U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 16: 11 Voorts zei de Engel van Yahweh tot haar: Zie, u bent zwanger, en zult een zoon baren, en hem Ismaël noemen, want Yahweh heeft naar uw ellende gehoord.
Ismaël. Betekenis: ‘God hoort’.

Genesis 16: 12 Hij zal een wilde ezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn en de hand van allen tegen hem, en hij zal ten aanschouwen van al zijn broederen wonen.
Een wilde ezel van een mens. Letterlijk: ‘een wilde ezel onder de mensheid’. Dit wijst heen naar zijn liefde voor de vrijheid en zijn snelheid.
Job 39: 5 – 8 Wie heeft de wilde ezel de vrijheid gegeven, ja, wie heeft de banden van de ezel der steppe geslaakt, wie Ik de vlakte tot zijn woning aanwees en het zilte land tot zijn verblijf? Hij lacht om het gewoel der stad, luistert niet naar het geschreeuw van de drijver; hij zoekt de bergen af als zijn weide en speurt naar al wat groen is.
Zijn hand zal tegen allen zijn. Dit is nu al 3000 jaar een feit.
Genesis 21: 20 En God was met de jongen [Ismaël] en hij groeide op; hij ging in de woestijn wonen en werd een boogschutter.
Woestijnbewoners, die later beter bekend werden als de Arabieren. Daar heeft Israël voortdurend veel tegenstand van ondervonden.
Jesaja 21: 13 De Godsspraak tegen Arabië. In het woud van Arabië moet gij overnachten, karavanen der Dedanieten.
Ezra 8: 31 Wij braken dan op van de rivier Ahawa op de twaalfde van de eerste maand om naar Jeruzalem te gaan, en de hand van onze God was over ons en redde ons uit de macht van vijanden en struikrovers.
Ten aanschouwen van al zijn broederen. Met name de Midianieten.
Genesis 37: 28 Toen Midjanitische mannen, kooplieden, voorbijgingen, trokken zij Jozef omhoog, haalden hem op uit de put en verkochten Jozef voor twintig zilverstukken aan de Ismaëlieten; en dezen brachten Jozef naar Egypte.
Midian was zijn halfbroer die Abraham bij Kerura had verwekt.
Genesis 25: 17 - 18 En dit waren de jaren van Ismaels leven: honderd zevenendertig jaar. Toen gaf hij de geest en stierf, en werd vergaderd tot zijn voorgeslacht. En zij woonden van Chawila tot Sur, dat ten oosten van Egypte ligt, in de richting van Assur. Zij hebben zich tegenover al hun broeders gevestigd.

Genesis 16: 13 Toen noemde zij de naam van Yahweh, die tot haar gesproken had: U bent een God van het aanzien; want, zei zij, heb ik hier ook omgezien naar Hem, die naar mij ziet?
God. Hebreeuws: ‘El’.
U bent een God van het aanzien. Letterlijk: ‘U bent de God van het zien’. D.w.z. de God die alles waarneemt.
Heb ik hier ook omgezien naar Hem, die naar mij ziet? Deze tekst houdt de mogelijkheid in zich dat zij de Engel van Yahweh niet gezien, maar alleen gehoord heeft. Hijzelf heeft echter wel degelijk omgezien naar haar in haar ellende.
Omgezien’ kan heel goed weergegeven worden met ‘achterna gezien’. Dan zou ze Hem slechts alleen gezien hebben toen Hij vertrok.
Ook kan het vertaald worden met: ‘Zie ik hier, zelfs na het gezicht?’ Dan zou het haar twijfel kunnen inhouden of ze wel zal zal blijven leven nu ze God gezien heeft. Zelfde gedachte in de volgende twee tekstplaatsen:
Genesis 32: 30 En Jakob noemde de plaats Pniël, want zei hij ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn leven is behouden gebleven.
Richteren 13: 22 En Manoach zei tot zijn vrouw: Wij zullen
zeker sterven, want wij hebben God gezien.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: