U bevindt zich hier: De Bijbel Door

Genesis 15: 11 Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abram ze weg.
Abram. Zie Genesis 11: 26.

Genesis 15: 12 Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis.
Viel een diepe slaap. God zorgde voor een diepe slaap, zodat het zelfs voor Abram onmogelijk was om deel te nemen aan de verbondssluiting. Zodoende was het uitgesloten dat er toch nog een voorwaardelijk deel aan de kant van Abram was. Yahweh was uitsluitend de enige actieve partij in dit verbond (Genesis 15: 17).
Dit is in duidelijk contrast met een verbond die mensen onderling sluiten.
Genesis 21: 27 Toen nam Abraham schapen en runderen en gaf ze aan Abimelek, en die beide sloten een verbond.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Een angstwekkende, dikke duisternis. Letterlijk: ‘angst met grote duisternis’. In het gezicht wordt Abram meegenomen naar een zware toekomst voor het volk dat uit hem voort zou komen. Hij ervaart als het ware de zware onderdrukking in Egypte aan den lijve, wat hier met angst en grote duisternis wordt uitgedrukt.

Genesis 15: 13 En Hij zei tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar.
Abram. Zie Genesis 11: 26.
Weet voorzeker. Letterlijk: ‘wetende zal je weten’. De herhaling drukt het absolute uit van het gezegde. We kennen dit uit Genesis 2: 17 ‘als je daarvan eet zal je zeker sterven’. Ook daar is de letterlijke weergave: ‘stervende zul je sterven’.
Vierhonderd jaar. Zie aantekening bij Genesis 12: 4. De 400 jaar wordt vanaf de geboorte van Izaäk berekend. Izaäk was 60 jaar toen Jakob geboren werd.
Genesis 25: 26 En daarna kwam zijn broeder te voorschijn, wiens hand Ezau’s hiel vasthield; en hem noemde men Jakob. En Izaäk was zestig jaar oud bij hun geboorte.
Jakob was 130 jaar oud toen hij in Egypte aankwam.
Genesis 47: 9 En Jakob zei tot Farao: Het getal der jaren mijner vreemdelingschap is honderd en dertig; weinig in getal en kwaad zijn al mijn levensjaren geweest, en zij hebben niet bereikt het getal der levensjaren van mijn vaderen in de dagen hunner vreemdelingschap.
Men houdt het verblijf van Israël in Egypte op 210 jaar. 60+130+210=400 jaar. De 430 jaar in Exodus 12: 40 wordt berekend vanaf het vertrek van Abram uit Ur der Chaldeeën.
Deze periode van 400 jaar wijst dus niet op de tijdsduur dat Israël in Egypte zal vertoeven, maar op het feit dat het nageslacht van Abram die tijd als een zwervend volk lijden en onderdrukking zal doorstaan.

Genesis 15: 14 Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken.
Zal Ik richten. In de zin van ‘straffen’. Aan de ene kant tekent God hier de eigen menselijke verantwoordelijkheid, waardoor een oordeel gerechtvaardigd is. Aan de andere kant is Egypte ook een werktuig in Gods hand.

Genesis 15: 15 Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven worden.
Tot uw vaderen gaan. Meeste kans wijst dit simpel op het begraven worden. Dan is dit tweemaal dezelfde verklaring achter elkaar. Dat geeft zekerheid aan dit getuigenis. Het kan niet letterlijk op hetzelfde graf slaan als die van zijn vaderen. Abraham werd in Machpela begraven, terwijl zijn vader Terach in Haran begraven was. Er kan hier geen verwijzing bedoeld worden naar een geestelijke plaats na het sterven omdat dit tegen het getuigenis van de hele Bijbel in zou gaan. Bovendien zijn de vaderen van Abram afgodendienaars.
Jozua 24: 2 En Jozua zei tot het gehele volk: Zo zegt Yahweh, de Elohim van Israël: aan de overzijde der Rivier hebben oudtijds uw vaderen gewoond, Terach, de vader van Abraham en de vader van Nachor, en zij hebben andere goden gediend.
Hoge Ouderdom. Letterlijk: ‘goede grijsheid’. De verzekering van Yahweh dat de angst van Abram in vers 2 en 3, dat hij spoedig zou overlijden omgegrond was. Hij zou nog een stuk ouder worden. De shalom, oftewel de vrede, aan het begin van dit vers loopt dus parallel met de goede grijsheid hier in het tweede deel van het vers.

Genesis 15: 16 Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol.
Het vierde geslacht. Dit sluit aan met de vierde eeuw in vers 13. De lijn van de vier geslachten zie je in het geslachtsregister van Mozes ook terug in Exodus 6: 16 – 19, waar je achtereenvolgens vier geslachten tegenkomt: Levi, Kehat, Amram en Mozes.
Wat is de reden dat God zolang wacht en daarbij het volk laat lijden?
2 Petrus 3: 9 De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil, dat sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen.
Yahweh gaf de Amorieten hier nog vier generaties lang, oftewel vier eeuwen, de tijd om Zijn genade aan hen te betonen. Dit duurde totdat hun ongerechtigheid vol was.
Ongerechtigheid. Het Hebreeuwse woord ‘ãven’ is altijd verbonden aan afgoderij. Letterlijk heeft het de betekenis van ijdelheid. Zo wordt het woord ook gebruikt in Job 15: 35; Psalm 10: 7 en Spreuken 22: 8. Een afgod is niets en in die zin klopt de uitdrukking ook. Het woord wordt regelmatig gebruikt voor het hele gedragspatroon dat uit deze afgoderij voortkomt.
Amorieten. Zie Genesis 10: 16 en 14: 7. De algemene naam voor de Kanaänitische stammen.
Niet vol. Het tot een volkomenheid komen van de ongerechtigheid heeft alles te maken met de hybride soorten die het product zijn van vermenging tussen mensen en geestelijke wezens, die zich destijds ook als afgoden, of van hun kant bekeken ‘goden’ presenteerden. Tegenwoordig presenteren ze zich als Ufo piloten, buitenaardsen of Aliëns.
Zolang die volkeren nog niet allen volkomen verwoest waren door deze vermenging bleef Yahweh die 400 jaar in genade met die volken omgaan. Toen ze feitelijk compleet verwoest waren door de vermenging greep Yahweh net als in de tijd van Noach ook bij hen in.

Als u wilt reageren kunt u rechtsonder op 'CONTACT' klikken.
Startpagina // Volgende

Verwante Artikelen

Hier vindt u de verwijzingen naar andere artikelen die ook betrekking hebben op hetzelfde Bijbelgedeelte: