U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 17: 15 Verder zei God tot Abraham: Wat je vrouw Saraï betreft, je zal haar niet Saraï noemen, maar Sara zal haar naam zijn.
Abraham. Zie Genesis 17: 4.
Saraï. Zie Genesis 11: 29.
Sara. Letterlijk: ‘Vorstin’, ‘prinses’ of ‘voorname vrouw’. In de Nederlandse vertaling lijkt het alsof er een letter bij Sara afgehaald werd. In het Hebreeuws wordt er echter een letter toegevoegd, namelijk net als bij Abraham de letter ‘H’. In het alfabet de vijfde letter. Velen zien in deze numerieke betekenis de toevoeging van genade.

Genesis 17: 16 En Ik zal haar zegenen, en ook zal Ik jou uit haar een zoon schenken, ja, Ik zal haar zegenen, zodat zij tot volken worden zal; koningen van volken zullen uit haar voortkomen.
Ik zal. Zie Genesis 17: 2. (Hier drie maal achter elkaar)
Koningen. Zie aantekening bij Genesis 17: 6.

Genesis 17: 17 Toen wierp Abraham zich op zijn aangezicht, lachte en zei bij zichzelf: Zal dan aan een honderdjarige een kind geboren worden, en zal Sara, een negentigjarige, baren?
Wierp zich op zijn aangezicht. Zie aantekening Genesis 17: 3.
Abraham. Zie Genesis 17: 4.
Lachte. Precies dezelfde reactie die Sara in Genesis 18: 12 gaf. In vrijwel alle uitleggingen wordt de reactie van Abraham positief ingeschat en die van Sara negatief. Abraham zou lachen van vreugde of zelfs van geloof, terwijl Sara zou lachen van ongeloof. Letterlijk is zelfs de vraag die bij hen beide inwendig opkwam dezelfde. Het ziet ernaar uit dat men van een geloofsheld niet een dergelijke twijfel verwacht, die hier toch duidelijk naar voren komt. Is dit niet nu juist de genade van God die ondanks hun twijfel toch Zijn plan volvoert.
Het verschil tussen Abraham en Sara is wel dezelfde als tussen Maria en Martha. Sara wierp zich niet op haar aangezicht.
Zij die in het lachen van Abraham vreugde zien verbinden dit aan de volgende tekst.
Johannes 8: 56 Jullie vader Abraham heeft zich erop verheugd mijn dag te zien en hij heeft die gezien en zich verblijd.
Sara. Zie Genesis 17: 15.

Genesis 17: 18 En Abraham zei tot God: Och, mocht Ismaël voor uw aangezicht leven!
Abraham. Zie Genesis 17: 4.
Ismaël. Zie Genesis 16: 11.
Mocht leven. Abraham pleitte bij de Heer dat Ismaël niet terzijde geplaatst zou worden nu God een nieuwe zoon zou schenken via Sara. Dit gebed wordt in vers 20 verhoord op Gods wijze.
Voor Uw aangezicht. Als een voorwerp van voortdurende liefde. Zoals een kind voor het aangezicht van zijn moeder.
Spreuken 4: 3 Want toen ik nog als zoon bij mijn vader was, teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder,
Ook hier zien we hoe die twijfel bij Abraham letterlijk verwoord wordt.

Genesis 17: 19 Maar God zei: Neen, maar je vrouw Sara zal jou een zoon baren, en jij zal hem Izaäk noemen, en Ik zal mijn verbond met hem oprichten tot een eeuwig verbond, voor zijn nageslacht.
Neen, maar. Het Hebreeuwse woordje ‘abal’, dat hier met deze twee woorden is vertaald is de pertinente uitdrukking: ‘integendeel’. God gaat helemaal niet in op de plannen van ongeloof, maar trekt Zijn eigen plan.
Sara. Zie Genesis 17: 15.
Izaäk. Letterlijk: ‘Gelach’ of ‘hij lacht’.
Ik zal. Zie Genesis 17: 2.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: