U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 15: 17 Toen de zon was ondergegaan, en er dikke duisternis was, zie, een rokende oven met een vurige fakkel, welke tussen die stukken doorging.
Een rokende oven. Een voorafschaduwing van de grote verdrukking die de zonen van het Koninkrijk zullen ondergaan. Het zware lijden dat hen te wachten staat.
Deuteronomium 4: 20 terwijl Yahweh u genomen en uit de ijzeroven, uit Egypte, geleid heeft om voor Hem te zijn tot een eigen volk, zoals dit heden het geval is.
1 Koningen 8: 51 want zij zijn uw volk en uw erfdeel dat Gij uit Egypte hebt geleid, midden uit
de ijzeroven.
Jeremia 11: 4 dat Ik aan uw vaderen geboden heb ten dage dat Ik hen uit het land Egypte,
de ijzeroven, leidde met de woorden: Hoort naar mijn stem en doet naar alles wat Ik u gebied, dan zult gij Mij tot een volk en zal Ik u tot een God zijn,
Ezechiël 22: 18 – 22 Mensenkind, het huis Israels is Mij tot schuim geworden; allen zijn zij koper, tin, ijzer en lood in
de smeltoven; stukken zilverschuim zijn zij geworden. Daarom, zo zegt Adonai Yahweh: Omdat gij allen tot schuim geworden zijt, daarom, zie, zal Ik u bijeenbrengen in Jeruzalem. Zoals zilver, koper, ijzer, lood en tin in de smeltoven bijeengebracht wordt en daaronder het vuur wordt aangeblazen, om het te smelten, zo zal Ik u bijeenbrengen in mijn toorn en in mijn grimmigheid, en Ik zal u erin werpen en smelten. Ja, Ik zal u verzamelen en onder u het vuur van mijn verbolgenheid aanblazen, en gij zult daarin gesmolten worden. Zoals zilver in de smeltoven gesmolten wordt, zo zult gij daarin gesmolten worden; en gij zult weten, dat Ik, Yahweh, mijn grimmigheid over u heb uitgestort.
Een vurige fakkel. Letterlijk: ‘een lamp van vuur’. De altijd durende aanwezigheid van ondersteunende genade van Gods Geest in al die beproevingen.
2 Samuel 21: 17 Maar Abisai, de zoon van Seruja, kwam hem te hulp en sloeg de Filistijn dood. Toen bezwoeren de mannen van David hem: Gij zult niet meer met ons ten strijde uittrekken, opdat gij de lamp van Israël niet uitblust.
Jesaja 62: 1 Om Sions wil zal ik niet zwijgen en om Jeruzalems wil zal ik niet rusten, totdat zijn heil opgaat als een lichtglans en zijn verlossing als
een brandende fakkel.

Genesis 15: 18 Te dien dage sloot Yahweh een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat:
Sloot Yahweh een verbond. Het hele initiatief en uitvoering van deze verbondssluiting lag in handen van Yahweh. Niets van Abram. Zie Genesis 15: 12.
Galaten 3: 17 Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderd dertig jaar later is gekomen, maakt het testament, waaraan door God tevoren rechtskracht verleend was, niet ongeldig, zodat zij de belofte haar kracht zou doen verliezen.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Zal Ik dit land geven. Onjuiste weergave. Letterlijk: ‘Heb Ik dit land gegeven’. Direct vanaf de verbondssluiting is het bezit een voldongen feit. Daarvoor was het: ‘Ik zal’ (Genesis 12: 7 en 13: 15).
Geven. Het Hebreeuwse werkwoord ‘nathan’. We kennen die naam als de profeet die David terechtwees over zijn zonde met Batseba en Uria. De letterlijke weergave is: ‘uit genade schenken’. Het is de Hebreeuwse tegenhanger van het Griekse werkwoord ‘charizomai’. Gods handelen met Abram en het volk dat uit hem voortkomt is volledig op grond van genade. Dit principe verandert ook niet als Israël uit Gods hand het trouwboekje, de wet, ontvangt.
Dit land. De begrenzing, zoals Yahweh die hier in vers 18 t/m vers 21 aangeeft, is tot op heden nooit in het bezit geweest van Israël. Het is hen in dit verbond als geschonken en wordt praktische werkelijkheid als ze als volk de Messias zullen herkennen en Hem in geloof aannemen.
De rivier van Egypte. Dit is de Nijl.
Egypte. Zie Genesis 12: 10.
Eufraat. Zie Genesis 2: 14.

Genesis 15: 19 De Keniet, de Kenizziet, de Kadmoniet,
Keniet. Mogelijk afkomstig van Kenan of Kaïn. Zie Genesis 5: 9 en Genesis 4: 1.
Kenizziet. Afkomstig van Kenaz. Onduidelijk welke Kenaz.
Kadmoniet. Afkomstig van Kadmon. Een naam die zelfs verder in de Bijbel niet voorkomt.

Genesis 15: 20 de Hethiet, de Perizziet, de Refaieten,
Hethiet. Afkomstig van Chet. Zie Genesis 10: 15. Hier is het de eerste vermelding in de Bijbel van dit volk. Ook één van de volkeren in Kanaän, die tot de Amorieten behoort. Zie Genesis 15: 16.
Jozua 3: 10 Voorts zeide Jozua: Hieraan zult gij weten, dat de levende God in uw midden is en dat Hij zeker de Kanaänieten, de Hethieten, de Chiwwieten, de Perizzieten, de Girgasieten, de Amorieten en de Jebusieten voor u uit verdrijven zal:
Perizziet. Zie Genesis 13: 7.
Refaieten. Zie Genesis 14: 5.

Genesis 15: 21 de Amoriet, de Kanaäniet, de Girgasiet en de Jebusiet.
Amoriet. Zie Genesis 10: 16 en 14: 7.
Kanaäniet. Zie Genesis 10: 6 en Genesis 13: 7.
Jebusiet. Zie Genesis 10: 16.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: