de Schepper. Deze titel komen we verder in dit hoofdstuk ook nog tegen in de verzen 9, 15, 18, 22 & 23. God schept in dit hoofdstuk ook driemaal nieuwe zaken.
1/ God schept nieuwe namen in vers 5 en vers 15.
2/ God schept een nieuw teken van het verbond in de verzen 9 t/m 14.
3/ God schept nieuw leven uit de dood.
Hebreeën 11: 12 Daarom zijn er dan ook uit een man, en wel een verstorvene, voortgekomen als de sterren des hemels in menigte en gelijk het zand aan de oever der zee, dat ontelbaar is.

Genesis 17: 4 Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met jou, en jij zal de vader van een menigte volken worden;
Wat mij aangaat. Dit verbond is niet eenzijdig. Er is een kant van Yahweh. De vele nakomelingen. Er is ook een kant van Abraham en zijn nageslacht in vers 9: ‘wat jou aangaat’. Die kant wordt in vers 10 omschreven als de besnijdenis.
Vader van een menigte. Hier komen we feitelijk zijn nieuwe naam al tegen, die hij in het volgende vers ontvangt. In het Hebreeuws staat hier: ‘Ab Hamon’. Het woordje ‘hamon’ is afgeleid van het werkwoord ‘hamah’, dat ‘druisen’, ‘woelen’ of ‘tieren’ betekent. Hij is dus de vader van hevig gedruis, oftewel een volksmenigte.

Genesis 17: 5 en jij zal niet meer Abram genoemd worden, maar jouw naam zal zijn Abraham, omdat Ik je tot een vader van een menigte volken gesteld heb.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Abraham. Letterlijk: ‘Vader van vele volkeren’ of ‘Vader van een grote menigte”. In de naamsverandering wordt datgene wat herinnerde aan het afgodische verleden weggedaan (de hoogten) en wordt de aandacht gericht op de belofte van Yahweh (de grote menigte).
Omdat Ik je gesteld heb. Opnieuw de ‘Ik zal’ van vers 2.

Genesis 17: 6 Ik zal je uitermate vruchtbaar maken en je tot volken stellen, en koningen zullen uit jou voortkomen.
Ik zal. Zie Genesis 17: 2.
Uitermate. Weer precies dezelfde dubbele uitdrukking als in Genesis 17: 2.
Je tot volken stellen. Dit wijst meeste kans niet uitsluitend op de stammen van Israël, maar tevens op de nakomelingen van Ismaël, Ezau en de zonen van Ketura (1 Kronieken 1: 32). Abraham werd de voorvader van de Israëlieten, de Ismaëlieten, de Midianieten, de Arabieren enzovoort.
Koningen. Aan het volk Israël wordt nu al in Izaäk koningen beloofd. Als God het gebed van Abraham voor Ismaël verhoort is er geen sprake van koningen maar van stamvorsten (Genesis 17: 20).

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: