U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 16: 5 Toen zei Sarai tot Abram: De krenking mij aangedaan, komt voor uw rekening; ik heb mijn slavin in uw schoot gegeven, en nu zij ziet, dat zij zwanger geworden is, ben ik verachtelijk in haar ogen; Yahweh doe recht tussen mij en u.
Saraï. Zie Genesis 11: 29.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
De krenking mij aangedaan, komt voor uw rekening. Een vrij gebruikelijke manier van spreken om te zeggen dat het de schuld van Abram was. Je komt die wijze van spreken vaker tegen:
Genesis 27: 13 Maar zijn moeder zei tot hem: Uw vloek zij op mij, mijn zoon; luister nu naar mij en ga ze mij halen.
Hier nam moeder Rebekka de schuld op zich als het plannetje van haar dat Jakob zijn vader Izaäk zou bedriegen fout zou aflopen.
Jeremia 51: 35 Mijn mishandeling en verminking kome over Babel, zegge de inwoonster van Sion, en mijn bloed over de inwoners van Chaldea, zegge Jeruzalem.
Hier zijn het de inwoners van Sion en Jeruzalem die de schuld van al hun ellende op Babel en Chaldea leggen.
Uw rekening. Volgens tekstcritici (onderzoekers van de oudste handschriften) zou dit ‘haar’ rekening moeten zijn. Dan wijt ze de schuld dus aan Hagar.

Genesis 16: 6 En Abram zei tot Sarai: Zie, uw slavin is in uw macht; doe met haar wat goed is in uw ogen. Toen vernederde Sarai haar, en zij vluchtte van haar weg.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Saraï. Zie Genesis 11: 29.
Saraï vernederde haar. Volgens de wet § 119 van Khammurabi was het verboden om haar dienstmaagd te verkopen. Het enige dat toegestaan was om haar zwaardere taken op te leggen.

Genesis 16: 7 En de Engel van Yahweh trof haar aan bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur.
De Engel van Yahweh. Dit is in de Bijbel de eerste maal dat de Engel van Yahweh verschijnt. In vers 13 zien we dat Hagar hem als Yahweh zelf herkent. Het is dus niet zomaar een engel of een boodschapper. Het is een manifestatie van de onzichtbare God. Eigenlijk: Christus Jezus zelf. Op gelijke wijze ziet Mozes later de Engel van Yahweh.
Exodus 3: 2 Daar verscheen hem de Engel van Yahweh als een vuurvlam midden uit een braamstruik.
Daar maakt Hij Zichzelf bekend als Yahweh.
Exodus 3: 6 Voorts zei Hij: Ik ben de God van uw vader, de God van Abraham, de God van Izaäk en de God van Jakob.
Sur. Deze ‘Sur’ moeten we onderscheiden van een tempelpoort en twee personen met deze naam. Dat zijn ook twee andere Hebreeuwse woorden. Dit is een plaats in de woestijn. Betekenis: ‘muur’, ‘fort’ of ‘versterkte stad’. Deze plaats wordt zo genoemd omdat het de letterlijke versterkte muur tussen Egypte en het beloofde land aangeeft. Daar was Hagar dus al het dichtst bij haar eigen geboortegrond.

Genesis 16: 8 En Hij zei: Hagar, slavin van Sarai, vanwaar kom jij en waarheen ga jij? En zij zei: Ik ben op de vlucht voor mijn meesteres Sarai.
Hagar. Zie Genesis 16: 1
Saraï. Zie Genesis 11: 29.
Vlucht voor mijn meesteres: Letterlijk: ‘vlucht van het aangezicht van mijn meesteres’. Het aangezicht drukt de dichte nabijheid aan.

Genesis 16: 10 En de Engel van Yahweh zei tot haar: Ik zal uw nageslacht zeer talrijk maken, zodat het vanwege de menigte niet geteld kan worden.
Ik zal maken. Voor welk beginsel je ook staat, God wil altijd met Zijn genade werken.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: